Categorie archieven: Maatschappij

De Olympische Spelen (deel 1 van 2)

Je wordt er toch wel door gegrepen, door de Olympische Spelen. Je kunt er ook niet echt omheen, want het is aan de orde van de dag. En het is spannend. Maar ik heb wel wat vragen.

Hoe komt het toch dat er sporters zijn, die bij wijze van spreken moeiteloos vijf keer achter elkaar wereldkampioen worden, in de een of andere sport, soms een paar weken voordat de Spelen gehouden worden en op de Olympische Spelen op z’n best brons pakken. Als ze er al aan te pas komen en niet roemloos ten onder gaan. Heel verdrietig, want ze waren immers de kanshebber, de favoriet.
Is het de mentale druk, die zo lastig te hanteren is? Omdat het de Olympische Spelen zijn, die ten slotte maar eens in de vier jaar worden gehouden? Of is het het zijn van de favoriet? Dat schept naast de prestatie die geleverd moet worden, nog een extra verwachting, die er bovenop komt. Ik vind het moeilijk te doorgronden.
Het moet wel een mentale kwestie zijn. Ook bij een WK of EK Voetbal zie je het terug: denk aan ons eigen Nederlands Elftal: twee jaar geleden finalist bij het WK Zuid-Afrika in 2010, nu zou je zeggen, een zilveren plak, niks mis mee en twee jaar later tijdens het EK bakken ze er werklijk niets van. Bijna hetzelfde team, dezelfde trainer, bijna dezelfde omstandigheden, maar het lukte niet.
Een gunstige uitzondering zijn misschien de hockeyvrouwen. Vier jaar geleden bij de Spelen in Beijing in 2008 goud, door een uiterst gecultiveerde mentale hardheid. Ik noem een voorbeeld: een achterstand tijdens een wedstrijd werd uit de gedachten verbannen. Het was er wel, maar ergens in het achterhoofd en het speelde daardoor tijdens het uitspelen van de wedstrijd, geen rol van betekenis. Als de achterstand zodoende niet in de weg zit, kun je als het ware ‘gewoon’ doorspelen en vanuit die mentaal neutrale positie toch je doelpunten scoren en winnen.
Laten we hopen dat deze mentale kracht vele Nederlandse sporters tijdens de Olympische Spelen van 2012 in Londen gegeven is.

Eindexamenuitslag!

We kennen ze in vele varianten: examenuitslagen. Vooral die van het eindexamen. Doet er niet toe welke soort opleiding het is, vwo, havo,vmbo, het blijft een buitengewoon spannende aangelegenheid. Deze maand had ik ook zo’n eindexamenklantje: onze jongste dochter in geslaagd voor haar vwo!
De spanning is zó groot, dat je het je hele even niet meer vergeet. Wat je ook daarna gaat doen, er is geen examen meer dat een grotere impact op jou en je leven heeft, dan het eindexamen. De spanning, de uitslag, de vreugde, of voor sommigen het verdriet en de teleurstelling. En vooral voor de laatste categorie, het trauma dat je overhoudt aan het niet halen van je eindexamen. Iedereen feesten, het mag nu en jij moet een heel jaar ‘wachten’ op de herkansing. In de tussentijd gaan je vroegere vrienden en vriendinnen, klasgenoten, door met hun (nieuwe) leven. Jij gaat terug naar school. Wat ik al zei, het heeft een enorme impact.
Tegenwoordig bellen ze degenen die gezakt zijn. En, om vergissingen te voorkomen, nu ook geslaagden. En dat is maar goed ook. Want je ziet het mis gaan: ze bellen niet, je wacht, je denkt dat je geslaagd bent en gaat naar school om je cijferlijst op te halen. Blijkt, daar aangekomen, dat ze een vergissing hebben begaan, je bent om de een of andere reden niet gebeld. En je teleurstelling is nog groter, dus voegen ze je nog even toe: een vergissing is menselijk hè? Je vergeet het je hele leven niet meer!
Of ze laten iederéén naar school komen, zoals in mijn geval, destijds. We stonden eindeloos lang in de schoolkantine te wachten. Onze ouders, broers en zussen stonden buiten voor de school. De bedoeling was dat klasgenoten die gezakt waren of een her hadden, via de achteruitgang de school zouden verlaten. Dan zouden de gezakten en de aankomende feestgangers niet in elkaars vaarwater hoeven te komen! Daar was over nagedacht!
Na verloop van tijd verscheen de con-rector Bodewitz (eindelijk!) en die haalde er een iemand uit. Ik zie hem nog vertrekken. Albert heette hij. Hij was gezakt. Dat vonden we erg voor hem, tenslotte was hij een klasgenoot. Maar we wisten ook dat wij dus niet gezakt waren, misschien een her of misschien zelfs …. dat wat nog niet genoemd mocht worden!
De con-rector kwam na weer een lange tijd terug en noemde zes namen. Deze klasgenoten hadden een her. De conclusie was snel getrokken. Terwijl de zes begonnen te vertrekken, ook hen zie ik nog gaan, kon het niet anders dan dat de anderen dus waren geslaagd. De con-rector maakte inderdaad een gebaar met zijn hand, zo van, ja ik kan het nu ook niet langer tegenhouden en dus, ondanks dat degenen die een her hadden nog niet zoals de bedoeling was een veilig heenkomen hadden kunnen zoeken, steeg een luid gejuich op. We waren geslaagd! En we stormden naar buiten.
Na de felicitaties van onze families in ontvangst te hebben genomen, volgde meteen, dezelfde middag, de diploma-uitreiking en klaar waren we! Op naar de toekomst.
Heerlijk! Wat een feest. Het was 19 mei 1972.

