Tag archieven: Militaire Dienst

Lessen in hoe het niet moet

Soms doe je in je leven ervaringen op, leer je dingen en dan weet je later dat het zo niet moet. Ik heb een aantal van dat soort ervaringen. Zo zat ik in 1974 in militaire dienst. Ik ‘lag’ in Duitsland bij de parate troepen. Mijn eskadronscommandant (zo heet een compagnie bij de Cavalerie) was een ritmeester (zo heet een kapitein). Ik vond het een verschrikkelijke man.

Katholiek

Lees verder Lessen in hoe het niet moet

Files en het tegenovergestelde

Himageoe ontstaan files? Ik begrijp dat er weinig onderzoek naar is gedaan.

Ik kan een ervaring delen uit de tijd dat ik in militaire dienst bij de Cavalerie zat en waarbij het in eerste instantie weliswaar om het tegendeel van files gaat – voorkomen van te veel ruimte – maar waardoor filevorming zou kunnen worden verklaard.

 

Tanks

imageHet ging zo: in dienst reden we met tanks achter elkaar aan, door steden en dorpen, over de Duitse autobahn en op kleine plattelandswegen. De voorste van mijn vijf tanks mocht niet harder dan zo’n veertig km per uur rijden. Lees verder Files en het tegenovergestelde

Loopbaan keuzes (1)


Labyrinth of Questions Er
deden zich tijdens mijn loopbaan voortdurend loopbaankeuzes voor. Ik vind het leuk om ze eens op een rij te zetten.

Eerst was er de krijgsmacht: In 1974 was ik dienstplichtig officier bij de Cavalerie en men vroeg mij of ik beroeps wilde worden. Ik bedankte. Ik vond de krijgsmacht een conservatieve en beklemmende organisatie.

Vervolgens rondde ik mijn rechtenstudie af. In de voorlaatste fase deden we case studies (in Leiden heette dat ‘practicum’ en ‘privatissimum’) waardoor ik voor het eerst met het echte juridische werk in aanraking kwam. Ik genoot ervan. Ik overwoog er in door te gaan en een een aantal maanden een student-stage bij een advocatenkantoor te lopen. Maar ik besloot de voorkeur aan economische keuzevakken te geven om mij voor een loopbaan in het bedrijfsleven te verbreden en voor te bereiden.  Lees verder Loopbaan keuzes (1)

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 6 van 6: ……? Wat zou je willen veranderen?

Vorige zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.
Hier volgt de zesde en laatste Volkskrant vraag.
Vraag 6: Als je de baas van de wereld zou worden, wat zou je dan veranderen?
Weer dat woord baas! Ook bij vraag 4 van 6 (zie blog 9 maart 2014) deed zich dat woord zich voor. Ik spreek liever over ‘leider’ en ‘leiderschap’.Enfin, niet alle punten op mijn lijst die ik zou willen veranderen, zijn gemakkelijk ten uitvoer te brengen. Vergelijk het met het veranderen van de cultuur van een bedrijf. Je hebt over het over de DNA van het bedrijf. Ook ‘de wereld’ heeft een DNA.

Van land tot land verschillen culturen. Van streek tot streek. En zeker van werelddeel tot werelddeel. Mede ingegeven door religieuze verschillen. Deze vooral religieuze verschillen zijn niet alleen door de eeuwen heen, maar ook nu nog, aanleiding tot conflicten en tot het voeren van oorlog.
Het is niet iedereen gegeven tolerant ten opzichte van andersdenkenden te staan. Niet zolang geleden was intolerantie op bijvoorbeeld religieus gebied ook in ons land de gewoonste zaak van de wereld. Hij werd ingegeven door overijverige – en dat is vriendelijk uitgedrukt – gezagsdragers van de kerk, zowel aan katholieke zijde, als aan protestantse. Maar ook in het dagelijks leven. Ik geef een voorbeeld:
Toen ik in dienst diende ik onder een rooms-katholieke ritmeester (het equivalent van een kapitein), bleek ik, mij op religieus gebied neutraal opstellend, ineens op achterstand te staan. Hij liet weten mijn neutrale, in ieder geval niet katholieke, achtergrond af te wijzen. Ook dat is vriendelijk uitgedrukt. Ik begreep in het geheel niet wat het probleem was.
Hoe dan ook, mijn punt is dat er verschillen zijn en ook verschillen in tempo. Ik meen dat alle volken hun eigen ontwikkeling zouden moeten kunnen bepalen en volgen en vooral in hun eigen tempo. Wij zouden daarover eigenlijk niet moeten oordelen, vooral niet in de zin van ‘zij lopen achter’. Maar dat valt niet altijd mee.
Niettemin is een aantal zaken universeel. Universele zaken die mensen kenmerken zijn, dat ze lachen, verdriet hebben, elkaar opzoeken, socialiseren, trouwen, kinderen krijgen, dromen, van de natuur genieten, enzovoort, enzovoort. Als ze schrikken, slaan ze de hand voor de mond. Dat is overal dezelfde reactie. En zo zijn er meer dezelfde universele gewoonten en diepgewortelde en gevoelde waarden. Zo ook de wijze waarop je met elkaar omgaat, ten diepste, dus los van cultuur en los van achtergrond, geloofsovertuiging en wat dies meer zij.

