Tagarchief: Van Berkel

Eerste baan (1): op de werkplaats

Op 1 september 1978 begon mijn werkzame leven. Na zes jaar studie, onderbroken overigens door anderhalf jaar militaire dienst als reserve-officier van de Cavalerie, eigenlijk ook werk, ging ik, zes dagen vóór mijn afstuderen, bij Van Berkel’s Patent aan de slag. Van Berkel was een middelgroot, van oorsprong Rotterdams, multinationaal, beursgenoteerd bedrijf dat weegschalen en snijmachines vervaardigde en over de hele wereld verkocht.

Lees verder Eerste baan (1): op de werkplaats

Van Berkel’s Patent…., ellende zonder end!

Het is 1978. Ik werk bij weegschalenfabrikant Van Berkel’s Patent. Een gerenommeerd en beursgenoteerd bedrijf met een lange geschiedenis. Even tussendoor, als er werd gebeld en de receptie antwoordde: ‘U spreekt met Van Berkel’s Patent,’ dan werd en aan de aan de andere kant door een boze klant geroepen: ‘ellende zonder end!’
Ik ben trainee. Dat wil zeggen dat ik op allerlei afdelingen te werk wordt gesteld. Zo heb ik in de Vlaardingse vestiging gewerkt en op verscheidene afdelingen in Rotterdam. Echte industrie. Echte fabrieken.
Ik werk op het kantoor en af en toe ook in de fabriek. Ik leer veel. Om te beginnen dat ik niets kan, maar ook bijvoorbeeld het verschil tussen de fabrieksmensen en de kantoormensen, blue collar en white collar. De blue collars maken grappen over de white collars. Bijvoorbeeld over hoe iemand een mapje vasthoudt. Daaraan kun je zien of hij van kantoor of van de fabriek is. Houd je een mapje tegen je zij aan en omhoog naar boven gericht, dan ben je duidelijk van kantoor. Als je van de fabriek bent, houd je het mapje naar beneden gericht, langs je benen. De mannen doen het voor en stappen parmantig kantoormensen nadoend door de fabriek. Ik word getolereerd, ze weten niet wat ze met me aan moeten.
Maar nu over de business en de ontwikkeling daarin. Ik zie en leer hoe een bedrijf in korte tijd weggevaagd kan worden. Van Berkel is een kwaliteitsnaam. Het staat al decennia lang voor ontwikkeling van hoogwaardige mechanische weegtechniek. Er worden weegbruggen ontwikkeld, die bijvoorbeeld vrachtwagens tot 100 ton ijkwaardig (zie voetnoot) kunnen wegen. Ook worden hopperweegschalen ontwikkeld die tonnen aan graan kunnen verstouwen. Op een wat kleinere schaal fabriceren ze onder meer vulinstallaties voor olietonnen. Deze installaties kennen een zogeheten ‘pneumatische afslag’. Dat gaat als volgt: de lege ton rolt op een lopende band en stopt  op een weegschaal, die een onderdeel van de band is. Daar wordt de ton gevuld en terwijl het gewicht toeneemt, loopt de wijzer van de weegschaal op. Na enige tijd, als de ton bijna vol is, gaat de wijzer door een klein luchtstroompje. Dat stroompje wordt onderbroken en daardoor stopt het vullen. De ton tolt door. Adembenemend!
Daarnaast zijn er natuurlijk weegschalen voor winkels. Het kleinere werk met de hogere marges. En ook hier geniet Van Berkel een grote naam.
Dit alles gaat vele decennia goed. Succesvol. Totdat de elektronica zijn intrede doet. Eind jaren zeventig komen er digitale oplossingen die veel preciezer wegen. Er zijn bepaalde verhoudingen die door het IJkwezen als ijkwaardig geaccepteerd worden (zie voetnoot). Dat verandert door de komst van Japanse modellen. Net als met auto’s kunnen de Japanners veel goedkoper offreren. Met dezelfde of betere kwaliteit. Ook Philips meldt zich in de markt. Traditionele aanbieders als Van Berkel hebben hier geen antwoord op. Er komen wel elektronische varianten, maar het is op een paar modellen na too little too late. Van Berkel gaat verlies maken en voor een beursgenoteerde onderneming kan dat niet te lang duren. Het roemruchte bedrijf wordt overgenomen, doorverkocht en weer overgenomen. Alleen de naam  leeft voort…..
Later leerde ik op de business school in Lausanne dat hier de business definition verandert: van mechanische weegschalen naar electronica, een compleet andere markt. Het is moeilijk voor een bedrijf dat in te zien, laat staan daar vervolgens naar te handelen.
————
De uitdrukking “ijkwaardig” houdt in dat de weegschaal aan wettelijke keuringseisen voldoet om te worden gebruikt bij het bepalen van de gewichtsgerelateerde verkoopprijs van een producthoeveelheid. Bijvoorbeeld: een weegbereik van 30 kg wordt in 3000 schaaldelen van 10 gram onderverdeeld. Schaalverdelingen worden altijd gekozen met de waarden 1, 2 of 5. Dus: 10 g, 20 g of 50 g, of 0,1, 0,2 of 0,5 kg, enzovoort. Op de opschriftenplaat van een weegschaal wordt dit aangegeven bijvoorbeeld als: e = 10 g. Zie ook: http://www.engels-weegtechniek.nl/info/ijkw.htm en http://www.weegtechniek.nl/pages/product_help.php.