Het EK

Laat ik ook mijn duit in het zakje doen, als het om het EK gaat. Het is tenslotte een volstrekte hype. Zelf ben ik eigenlijk nog niet hersteld, bij wijze van spreken, van het WK van 2010 en de verloren finale tegen Spanje. Ik had eigenlijk liever gezien dat we vier jaar hadden gewacht en dan weer aan het WK zouden hebben meegedaan. Het WK winnen dat moet naar mijn idee de doelstelling zijn. Eindelijk eens een WK winnen!
Maar zo werkt het niet: Nederland kwalificeert zich netjes voor het EK en dan wordt er gewoon na twee jaar dus, gespeeld. En Nederland staat weer op z’n kop.
In de kranten, op tv, om je heen, zoals op de weg, zie je de oranjegekte op gang komen,  beginnend zo’n vier weken voor de eerste wedstrijd. Ik hoop dan altijd maar voor al die enthousiastelingen, dat we er niet meteen na de poule wedstrijden uit worden gegooid. Al dat werk van het versieren van de huizen de straten, de auto’s, de energie die in de praatprogramma’s tot uiting komt, het zou allemaal voor niets zijn.
Ik ben over het algemeen een optimist, al ik heb door de jaren heen ook teleurstellingen met het Nederlands elftal meegemaakt. Ik blijf optimistisch over ‘onze kansen’. De laatste acht of negen keer kwamen we erg ver in het toernooi, maar als je naar het afgelopen seizoen van de spelers kijkt, lijkt het mij dit keer wel lastig worden.
Andersom geldt overigens ook: een prima seizoen staat niet garant voor succes met het Nederlands Elftal. Neem nou Bergkamp, destijds. Fantastische speler, maar bij een WK of EK bakte hij er maar weinig van. Schoot altijd over of naast of helemaal niet. Behalve die ene keer dan, tegen Argentinië, tijdens de kwart finale in 1998. Wat was dat mooi!


In zijn plaats is nu Van Persie gekomen. Topscorer, speler van het jaar, maar bij Oranje zie je hem nog niet zo heel erg uit de verf komen. Hopelijk komt dat nog, te beginnen met dit toernooi.
Enfin, de gekte dus. Lopend door Scheveningen, zaterdagmiddag, zag ik ook hier sommige straten versierd, zie foto. Echt mooi is het overigens vaak niet: een rommeltje aan vlaggetjes van de huizen naar de een lantaarn paal en terug. Een rotzooitje. Dat geldt niet voor de foto: hier is veel creativiteit betracht!
En tomeloos enthousiast!

