Categorie archieven: Maatschappij

Wat voetballers van hockeyers kunnen leren

Van de zomer hebben we volop kunnen genieten van twee wereldkampioenschappen: voetbal en hockey. Wat een verschillen tussen die twee!

Dé goal!

Zoals zoveel Nederlanders had ik niet zoveel zin in dit voetbal WK en ook niet zulke hoge verwachtingen. Maar na de eerste prachtige goal van Van Persie, sloeg dat gevoel terstond om. Wat een feest om ons zo te revancheren voor de verloren finale van 2010. Wat was het mooi om uiteindelijk derde te worden en niet een gefrustreerde tweede, zoals vier jaar geleden. Dat was het lot dat Argentinië ten deel viel, dat de halve finale eigenlijk niet van ons gewonnen had. Enfin, het was leuk.

Aanvankelijk speelde tijdens dit WK voetbal ook het WK hockey, hier te lande, om precies te zijn in het ADO stadion te Den Haag. Ik mocht een poule wedstrijd bijwonen, Nederland –  Zuid-Afrika. Het werd 7-1 in een zonovergoten stadion met een onbeschrijflijke winnersmood bij spelers en toeschouwers. De Nederlandse teams, mannen en vrouwen, hadden er zin in. Het ging ze voor de wind. De vrouwen werden wereldkampioen en de mannen, oeps, tweede. Dat was minder. Twee dagen na de nadreunende 5-1 van
voetballend Nederland tegen Spanje. En de hockeyers verloren de finale met maar liefst 6-1! Maar goed, het was niettemin van beide hockeyploegen een uitstekend prestatie: eerste en tweede!

Tot zover de twee WK’s. Mijn punt gaat niet zozeer over deze WK’s, hoe leuk het ook was. Ik wil het hebben over iets anders, namelijk de wijze waarop beide sporten zich hebben ontwikkeld. Ze verschillen behalve in progressie in het spel ook in gedrag in het veld.

Terwijl ik van de zomer naar de hockeywedstrijden keek, viel mij een aantal verschillen met voetbal op: het tempo, de wissels, het begeleiden van de wedstrijd door de scheidsrechters, de wijze waarop van moderne apparatuur, zoals video’s, gebruikt gemaakt wordt en de straffen.

Je krijgt een groene, gele of rode kaart. Je hoeft slechts tijdelijk naar de kant. Een wedstrijd valt daardoor niet ‘dood’, zoals bij voetbal. Bij voetbal gaat het team dat het overkomt, noodgedwongen meer verdedigend spelen en soms betekent dat het ‘einde’ van de wedstrijd. Zo niet bij hockey. Daar komt men na verloop van tijd weer terug op het veld en raast het spel door.

Een andere reden dat het spel een hoog tempo heeft, komt door de voortdurende wissels. Alle spelers worden gewisseld en men zit dus van tijd tot tijd ‘op de bank’. Daardoor krijgen spelers korte rust en kan het tempo omhoog. Wat ook tempo geeft is het nemen van vrije slagen. Geen gezeur bij de scheidsrechter, bal neerleggen en doorspelen. Tempo houden. Het leuk om naar te kijken en het is slim.

Naar verluidt zou de conservatieve FIFA zou dit soort ontwikkelingen tegenhouden. Je ziet wat conservatisme doet. Ik heb daar al eens eerder over geblogd. De creativiteit wordt gedood. Innovatie, bijvoorbeeld in dit geval in de regels van het voerbalspel of de toepassing van moderne technieken, blijft achterwege en iedereen is een frustratie rijker.

Een dag van nationale rouw, een land tot zwijgen gebracht


De tocht der tochten is het. Het is een prachtige warme dag in juli. Ik kijk met een brok in mijn keel naar de beelden van de veertig auto’s die onder begeleiding over de A2 en de A27 naar Hilversum rijden. Auto’s met daarin de stoffelijke resten van de slachtoffers van vlucht MH17 van Malaysia Airlines die vorige week donderdag op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur door een raket uit de lucht werd geschoten, boven in burgeroorlog verkerend Oekraïne. Ik voel afschuw en verdriet. Lees verder Een dag van nationale rouw, een land tot zwijgen gebracht

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 6 van 6: ……? Wat zou je willen veranderen?