In sommige culturen worden dit soort zaken aan banden gelegd. Misschien is het dat aan banden leggen van deze universele zaken die ik als ‘baas’, als leider van de wereld gelijk zou willen trekken. Ik zou daar simpelweg toe besluiten: iedereen is gelijk en men dient conform dit besluit te handelen!

Dienstplicht

Op 10 juli was het precies veertig jaar geleden dat ik in dienst ging. 10 juli 1973 dus. Wat is dat lang geleden.
Ik werd ’s ochtends afgezet door mijn ouders in Amersfoort, bij de Prins Willem III kazerne. Ik was pas twintig jaar oud. 
 
Daar ging ik. Ik voegde me in een stroom van andere, onzekere rekruten. Zo werden we genoemd. Wat ik me herinner is dat ik over het kazerneterrein liep samen met iemand anders, die zich voorstelde als Jan Soldaat. Ik had het aanvankelijk niet eens door. Ik had zoiets van, dat is ook toevallig. Ik ben het nooit meer vergeten, hoe dom kun je zijn, of anders gezegd, hoe opgeslokt door alles was er gebeurt en gaat gebeuren, kun je zijn? Enfin, ik heb hem niet meer terug gezien.
Ik werd ingedeeld bij de School Reserve Officieren Cavalerie, de SROC, een traditioneel bolwerk van aankomende reserve officieren, waar we vanaf het begin enorm trots op waren. Er ging van die school werkelijk iets uit, zo van hier zetelt de elite, hier willen we bij horen. Ik heb er een fantastische tijd gehad, ruim vijf maanden lang. 
 
We werden opgeleid tot pelotonscommandant, we ondergingen van tijd tot tijd hardship, we maakten een bliksemcarrière, namelijk van gewoon huzaar tot officier. Sommigen redden het niet en vielen af, kortom, voor iemand die pas twintig is, een buitengewoon enerverende en uitdagende tijd. 
 
De zogeheten parate tijd die daarna volgde, was veel minder leuk dan deze opleiding. Ik heb daar al eens eerder over geblogd (tanks 1, 2 en 3).

Tanks (deel 3 van 3), allemaal op een rij

Wat ik al blogde, ik had een peloton met vijf tanks. Dat waren Leopard 1 tanks. Met nog twee andere pelotons vormden we een eskadron. Een eskadron had een eskadronscommandant en een plaatsvervanger, hij werd de second genoemd. Ook zij beschikten beiden over een tank. Al die tanks tezamen, zeventien stuks, afgezien van de groene bonnen, stonden opgesteld in een garage, een soort hangar, allemaal op een rij. Het leek op een brandweerkazerne, alle tanks stonden achter hun eigen deur. De bedoeling was dat ze aan het einde van de dag netjes uitgelijnd op een rij in die hangar  stonden.

Je begrijpt het al, op een zekere vrijdag, vlak voordat het weekend begon, stonden twee van mijn tanks twintig centimeter ‘uit lijn’. De second wees mij erop en sprak de verwachting uit dat ik dat nog even zou regelen. Ik besloot dat het niet nodig was en ging ook van mijn weekend genieten.
De volgende dag, zaterdag, was er een officieel diner in de officiersmess, ter ere van het Regiment Huzaren Van Sytzama.  Zo’n diner was altijd in smoking. De beroepsofficieren droegen ceremonieel tenue, de Attila, met sabel. Tijdens het diner werd ik door de second aangesproken op het feit dat ik de tanks niet had uitgelijnd en dus zijn ‘bevel’ niet had opgevolgd. Hij gaf mij te verstaan dat alsnog te doen. Dat betekende dat ik in mijn smoking naar de manschappenkantine moest gaan, een van de tankbestuurders moest zien te vinden, eentje die op dat uur nog niet dronken was en met hem de twee tanks in lijn moest gaan zetten.
Enfin, ik erheen in mijn smoking, allemaal grappen incasserend en trotserend, zo van ‘hé ober! vijf bier!’ en vond een bestuurder bereid de klus te klaren. De motoren van de twee tanks moesten eerst een kwartier warm draaien, dat was niet alleen voorschrift, maar ook nodig om ze in beweging te krijgen. Daarna was de klus snel gedaan. Ik ging weer gezellig naar het diner terug.
Maar daar was het ‘incident’ echter niet mee afgedaan. Men, de ‘meerderen’ in het bataljon, vond dat ik een bevel had genegeerd. Ik moest naar het oordeel van de second, wiens naam ik hier niet zal noemen, bestraft worden. Ik moest op ‘rapport geslingerd’, zoals dat heette. Mij wachtte arrest, licht of zwaar.  Er ontstond een warrige discussie, er waren officieren die vonden dat ik bij wijze van spreken aan de hoogste boom moest worden opgeknoopt, als voorbeeld voor anderen en er waren officieren, die wat er gebeurd was, te onbelangrijk vonden. Ikzelf sprak me niet uit, noch werd ik overigens gehoord.
Door tussenkomst van de bataljonscommandant, de baas van de eskadronscommandant, werd een oplossing bedacht: ik kreeg een brief, waarin stond dat ik nooit meer een bevel mocht negeren. Hij vond, met mij, de sop de kool niet waard. Maar het kon ook weer niet geheel onopgemerkt voorbij gaan.