Garage Van Soest BV

Ik ben ooit bijna een garage begonnen. Dat zat zo:
Het zal 1976 geweest zijn. Ik studeerde rechten in Leiden. Ik deed dat niet onverdienstelijk. Ik woonde aan de Haagweg en reed een zogeheten Lelijke Eend. Een Deux Chevaux, een 2CV. De uitvoering van vóór 1970, voor de kenner: vóór de introductie van de 2CV4. Die uitvoering vond ik maar niks, het was net een echte auto, dat was nieuwlichterij.
Ik had de auto gekocht terwijl ik in dienst zat, in 1974, in Duitsland, daar lag ik met mijn eenheid, het 43ste Tankbataljon. En met die eend reed ik eens in de zoveel tijd heen en weer. Ik verdiepte me in de techniek van de auto en was in staat het ding geheel zelf te onderhouden. Doorsmeren, olie verversen, ontsteking afstellen, uitlaat vervangen, na eerst langdurig met gum gum (wie kent het niet!) de gaten te hebben gedicht, kleppen stellen, cilinders vervangen, tot de hele cilinderkop aan toe. Ook beheerste ik het vervangen van de schokdempers. Uiteindelijk heb ik zelfs een keer met een vriend de krukas vervangen. Die vriend had ik nodig omdat hij een momentsleutel had en ik niet. Ik had goed gereedschap en ook wel speciaal op de eend toegesneden, maar een momentsleutel gebruikte ik te weinig en vond ik te duur.
Om aan onderdelen te komen, kocht ik soms een complete eend bij de Eendspecialist in Leiden voor minder dan 100 gulden en bij de reparatie van bijvoorbeeld een cilinderkop had ik de kosten er al meteen weer uit.
Zo bezat ik op enig moment tegelijkertijd drie eenden, waarvan twee rijdend. De derde diende als opslagplaats voor onderdelen, gereedschap en ook als leverancier van onderdelen. Ook kon ik tussen de eenden switchen, al was het alleen al om zo’n ‘opslagplaats’ rijdend te krijgen. Daarnaast voerde ik reclame op de auto’s voor Bas Uitzendbureaus en dat leverde zo’n 25 gulden per maand op.
Op een goede dag was ik aan het sleutelen aan overkant van de straat op de parkeerplaats van de kerk (speciaal met de kerkvader zo geregeld), toen een grote Citroën (je weet wel, zo’n strijkijzer) met een man erin die bij mijn openliggende auto’s waar ik bezig was stopte en een praatje begon. Of ik er veel verstand van had, van dat sleutelen, of ik het leuk vond, hoe ik aan mijn onderdelen kwam, enzovoort. En met één voet op een van mijn spatborden leunend, zei hij vervolgens: “ik ken wel meer van die jongens zoals jij, als student gesjeesd en goed in het sleutelen aan auto’s en dan beginnen ze een garage. Iets voor jou?” en hij gaf mij zijn kaartje. Vroeg of ik hem wilde bellen.
Daar stond ik even van te kijken. Een garage beginnen! Geld verdienen, met auto’s, dat leek me wel wat. Ik had meteen al een naam voor de garage. Ik heb als achternaam De Soet, maar velen noemden me in Leiden Van Soest, dus dat werd Garage Van Soest BV. Fantastisch!
Maar ja, ik ben geen ondernemer, ik wilde afstuderen en dat ben ik toen maar gaan doen. Toen ik goed en wel was afgestudeerd (in 1978), heb de eenden verkocht en ben overgestapt op de Renault 4. Ik vond dat beter bij mijn afgestudeerde status passen. Ik heb sindsdien nooit meer aan een auto gesleuteld.

Ik ben gerold!

 

Het was Koninginnedag 2012. Een super druk straatje in Amsterdam met alleen maar in het oranje geklede mensen. Het was de enige mooie dag van het jaar. Het was zo warm dat mijn jas met daarin mijn portemonnee omgekeerd aan mijn middel hing. Ik wist dat de portemonnee nog in mijn jas zat, want ik voelde geregeld dat hij er nog was. Hij zwiepte de hele tijd tegen mijn knie aan. Het volgende moment was hij verdwenen! 