Vorige zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.
Hier volgt de zesde en laatste Volkskrant vraag.
Vraag 6: Als je de baas van de wereld zou worden, wat zou je dan veranderen?
Weer dat woord baas! Ook bij vraag 4 van 6 (zie blog 9 maart 2014) deed zich dat woord zich voor. Ik spreek liever over ‘leider’ en ‘leiderschap’.Enfin, niet alle punten op mijn lijst die ik zou willen veranderen, zijn gemakkelijk ten uitvoer te brengen. Vergelijk het met het veranderen van de cultuur van een bedrijf. Je hebt over het over de DNA van het bedrijf. Ook ‘de wereld’ heeft een DNA.

Van land tot land verschillen culturen. Van streek tot streek. En zeker van werelddeel tot werelddeel. Mede ingegeven door religieuze verschillen. Deze vooral religieuze verschillen zijn niet alleen door de eeuwen heen, maar ook nu nog, aanleiding tot conflicten en tot het voeren van oorlog.
Het is niet iedereen gegeven tolerant ten opzichte van andersdenkenden te staan. Niet zolang geleden was intolerantie op bijvoorbeeld religieus gebied ook in ons land de gewoonste zaak van de wereld. Hij werd ingegeven door overijverige – en dat is vriendelijk uitgedrukt – gezagsdragers van de kerk, zowel aan katholieke zijde, als aan protestantse. Maar ook in het dagelijks leven. Ik geef een voorbeeld:
Toen ik in dienst diende ik onder een rooms-katholieke ritmeester (het equivalent van een kapitein), bleek ik, mij op religieus gebied neutraal opstellend, ineens op achterstand te staan. Hij liet weten mijn neutrale, in ieder geval niet katholieke, achtergrond af te wijzen. Ook dat is vriendelijk uitgedrukt. Ik begreep in het geheel niet wat het probleem was.
Hoe dan ook, mijn punt is dat er verschillen zijn en ook verschillen in tempo. Ik meen dat alle volken hun eigen ontwikkeling zouden moeten kunnen bepalen en volgen en vooral in hun eigen tempo. Wij zouden daarover eigenlijk niet moeten oordelen, vooral niet in de zin van ‘zij lopen achter’. Maar dat valt niet altijd mee.
Niettemin is een aantal zaken universeel. Universele zaken die mensen kenmerken zijn, dat ze lachen, verdriet hebben, elkaar opzoeken, socialiseren, trouwen, kinderen krijgen, dromen, van de natuur genieten, enzovoort, enzovoort. Als ze schrikken, slaan ze de hand voor de mond. Dat is overal dezelfde reactie. En zo zijn er meer dezelfde universele gewoonten en diepgewortelde en gevoelde waarden. Zo ook de wijze waarop je met elkaar omgaat, ten diepste, dus los van cultuur en los van achtergrond, geloofsovertuiging en wat dies meer zij.

In sommige culturen worden dit soort zaken aan banden gelegd. Misschien is het dat aan banden leggen van deze universele zaken die ik als ‘baas’, als leider van de wereld gelijk zou willen trekken. Ik zou daar simpelweg toe besluiten: iedereen is gelijk en men dient conform dit besluit te handelen!

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 5 van 6: Welke ontwikkeling stemt je vrolijk?

Van de zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.

Hier volgt de vijfde Volkskrant vraag.

Vraag 5: Welke ontwikkeling stemt je vrolijk?

Wat mij te binnen schiet is niet een ontwikkeling, maar eerder een tafereel:

Toen er ruim vijftig regeringsleiders voor de Nucleaire Safety Summit naar ons land kwamen, meer in het bijzonder naar Den Haag, waren de beveiligingsmaatregelen overweldigend. Ik woon op 100 meter van het World Forum, waar het allemaal plaatsvond. De hekken, de helicopters, de politie, de ME, de verkeerswachters, The Beast, ze waren er allemaal. Met uitzondering van The Beast, reden ze allemaal door mijn straat. Wat ik zei, overweldigend was het.

We liepen op de vrijdagnacht voor de top nog even een ommetje door het ‘spergebiet’. Het leek wel oorlog. Het gaf een sinister beeld. Er was niemand. Geheel verlaten, maar wel allemaal schijnwerpers, camera’s, ijzeren hekken, roadblocks, enzovoort. Ook een lange rij vrachtwagens met daarop uitklapbare grote schermen om te vermijden dat een regeringsleider niet alsnog het doelwit van een scherpschutter zou kunnen zijn. Zijn auto zou bij het World Forum immers moeten afremmen, na met hoge snelheid van Schiphol te komen rijden. Naar verluidt, reed men in twintig minuten van Schiphol naar het World Forum. Normaal gesproken doe je over dat ritje zo’n drie kwartier!

