Tag archieven: Ontbossing

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 3 van 6: blijven we vooruitgaan?

Van de zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.
Hier volgt de derde Volkskrant vraag.
Vraag 3: Blijven we altijd vooruitgaan? Of hebben onze kinderen en kleinkinderen het minder goed dan wij?

Bij deze vraag is het eerste dat mij te binnen schiet, ontbossing. Onder andere door ontbossing zouden onze kinderen het wel eens minder goed kunnen krijgen dan wij. En zeker onze kleinkinderen.

Ontbossing is zo’n issue – er zijn er veel meer – waarbij nadrukkelijk de vooruitgang en de kosten van vooruitgang naar voren komen. Als tegenstelling. De nieuwe generatie zal nog veel meer dan wij al trachten, in het reine met deze tegenstelling moeten zien te komen. Vooruitgang is prima, onvermijdelijk en zelfs prettig, maar de kosten zijn hoog.
Ik herinner me toen ik bij Shell werkte dat we met lange termijn scenario’s werkten. Door het hele bedrijf heen werd met dezelfde optimistische, pessimistische en midden scenario’s gewerkt. Vooral bij het doen en evalueren van investeringen, het gebied waar ik werkte. In de Shell scenario’s werd gewerkt met een wereld mét vooruitgang én zonder. Het ene scenario had hoge kosten, voor milieu en vanwege wat we tegenwoordig duurzaamheid noemen.

 
Het andere scenario, dus weinig vooruitgang, had veel lagere kosten. Ik herinner me nog heel goed dat de man die het presenteerde, zei, dat de ene wereld niet noodzakelijkerwijs slechter zou zijn dan de andere. Die van vooruitgang heeft hoge kosten en daarmee is het contrast groter, wat betekent dat het moeilijker – vooral politiek – is te managen. Maar beide zijn denkbaar en aanvaardbaar.


Terug naar de vraag: zullen we blijven vooruitgaan? Ja, is mijn antwoord, of beter, ja, dat zal gebeuren. Of onze kinderen en kleinkinderen het daardoor minder goed krijgen is niet de juiste vraag, denk ik. Ik meen dat het eerder een kwestie is van het managen van de hoge kosten waarmee de vooruitgang gepaard gaat: zien wij en daarna onze kinderen en kleinkinderen kans de kosten in brede zin in de hand te houden, door bereid te zijn in duurzaamheid te investeren. Zijn wij en daarna zij niet bereid die kans te pakken, dan hebben vooral zij het – materieel – beter maar worden ze van alle kanten door de negatieve effecten bedreigd. Dan wordt de An Inconvient Truth van Al Gore (toch) (nog) waarheid.

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 1 van 6: zorgwekkende ontwikkeling.

Van de zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel in De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen zelf ook eens beantwoorden. Ik doe dat steeds één per blog.

Hier volgt de eerste Volkskrant vraag.

Over welke ontwikkeling maakt u zich het meeste zorgen?

Wat het eerste bij mij opkomt is de toenemende bureaucratie. Er zijn natuurlijk nog wel meer zorgen, zoals oorlog, terrorisme, martelingen, ontbossing, enzovoort. Maar ik wil het even hebben over wat het eerste in me opkomt.

Ik vind het zorgwekkend wat er allemaal aan regels wordt bedacht en hoe ze worden toegepast. Waar dan ook en door wie dan ook. En dan heb ik het nog niet over de vervolgens elkaar tegensprekende regels. Via mijn kinderen heb ik te maken met de regels voor het volgen van universitaire studies. Je weet niet wat je meemaakt: de brei aan regels is als een tsunami. Iemand die daarin goed de weg weet, heeft succes. En vervolgens wordt er over die regels en procedures alleen maar gemaild, inclusief de daarbij behorende fouten en miscommunicatie. Er is geen persoonlijk contact. Voortdurend komen er zodoende andere mensen aan het woord. Dat betekent dat bovenop al deze regels ook nog eens een zorgelijk communicatie issue aan het ontstaan is, om maar te zwijgen over de begripsverwarring.


Bovendien is dit een zorgelijke ontwikkeling omdat het wantrouwen in de hand werkt, respectievelijk vergroot. Men vertrouwt gezagdragers niet meer, de claimcultuur wordt in de hand gewerkt.

Onderwijs is dus zo’n voorbeeld. Docenten raken overwerkt, niet zozeer door de druk die lesgeven met zich meebrengt, die is immers van alle tijden, nee, het omgaan met de regeldruk is de belastende factor.

Op talloze andere gebieden is regelgeving ook alom aanwezig of in aantocht: de regelgeving over pensioenen, met alle onbegrip, starheid en soms gewoonweg domheid van dien. Hoe kun je over een ingewikkeld onderwerp als pensioenen communiceren, als er tegelijkertijd wordt geëist dat bepaalde juridische teksten dienen te worden gehanteerd?  Zomaar een voorbeeld. Waarin sprake van tegenspraak is. Toezichthouders schrijven van alles voor, risicomijdend en bang als ze zijn. Ik heb daar al eens eerder een blog aan gewijd.



Wat dacht je van de regelgeving uit ‘Europa’? Europa en de Europese Unie zijn wat mij betreft een prima idee, het vermijden van oorlog, het bevorderen van de economie, ik sta daar helemaal achter. Maar graag zonder de bureaucratie. Wie had kunnen bedenken dat deze tomeloze bureaucratie zou ontstaan. Een bureaucratie waar niemand iets aan schijnt te kunnen doen, de machthebbers accepteren het, stimuleren het zelfs. Het effect is dat de burger zich langzaam maar zeker van Europa afkeert en dat het oorspronkelijke grootse idee, één verenigd Europa, teloor gaat.