Ongetwijfeld heeft de eveneens in het oranje geklede dief een tijd met mij opgelopen en heeft hij dat ook na de diefstal gedaan, om vervolgens wat van mij af te zwenken, op te gaan in de oranje massa,  het contante geld eruit te halen en de rest, dat wil zeggen, de portemonnee met pasjes waar je die dag niets aan had, weg te gooien. Dat laatste bedacht ik me pas later, lang nadat ik alles wat er te blokkeren viel, had geblokkeerd.
Wat een toestand! Het eerste dat in mij opkwam, was inderdaad het blokkeren van de passen. Dat heb ik gedaan. Dat gaat echter niet zomaar, nee, je moet voor elke pas en credit card een ander nummer draaien. Dat had ik overigens ooit voorbereid, door dat soort telefoonnummers in mijn contacten op te slaan. Trots ga ik aan de slag. De eerste vraag die men stelt, nadat men beleefd zijn medeleven heeft betuigd – en daar zit ik niet op te wachten, ik wil immers blokkeren en wel zo snel mogelijk – is, wat het nummer van de kaart is. Dûh, de kaart is net gestolen. Oh ja, da’s waar ook.
Vervolgens blijkt achteraf dat sommige helpdesk medewerkers vergeten zijn mij te vragen of ik een nieuwe pas wil. Natuurlijk wil ik dat! Dat hoef je toch niet te vragen! Na een week kom ik erachter dat ze het vergeten hebben mij te vragen, dus gebeurt er niets.
Ook mijn rijbewijs is weg. Ligt ongetwijfeld ergens in de gracht. Aangifte doen. De dienst doende ambtenaar wijst mij erop dat ik zonder rijbewijs niet aan het verkeer mag deelnemen. Maar, zo breng ik daar tegen in, met een paspoort (=identiteitsbewijs) en een procesverbaal van vermissing (komt in de plaats van het rijbewijs), zou ik toch een heel eind moeten komen, zou ik – geheel theoretisch uiteraard – tegen een bon aanlopen. De dienst doende ambtenaar steekt er zijn hand niet voor in het vuur.
Bij het stadsdeelkantoor meld ik enthousiast dat ik het, gegeven de omstandigheden, met al deze papieren, die tezamen ongeveer een rijbewijs opleveren, toch wel erg goed voor elkaar heb. Maar ook hier valt een snedige opmerking dat ik niet geacht word aan het verkeer deel te nemen, mij ten deel. En ik moet nog een opslag op de kosten voor de diefstal betalen ook!
Enfin, veertien dagen later heb ik bijna de helft van alle spullen weer terug. Met uitzondering van het contante geld uiteraard en een tegoedbon van de Mediamarkt. Die ben ik natuurlijk ook kwijt! 

Benden, benden en benden!

De winterbanden konden er weer af. Enkele dagen geleden. Ik was een beetje aan de late kant dit jaar, kun je wel zeggen. Het is immers al mei. Niet dat het erg is, want het is zo koud en de banden werken vooral goed als het koud is. Tot zo’n negen graden.
Maar waarom zo laat? Dat komt omdat ik van de gelegenheid gebruik wil maken bij Kwik Fit aanwezig te zijn, als ze de banden vervangen. Ik ga er graag zelf naar toe en dat kan alleen ’s ochtends vroeg. Het zijn daar vriendelijke mensen, je krijgt er koffie en ik vind vreemd genoeg de omgeving leuk. Het duurt maar kort, misschien komt het daarom, als ik er de hele dag zou moeten zitten, zou het misschien anders zijn.

Ik zit afwisselend in de wachtruimte, ik loop een beetje heen en weer, kijk naar de auto’s en mijn eigen auto op de brug en ben helemaal omgeven door banden, banden en nog eens banden. De Amerikaan van de Profile Tire Centre reclame zou zeggen: benden, benden en nog eens benden. En coffee.

Hoe verloopt de bandenwissel? Daar zie ik op toe. Ben ik bang dat het niet goed gaat, nee, ik vind het leuk om ernaar te kijken, naar ervaring aan het werk. Doen ze het goed, zit er iemand met kennis en ervaring aan de ‘knoppen’. Want knoppen zijn het: er komt geen sleutel meer aantal te pas. Het zijn een soort lucht gedreven (pneumatische?) boormachines, die de banden met veel geratel van en aan de auto doen. Alles gaat verder elektrisch. Ook het verwisselen van de banden van de velgen.
Totdat alles gereed is: dan word ik uitgenodigd om persoonlijk toe te zien hoe de monteur met de momentsleutel de moeren aan de laatste toets onderwerpt. Een momentsleutel geeft een klik als de ingestelde norm is bereikt. Dan weet je zeker dat de moer goed vast zit en niet té vast. Hij breekt niet.
In dienst leerden we dat als een bout afbrak, je een kwartslag moest terugdraaien. Of, vlak voordat hij afbreekt, moest stoppen met draaien.
Zo zit dat.