Bij ons in de straat waren ook roadblocks geplaatst. Ook dat zag er unheimisch uit, als een soort ‘muur’. Het sinistere en unheimische duurde totdat de top begon. Op maandag landde Obama op het Museumplein. Hij kwam easy going uit de helicopter gestapt, als een soort superstar, “Hi guys, how are you doing?” Hij begroette de schoolkinderen, schreef in hun jubileumboek “Dream your Dream” en aanschouwde de Nachtwacht. De toon was gezet, althans voor televisiekijkend Nederland. De sfeer werd gemoedelijker. Het weer hielp ook, want het was een prachtige, zonovergoten dag. Dus wat deden de Nederlanders? Ze parkeerden hun fietsen tegen de roadsblocks (altijd handig) en dronken, kijkend naar het tafereel van de top en alle veiligheidsmaatregelen die getroffen waren, een biertje. Alsof het koninginnedag was.

Dat stemt mij vrolijk.

De Museum Pitch en Obama



Bij De Wereld Draait Door zag ik vorige week een item over musea.
Zoals bekend komt President Obama komt naar Nederland in verband met de Nucleair Security Summit, de Nucleaire Top in het World Forum Den Haag, de komende dagen.
Hij had aangekondigd ook naar Amsterdam te willen. De Museum driehoek werd genoemd, maar algemeen werd aangenomen dat hij naar de Nachtwacht wilde gaan kijken.
Dus had men bij DWDD bedacht om een aantal museum directeuren uit te nodigen met als opdracht een toelichting te geven (te pitchen) op en mee te nemen naar de uitzending, dat hun museum bijzonder maakt en waar Obama niet omheen kan om te gaan zien.
Alleen dat al vind ik bijzonder. Dat ze op dat idee komen. Erg leuk.
Vervolgens zaten daar zes museum directeuren en de week erop weer zes, die allemaal iets bijzonders over hun museum te vertellen hadden.
En dat deden ze op een enorm enthousiasmerende manier en met een enorme bevlogenheid, indrukwekkend. Ik denk dat menig marketeer en leider van een bedrijf daar een voorbeeld aan zou kunnen nemen.
Want het effect is zeker dat ik zelf een keer naar een aantal van die musea zal gaan. Zo interessant waren de bijdragen van deze mensen. Of Obama naar deze musea gaat, blijft natuurlijk de vraag. Niet zo heel veel kan immers tegen de Nachtwacht op.
De lijst van musea is indrukwekkend (zie ook de twee linkjes naar dwdd):
http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/310936
http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/311378– Het Amsterdams Museum, met een achttiende eeuwse pruik;
het Scheepvaart Museum, met een oude kaart uit 1482, dus tien jaar voor de     ontdekking van Amerika;
het Tassen Museum, met een koffer van Prins Bernard en een hutkoffer waarin maar liefst dertig schoenen konden, iets voor Michelle en de twee dochters;
het Westfries Museum in Hoorn, met het oudste aandeel ter wereld, waarvan ik overigens een replica heb (zie foto);
het Pianola Museum met een echte pianola, een soort voorzet piano;
het Stedelijk Museum in Alkmaar met poolstokbriefjes van 450 jaar geleden. Destijsd was dat een methode om diplomatie te bedrijven;
het Prinsenhof in Delft, waar voor het eerst een staatsman – Willem van Oranje – door een handvuurwapen werd vermoord. Dat handvuurwapen had de directeur meegenomen;
Naturalis in Leiden, met Hawaii vinken, die door toedoen van de Amerikanen niet meer bestaan;
Museum Speelklok in Utrecht, met een jukebox uit Chicago, uit de tijd van de drooglegging. – Dit apparaat bleek eigenlijk een illegale gokkast te zijn;
Museum Boerhave in Leiden, met een apparaat waar Madam Curie ROND 1900 radioactiviteit mee probeerde te testen. Radioactiviteit waarmee ze overigens gewoon van Parijs naar Leiden reisde, precies waar deze nucleaire top over gaat, althans over het voorkomen van dit soort reisjes;
Singer Museum, met een schilderij van William Singer;
 het Valkhof in Nijmegen, met een vork die destijds in bezit was van de Franse onderhandelaar, Charles Colbert.
Wat een lijst!