Efficiency?

Wie herinnert zich niet de elektrische typemachines van IBM? Of waren het elektronische? Van die machines met zo’n bol waarop de letters zaten en, heel belangrijk, een correctietoets.
Ik werkte in 1978 op een afdeling waar de secretaresses deze machines hadden. Het was het eerste bedrijf waar ik ging werken, een bedrijf dat al decennia weegschalen en snijmachines vervaardigde, Van Berkel’s Patent in Rotterdam. Ik werkte daar onder meer op de afdeling Export. Ik maakte offertes voor allerlei soorten weegschalen, eenvoudige schalen voor detailhandel gebruik, wie kent ze niet, de Piccolo, maar ook hele ingewikkelde weegbruggen (tot honderd ton), hopperschalen (om graan te wegen), olievatenafslag weegschalen voor olievaten die een vulinstallatie met pneumatische afslag hadden en ook weer wat simpeler uitvoeringen voor bijvoorbeeld het wegen van een kratje. Wat ik me herinner is dat de schalen aan de binnenzijde gegalvaniseerd werden en aan de buitenzijde gespoten: grijs hamerslag gemoffeld! Maar dit alles terzijde.

De correctietoets gold alleen het eerste vel papier in de machine en niet voor de doorslagen. Die moesten handmatig met typex worden gecorrigeerd. Een eindeloos gedoe natuurlijk. Ook moesten offertes steeds weer opnieuw helemaal uitgetypt worden. Ik kon dat niet zelf doen, want ik beschikte niet over zo’n machine. Dus liep ik altijd maar met mijn handgeschreven offertes en correspondentie te leuren, om iemand van de typistes bereid te vinden, ‘mijn typewerk’ te doen.

Twee keer per jaar kwam er een IBM monteur langs en die gaf de machines een onderhoudsbeurt. Na een halve dag was hij alweer weg. Wat zou dat gekost hebben? Duizend gulden? Misschien tweeduizend?
 
En nu?
 
Nu zijn er personal computers (alweer verouderd), desktop computers, client-server concepten (ook al weer verouderd, geloof ik) laptops, tablets (iPads), smart phones, iCloud en wat dies meer zij. Zowel op het werk, als thuis, als onderweg.  E-mail, documenten, digitale presentaties, spreadsheets, digitale archieven, database systemen, enzovoort, enzovoort. 
 
En we hebben een complete afdeling kantoorautomatisering inclusief een helpdesk, workshops, updates en upgrades, security  layers, en nu ook social media.
De hamvraag is nu, zijn we er beter van geworden?