Korten van pensioenen 3

Ik kan het niet laten. Nog eenmaal over het korten van pensioenen. De laatste dagen blijft het korten van pensioenen de media immers bezig houden. Enigszins verdrongen door het aftreden van Job Cohen als fractievoorzitter van de PvdA. En natuurlijk door het ski-ongeluk van Prins Johan Friso.

Er valt te beluisteren dat als we de pensioenen niet korten, de jongere generatie de dupe is en ten onrechte de rekening van de hebzucht, het egoïsme, etc., van de babyboomers doorgeschoven krijgt. En nu komt het:

Hoezo, de jongere generatie de dupe? Wat een onzin. Bedenk eens dat de jongere generatie ook nog niet veel premie heeft betaald. De jongere generatie betaalt natuurlijk ook mee, maar door de jaren heen gaat het pas een beetje aantikken. Voor de pensioentechnici onder ons: ook de jongere generatie betaalt mee door te voldoen aan de zogeheten ‘doorsneepremie’. Daardoor betalen ze aanvankelijk meer dan ze opbouwen, iets dat gegeven de groei van flexwerkers, zzp’ers en dergelijke zou moeten  veranderen. Maar dat terzijde.

Dit begrip betekent dus dat jongere generaties iets meer betalen dan dat ze aan aanspraken opbouwen en oudere iets minder – dit wordt de solidariteit tussen de generaties genoemd. Ondanks deze doorsneepremie is er in absolute termen minder betaald. Alleen al door vervolgens jarenlang premie te (blijven) betalen, lost de jongere generatie het ‘doorgeschoven’ probleem voor een groot deel op (let wel: als er al van doorschuiven van de ene generatie naar de ander sprake is). Dan heb ik het nog niet over toekomstige rendementen. De jeugd ‘zit’ op een enorme potentiële groei! Op aanwas door rendementen. in de afgelopen twintig jaar is het pensioenvermogen meer dan verdubbeld! Maar daar mochten we immers niet van uitgaan, van de boekhouders en de pessimisten. Dat deze rendementen er ooit nog zouden komen, dat gaat een boekhouder niet van uit. Volgens de accountants regels mag hij dat ook niet. Ik behoor tot de optimisten, weet je nog wel, zie een eerdere blog. Die premiebetaling, aangevuld dus met beleggingsresultaten, leiden uiteindelijk tot een goed pensioen.

Als je daarbij betrekt dat er al jaren geen indexatie is geweest en er ook een eventuele korting komt, volgend jaar, dan zijn juist de ouderen de dupe!

Korten van pensioenen 2

Waarom zouden we moeten korten op pensioenen?
Er is geld genoeg, voor jaren en jaren. Zo’n duizend miljard euro! Terwijl zelfs een gezagdragend instituut als De Nederlandsche Bank officieel en op de televisie zegt dat er een tekort bij pensioenfondsen is. ‘Er is te weinig geld. Er is te weinig in kas om de pensioenen te betalen!’ roept De Nederlandsche Bank.

Wat een misverstand!

Alleen boekhoudkundig hebben we een tekort. Dat heeft alles te maken met de wijze van berekenen van de uitstaande pensioenverplichtingen. Verplichtingen die wel zestig jaar uitstaan. Men hanteert een rekenkundige techniek en daar zitten nogal wat veronderstellingen in. De belangrijkste is de rentevoet die je gebruikt, de zogeheten disconteringsvoet. Ik herinner me van het jaar dat ik een business school bezocht, in Lausanne in 1981, dat we artikelen lazen en case studies oplosten over dit soort berekeningen. De artikelen waren van bijvoorbeeld de Harvard Business Review (niet de minste) en daarin werd deze methode van ‘discounted cashflow’ als behulpzaam, maar discutabel beschreven. Dat betekende dat je vooral kritisch op de uitkomst moet blijven.

Als gezegd, vraagtekens bij de te hanteren rente, maar ook de looptijd was een punt van discussie. Hoe langer de looptijd, hoe veranderlijker de uitkomst. Kort geformuleerd: allemaal keuzes. Je kunt dus ook andere keuzes maken.