Is er straks geen werk meer?

Laatst was er een studie die uitwees dat als we zo door gaan, er niet meer genoeg banen zullen zijn om alle mensen aan het werk te houden. The Economist schreef er over. Er is sprake van een toenemend banenverlies. Dat komt door de toenemende automatisering, meent de studie.
Een bekend voorbeeld is de firma Kodak: tijdens de hoogtijdagen van de filmrolletjes, werkten er ongeveer 150.000 mensen. Facebook nam een paar jaar geleden het fotobewerkingsbedrijf Instagram over voor één miljard dollar. Er werkte slechts dertien mensen .
Voor mijn gevoel is deze zorg van alle tijden. Althans, sinds de Industriële Revolutie en zeker tijdens de tweede helft van de vorige eeuw.
Het is juist dat machines in zijn algemeenheid op korte termijn werkgelegenheid vernietigen. De machines nemen het werk over. De mensen die dat soort werk deden, staan op straat.
Berucht is de geschiedenis van woedende Engelse textielarbeiders die rond 1800 de weefmachines kort en klein sloegen, omdat die hen het brood uit de mond stootten. Een vergissing overigens, want het was de directie die tot de investering in de machines had besloten.
Tegenwoordig heb je robots. Dan ligt het voor de hand dat er mensen op straat komen te staan. Geïndividualiseerd levert dit vaak schrijnende situaties op. Laat ik dat niet onderbelicht laten. Want het zal je maar gebeuren: jarenlang haal je in een fabriek dagelijks een bepaald handeltje over, vervolgens wordt die handeling door een robot overgenomen en sta jij op straat.
In een groter verband getrokken, meen ik echter dat er geen reden tot zorg is. Want waarom is er in de afgelopen twee eeuwen niet een veel grotere werkloosheid ontstaan?  De automatiseringsgraad is immers sterk toegenomen en ook de wereldbevolking verviervoudigde. Twee elementen die op zich voor massale werkloosheid zouden moeten zorgen en toch is de werkgelegenheid ook toegenomen, afgezien van recessies en crises zoals die van de laatste jaren. Kennelijk is er door de loop der tijden vervangende werkgelegenheid ontstaan. Dat zal nog wel even doorgaan, ook al denken pessimisten van niet.
Want één aspect wordt over het hoofd gezien: uitvindingen. Dáár komt het werk vandaan. Dat is al eeuwen zo. Eerst is er de uitvinding. Dan volgt ondernemerschap, waarbij de uitvinding in de praktijk wordt getest. Veelal gebaseerd op hobbyisme. Langzaamaan wordt er verkocht. Al die zaken die door de machines van de tweede helft van de negentiende eeuw overbodig werden, konden na verloop van tijd vervangen worden door werk aan uitvindingen. Uitvindingen die op zich vaak weer het gevolg waren van de machines. Uitvindingen die uiteindelijk hele industrieën omvatten, zoals auto’s, vliegtuigen, de daarmee verband houdende olie-, toeristen- en hotelindustrie. Denk verder aan de radio-, tv- en filmindustrie, de computerindustrie en alles wat daarmee verband houdt. En al die miljoenen banen die wereldwijd daardoor zijn ontstaan.

De conclusie is dus dat het werk dat door automatisering vervalt, vervangen zal worden door werk dat ontstaat door uitvindingen die we nu nog niet kennen. Ik spreek wel over een hele lange termijn. Dat is duidelijk. Deze conclusie is enerzijds gebaseerd  op wat er in het verleden is gebeurd, anderzijds op vertrouwen dat dit de wijze is waarop onze wereld werkt.

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 4 van 6: Wie moet de leider zijn?

In de zomer 2013 viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.
Hier volgt de vierde Volkskrant vraag.
Vraag 4: Wie zou de baas van de wereld moeten zijn?
Wat een woord, baas! In dit verband zou ik eerder van ‘leider’ willen spreken.

Lees verder Wat zijn dit voor vragen? Vraag 4 van 6: Wie moet de leider zijn?

Is de kritiek op de koning in Sotchi terecht?