Ik moet bekennen, dat ook de brief net als het incident, niet zo heel veel indruk maakte. Bevelen volg je op als ze er toe doen. Daar is geen brief voor nodig! Als het ‘nergens over gaat’ zou je heden ten dage zeggen: lekker belangrijk!

Tanks (deel 2 van 3), de groene bon

In mijn laatste blog (gisteren) had ik het over mijn diensttijd (1973 -1974) in het leger (even technisch: het was bij de Cavalerie waar we met Leopard 1 tanks reden) en de mogelijke komst van de Sovjets, of de Russen, dat deed er niet zoveel toe. Ze werden verzocht, vrij naar Paul van Vliet (zie vorige blog), niet in het weekend aan te vallen, want dan waren we er niet om enige tegenstand van betekenis te bieden…..

Behalve het gevaar dat uit het oosten kwam, zag ik ook de enorme bureaucratie die in het leger hoogtij vierde. Een tweede gevaar.

Neem de zogeheten groene bon. De groene bon kwam in de plaats voor iets dat gerepareerd moest worden. Als dat het geval was, bijvoorbeeld een auto of een tank, dan werd het onderdeel opgestuurd of weggebracht vergezeld van allerlei bonnen met doordrukjes van verschillende kleuren. Sommige bonnen gingen mee met het onderdeel maar de belangrijkste was de groene bon. Die bleef achter op de plaats van het desbetreffende onderdeel. Dat iets stuk was, gaf helemaal niets, zolang die groene bon er maar was, die toonde immers aan dat het onderdeel in reparatie was. En zo klopte alles weer.

Ik had als pelotonscommandant vijf tanks, waarvan er meestal twee of drie geheel of gedeeltelijk kapot waren. Soms was de hele tank voor reparatie ingeleverd. Een groene bon verving de tank. Dus zeiden wij tegen elkaar, dat als de Russen zouden komen, wij hun de groene bonnen zouden tonen en dan piepten ze wel anders.
Of alles op dit gebied in orde was, werd van tijd tot tijd gecontroleerd. Dat was de zogeheten mio inspectie. Toen ik in dienst kwam zei men mij dat je zo’n inspectie beter niet kon meemaken, omdat de mio inspectie erger was dan oorlog. Want wee degene die zijn bonnen niet op orde had. Ik heb zo’n inspectie inderdaad een keer meegemaakt. Gelukkig bleek alles te kloppen. Oorlog daarentegen heb ik niet meegemaakt. Of het moet in het weekend geweest zijn, toen we allemaal naar huis waren…..