Voor pensioenfondsen komt er nog een complicatie bij: de bezittingen worden anders behandeld dan de verplichtingen. Bezittingen mogen uitgaan van een hoger rendement dan de rente die bij de waardering van de verplichtingen moet worden gebruikt. Boekhoudkundig is daar wel iets voor te zeggen: bij de samenstelling van een winst- en verliesrekening ben je altijd voorzichtig met de opbrengsten (vooral als je ze nog niet hebt) en kosten reken je geheel mee, ook al heb je ze nog niet gemaakt. Maar bij pensioenfondsen hebben we het daar eigenlijk niet over. Daar hebben we het over de balans. En je kunt ook overdrijven. De lage rente en de twijfels over de looptijd, vragen op zijn minst een opslag en vooruit, dan ook een afslag bij de rendementen op de bezittingen. Het geheel komt daardoor beter in balans. Wat het woord al zegt: balans.

Tenslotte: er is helemaal geen tekort. Er wordt met een zogeheten kostendekkende premie gewerkt. In de jaarlijkse kosten zitten de uitkeringen verwerkt en die worden jaarlijks door de premie gedekt.

Hoe betalen we onze ‘oudjes’?

Mijn moeder was onlangs jarig. Ze werd maar liefst 85! Ze is gezond, rijdt auto, fietst, wandelt, doet boodschappen, is geïnteresseerd in wat er om haar heen gebeurt, sociaal, cultureel, politiek, enz. En ze stelt zich de vraag wat er moet gebeuren als het ineens anders gaat. Als het niet meer kan. Als zij niet meer kan. En dat kan zomaar van de een of andere dag gebeuren. De emotionele kant van dit soort zaken laat ik voor nu even rusten. Dat u niet zult denken, hij denkt alleen maar aan wat hieronder komt (de kosten). Ik val de lezer met de emoties (nu) niet lastig. En mijzelf ook maar even niet. Wie weet komt dat nog eens.

Het gaat mij nu even om het volgende: Ze zei dat ze het voor zich zag: ze zit ergens, of ze ligt ergens, ze kan niet(s) meer. Er worden (enorme) kosten gemaakt om haar op te kalefateren of op zijn minst in leven te houden. Nogmaals, het speelt nu niet gelukkig, maar bij oude mensjes kan het noodlot zomaar toeslaan. En als die kosten worden gemaakt, wie betaalt dat dan, zo vroeg ze zich af. Ik wil dat eigenlijk niet meer, tegen die tijd. De kosten worden betaald door de AWBZ, de ziektekostenverzekering, of zo, die hierdoor extra hoge premies moet heffen. En tegelijkertijd ontvangt ze al jaren een nabestaandenpensioen van het ABP. En dat gaat gewoon door, ziek of niet ziek, oud of nog ouder en in leven gehouden. En als het noodlot heeft toegeslagen maakt ze er geen gebruik meer van, vindt ze. Nu wel, dan niet.

Kunnen we het dan niet aan elkaar koppelen? Dus dat die pensioenuitkering geheel of gedeeltelijk en onder nader uit te werken voorwaarden naar de AWBZ of de ziektekostenverzekering gaat? Oei, dat is een gevaarlijke gedachte. Je gaat je ineens bemoeien met het behoeftepatroon van mensen. Aan de andere kant, het moet wel betaalbaar blijven.

Korten van Pensioenen


Onlangs weer eens bij een pensioenbijeenkomst geweest. Van de Pensioenfederatie in het World Forum in Den Haag. Ik wilde weten wat ze over het korten van pensioenen te zeggen hadden. En tegelijkertijd kwam het onderwerp in de Tweede Kamer aan de orde. Dus ’s avonds naar het NOS Journaal gekeken. Pensioenen zijn en blijven super actueel. Maar iedereen – jong en oud, deskundigen en toezichthouders – heeft er zo langzamerhand een nare smaak van in de mond.

De Pensioenfederatie had het over de technische kant van het korten. Het Journaal daarentegen, deelde de mensen die hier wat van vinden in twee groepen in: optimisten en pessimisten.

De optimisten zeggen, er is voldoende geld en in al die jaren die er voor ons liggen, komt het met zoveel geld helemaal (weer) goed. Dus weg met die miezerige boekhoudregels, dat is voor bange mensen.

De pessimisten zeggen, dat je de rekening van de tekorten van nu niet naar de volgende generatie moet (willen) doorschuiven. Misschien komt het niet goed en dan zit de jongere generatie met de gebakken peren.

Ik behoor tot de groep optimisten. Zo sta ik in het leven.