Er was onlangs een ingezonden brief in de Volkskrant over het gedag van de onze Koning in Sotchi. Hij zou zich niet waardig, als een koning, hebben gedragen. Hij gedroeg zich als een corpsbal, bierdrinkend met onder andere President Poetin in het Holland Heineken Huis (zouden ze daar nog iets anders schenken?) en met een blond mokkel aan zijn zijde. 

 

Premier Rutte zei erover dat hij de kritiek onzin vond. Hij stelde de vraag wat de koning dan, als sportliefhebber, had moeten doen. In een driedelig kostuum strak voor zich uitkijkend en slapjes applaudisserend bij de overweldigende resultaten van de Nederlanders. Zijn effect op de sporters bleek erg stimulerend. Zeurpieten noemden hij deze critici.

Azijnpissers zijn het, vonden weer anderen. En misschien hebben ze wel gelijk.
Want ik plaats ook kanttekeningen bij de ingezonden brief. Er zijn mensen geweest die er sympathie voor bleken te hebben, waaronder Maarten van Rossum. Het is allemaal zo negatief: als er mensen zijn die plezier hebben, of erg succesvol zijn, dan beginnen anderen zich daaraan te storen. Sommigen gaan dan zover dat ze ingezonden stukken sturen.


Maar dat terzijde. Verder met de ingezonden brief zelf. Om te beginnen spreekt de brief over corpsballen. Dat heeft er lijkt mij niets mee te maken. Alsof alleen corpsballen bij grote sportsuccessen uit hun dak gaan. En alsof alleen corpsballen een blond mokkel naast zich hebben zitten. 
Wat dacht je van voetbalhooligans? Over bier drinken gesproken. Nee, het ingezonden stukje sloeg daar de plank volledig mis. Het haalde twee dingen aan, die niets met elkaar te maken hadden: de juichende koning, met koningin Maxima aan zijn zijde, al even betrokken en bierdrinkende corpsballen, die als hooligans werden neergezet. Wat een onzin!

Wat ik zie is betrokkenheid!
In zijn manier van omgaan met de mensen herken ik de wijze waarop een organisatie van welke aard dan ook geleid kan worden: geef mensen vertrouwen, behandel iedereen met respect, durf tussen je mensen in te staan, heb vooral ook plezier met elkaar, deel de ellende, betrek ze bij beslissingen en streef samen je doelen na.
Dat is betrokkenheid! Dat liet de koning zien!

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 3 van 6: blijven we vooruitgaan?

Van de zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.
Hier volgt de derde Volkskrant vraag.
Vraag 3: Blijven we altijd vooruitgaan? Of hebben onze kinderen en kleinkinderen het minder goed dan wij?

Bij deze vraag is het eerste dat mij te binnen schiet, ontbossing. Onder andere door ontbossing zouden onze kinderen het wel eens minder goed kunnen krijgen dan wij. En zeker onze kleinkinderen.

Ontbossing is zo’n issue – er zijn er veel meer – waarbij nadrukkelijk de vooruitgang en de kosten van vooruitgang naar voren komen. Als tegenstelling. De nieuwe generatie zal nog veel meer dan wij al trachten, in het reine met deze tegenstelling moeten zien te komen. Vooruitgang is prima, onvermijdelijk en zelfs prettig, maar de kosten zijn hoog.
Ik herinner me toen ik bij Shell werkte dat we met lange termijn scenario’s werkten. Door het hele bedrijf heen werd met dezelfde optimistische, pessimistische en midden scenario’s gewerkt. Vooral bij het doen en evalueren van investeringen, het gebied waar ik werkte. In de Shell scenario’s werd gewerkt met een wereld mét vooruitgang én zonder. Het ene scenario had hoge kosten, voor milieu en vanwege wat we tegenwoordig duurzaamheid noemen.

 
Het andere scenario, dus weinig vooruitgang, had veel lagere kosten. Ik herinner me nog heel goed dat de man die het presenteerde, zei, dat de ene wereld niet noodzakelijkerwijs slechter zou zijn dan de andere. Die van vooruitgang heeft hoge kosten en daarmee is het contrast groter, wat betekent dat het moeilijker – vooral politiek – is te managen. Maar beide zijn denkbaar en aanvaardbaar.