Garage Van Soest BV

Ik ben ooit bijna een garage begonnen. Dat zat zo:
Het zal 1976 geweest zijn. Ik studeerde rechten in Leiden. Ik deed dat niet onverdienstelijk. Ik woonde aan de Haagweg en reed een zogeheten Lelijke Eend. Een Deux Chevaux, een 2CV. De uitvoering van vóór 1970, voor de kenner: vóór de introductie van de 2CV4. Die uitvoering vond ik maar niks, het was net een echte auto, dat was nieuwlichterij.
Ik had de auto gekocht terwijl ik in dienst zat, in 1974, in Duitsland, daar lag ik met mijn eenheid, het 43ste Tankbataljon. En met die eend reed ik eens in de zoveel tijd heen en weer. Ik verdiepte me in de techniek van de auto en was in staat het ding geheel zelf te onderhouden. Doorsmeren, olie verversen, ontsteking afstellen, uitlaat vervangen, na eerst langdurig met gum gum (wie kent het niet!) de gaten te hebben gedicht, kleppen stellen, cilinders vervangen, tot de hele cilinderkop aan toe. Ook beheerste ik het vervangen van de schokdempers. Uiteindelijk heb ik zelfs een keer met een vriend de krukas vervangen. Die vriend had ik nodig omdat hij een momentsleutel had en ik niet. Ik had goed gereedschap en ook wel speciaal op de eend toegesneden, maar een momentsleutel gebruikte ik te weinig en vond ik te duur.
Om aan onderdelen te komen, kocht ik soms een complete eend bij de Eendspecialist in Leiden voor minder dan 100 gulden en bij de reparatie van bijvoorbeeld een cilinderkop had ik de kosten er al meteen weer uit.
Zo bezat ik op enig moment tegelijkertijd drie eenden, waarvan twee rijdend. De derde diende als opslagplaats voor onderdelen, gereedschap en ook als leverancier van onderdelen. Ook kon ik tussen de eenden switchen, al was het alleen al om zo’n ‘opslagplaats’ rijdend te krijgen. Daarnaast voerde ik reclame op de auto’s voor Bas Uitzendbureaus en dat leverde zo’n 25 gulden per maand op.
Op een goede dag was ik aan het sleutelen aan overkant van de straat op de parkeerplaats van de kerk (speciaal met de kerkvader zo geregeld), toen een grote Citroën (je weet wel, zo’n strijkijzer) met een man erin die bij mijn openliggende auto’s waar ik bezig was stopte en een praatje begon. Of ik er veel verstand van had, van dat sleutelen, of ik het leuk vond, hoe ik aan mijn onderdelen kwam, enzovoort. En met één voet op een van mijn spatborden leunend, zei hij vervolgens: “ik ken wel meer van die jongens zoals jij, als student gesjeesd en goed in het sleutelen aan auto’s en dan beginnen ze een garage. Iets voor jou?” en hij gaf mij zijn kaartje. Vroeg of ik hem wilde bellen.
Daar stond ik even van te kijken. Een garage beginnen! Geld verdienen, met auto’s, dat leek me wel wat. Ik had meteen al een naam voor de garage. Ik heb als achternaam De Soet, maar velen noemden me in Leiden Van Soest, dus dat werd Garage Van Soest BV. Fantastisch!
Maar ja, ik ben geen ondernemer, ik wilde afstuderen en dat ben ik toen maar gaan doen. Toen ik goed en wel was afgestudeerd (in 1978), heb de eenden verkocht en ben overgestapt op de Renault 4. Ik vond dat beter bij mijn afgestudeerde status passen. Ik heb sindsdien nooit meer aan een auto gesleuteld.

Benden, benden en benden!

De winterbanden konden er weer af. Enkele dagen geleden. Ik was een beetje aan de late kant dit jaar, kun je wel zeggen. Het is immers al mei. Niet dat het erg is, want het is zo koud en de banden werken vooral goed als het koud is. Tot zo’n negen graden.
Maar waarom zo laat? Dat komt omdat ik van de gelegenheid gebruik wil maken bij Kwik Fit aanwezig te zijn, als ze de banden vervangen. Ik ga er graag zelf naar toe en dat kan alleen ’s ochtends vroeg. Het zijn daar vriendelijke mensen, je krijgt er koffie en ik vind vreemd genoeg de omgeving leuk. Het duurt maar kort, misschien komt het daarom, als ik er de hele dag zou moeten zitten, zou het misschien anders zijn.

Ik zit afwisselend in de wachtruimte, ik loop een beetje heen en weer, kijk naar de auto’s en mijn eigen auto op de brug en ben helemaal omgeven door banden, banden en nog eens banden. De Amerikaan van de Profile Tire Centre reclame zou zeggen: benden, benden en nog eens benden. En coffee.

Hoe verloopt de bandenwissel? Daar zie ik op toe. Ben ik bang dat het niet goed gaat, nee, ik vind het leuk om ernaar te kijken, naar ervaring aan het werk. Doen ze het goed, zit er iemand met kennis en ervaring aan de ‘knoppen’. Want knoppen zijn het: er komt geen sleutel meer aantal te pas. Het zijn een soort lucht gedreven (pneumatische?) boormachines, die de banden met veel geratel van en aan de auto doen. Alles gaat verder elektrisch. Ook het verwisselen van de banden van de velgen.
Totdat alles gereed is: dan word ik uitgenodigd om persoonlijk toe te zien hoe de monteur met de momentsleutel de moeren aan de laatste toets onderwerpt. Een momentsleutel geeft een klik als de ingestelde norm is bereikt. Dan weet je zeker dat de moer goed vast zit en niet té vast. Hij breekt niet.
In dienst leerden we dat als een bout afbrak, je een kwartslag moest terugdraaien. Of, vlak voordat hij afbreekt, moest stoppen met draaien.
Zo zit dat.