Terug naar de vraag: zullen we blijven vooruitgaan? Ja, is mijn antwoord, of beter, ja, dat zal gebeuren. Of onze kinderen en kleinkinderen het daardoor minder goed krijgen is niet de juiste vraag, denk ik. Ik meen dat het eerder een kwestie is van het managen van de hoge kosten waarmee de vooruitgang gepaard gaat: zien wij en daarna onze kinderen en kleinkinderen kans de kosten in brede zin in de hand te houden, door bereid te zijn in duurzaamheid te investeren. Zijn wij en daarna zij niet bereid die kans te pakken, dan hebben vooral zij het – materieel – beter maar worden ze van alle kanten door de negatieve effecten bedreigd. Dan wordt de An Inconvient Truth van Al Gore (toch) (nog) waarheid.

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 2 van 6: komt er ooit nog oorlog?

Van de zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.
Hier volgt de tweede Volkskrant vraag.
Vraag 2: Komt er ooit nog oorlog in Europa? Waarom wel/niet?
Wat is oorlog?
Het antwoord hangt van de definitie van oorlog af. Zoals het hier vermoedelijk is bedoeld, in de traditionele Tweede Wereldoorlog-zin, meen ik van niet. Het lijkt mij in die zin niet meer mogelijk. In ieder geval niet in West-Europa. We zijn het ontgroeid. We zijn volwassener geworden. Hoe zit dat?
Carl von Clausewitz
Het militair-strategische boek van de Duitse generaal Carl von Clausewitz (1780-1831), Vom Kriege, vertelt mij, dat oorlog door de eeuwen heen een politiek middel was om doelen te bereiken. Het boek kent als beknopte conclusie de beroemde stelling: “Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen”. Waar de gebruikelijke middelen van de buitenlandse politiek falen, blijft de oorlog als enig machtsmiddel over, zo meent Von Clausewitz.
De ‘blokken’
Tot na de Tweede Wereldoorlog lagen de verhoudingen zo. Daarna kwam echter de Koude Oorlog. Tot een rechtstreeks treffen tussen de ‘blokken’ (het Westen en het Oostblok) kwam het niet. De risico’s van dit ‘politieke middel’ werden inmiddels te groot geacht. Lokale oorlogen werden nog wel gevoerd. De blokken waren daar politiek, financieel en soms militair bij betrokken. Denk aan Berlijn, Korea, Vietnam en de oorlogen in Afrika.
Ontwikkeling in de strijd
Ook zou je kunnen zeggen, als je de geschiedenis en de ontwikkeling van de mensheid bekijkt, dat er aanvankelijk alleen lokale strijd was. Mens tegen mens, stam tegen stam, vervolgens graafschap tegen graafschap (denk aan de Hoekse en Kabeljauwse twisten), daarna land tegen land, weer later groepen landen tegen een andere groepen landen (denk aan de geallieerden). Deze laatste vorm was tijdens de Tweede Wereldoorlog het geval. Na de oorlog volgden werelddelen tegen werelddelen (de ‘blokken’).

Allen tegen allen
De vraag is waar dit eindigt of wat de volgende stap in deze ontwikkeling zal zijn? In de literatuur kunnen we lezen dat hierna een strijd ‘van allen tegen allen’ volgt.
(Zie ook: http://www.parlement.com/id/vivadrmohaln/thomas_hobbes en
 http://ridzerdvandijk.wordpress.com/tag/oorlog-allen-tegen-allen/). Daar zijn wij nu, meen ik, aangekomen. Maar dan wel in mijn interpretatie: een strijd van allen tegen allen, is niet een echte oorlog, met legers en veldslagen, maar een dreiging, bijvoorbeeld van het terrorisme zoals we dat inmiddels kennen. Er ontstaan cellen, soms in onze eigen omgeving, die ondernemen actie om hun eigen, vaak ideologische redenen. En men vindt daarbij zelf ook vaak de dood. Je weet niet waar, niet wanneer, niet door wie en niet tegen wie.

Is er hoop?
Ik meen van wel. Kosmisch gezien zijn we bij het tijdperk Aquarius aanbeland. In de jaren zestig werd dat reeds bezongen in de musical Hair. Kenmerkend voor dit tijdperk is onder meer dat de mens er achter komt dat we allemaal van dezelfde bron afstammen, dat we één geheel zijn. En dat betekent dat als je iets van iemand afneemt, je dat in feite van jezelf afneemt. Dat geldt voor diefstal, maar ook voor oorlogen en pijn. Doe je iemand pijn, dan doe je jezelf pijn. Er is hoop, omdat men dit geleidelijk zal gaan doorzien. Strijd tegen iemand, is in feite dus een strijd tegen jezelf!