Het was mooi! Dit was en is stabiliteit en continuïteit in actie. Met een vleugje glamour.
Categorie archieven: Maatschappij
Binnenkort koning
De duobaan kwam langs. Prima zoals hij zich daarover uitliet. Grondwettelijk is er de koning, dat kan een man of een vrouw zijn. Ik zeg het in m’n eigen woorden. Dat betekent dus dat als de grondwettelijke functie ‘koning’ wordt ingenomen door een man, zijn vrouw koningin kan worden genoemd. Is de koning een vrouw, dan kan de man niet anders dan prins-gemaal zijn.De Amerikaanse highway
In Amerika heb je een systeem van wegen, de Interstate highways, die in de meeste gevallen ook de staten met elkaar verbindt. Al in de jaren vijftig gebouwd.
Voorts zijn er overal op- en afritten, zowel naar links als naar rechts. Afritten naar winkels en winkelcentra, shopping malls, restaurants, drive thru’s, soms eindeloos achter elkaar. McDonald’s, Burger King en allerlei lokale fast food restaurants, Denny’s, Wendy’s, maar ook Charley’s Stakehouse, Red Lobster, de Lobster Pot, het Japanse Kobe, enzovoort. Ziet er altijd wel gezellig uit, overigens, vooral ’s avonds, als alles verlicht is.
Een volgend voordeel van de highway met de vele winkels en restaurants ernaast is, dat al die verschillende zaken door subwegen met elkaar verbonden zijn. Mocht je te laat afslaan, geen nood, ‘binnendoor’ ben je zo weer ter bestemder plaatse.
Wat ik ook zo kan waarderen is dat de rijrichting overal staat aangegeven. Bijvoorbeeld US highway 192 North. Of, de andere kant op: South. En in de auto staat aangegeven (bij moderne auto’s in de spiegel) of je west of oost, noord of zuid rijdt, of daartussen in, bijvoorbeeld zuidoost. Je weet in grote lijnen waar je heen gaat, bij twijfel ga je de kant op waar je reisdoel ligt. In Nederland staan op de groene hectometerpalen langs de snelweg, Li en Re, wat staat voor links en rechts. Het kan gebeuren dat je naar het noorden rijdt op bijvoorbeeld de A4. Staat er op zo’n hectometer paal ‘Li’. Dan klopt dat niet met je gevoel. Het voelt namelijk als rechts. Je moet nadenken, terwijl noord of zuid, logischer zou zijn. De jaren ’70: na de revolutie
Toen ik zelf als student die leeftijd had, waren de harde kanten er al weer helemaal af. De democratisering van universiteiten had gestalte gekregen. Er werd landelijk nog wel eens gestaakt (bijvoorbeeld tegen het optrekken van het collegegeld naar duizend gulden – 1972), maar van een revolutie was al lang geen sprake meer.
Men vond wel dat ze er in de Sovjet Unie een potje van maakten en ja in de DDR ook, maar de Chinezen, dat was zoals het moest zijn. Ja, zei ik maar, om er vanaf te zijn. Gevoelsmatig klopte het niet.
We hadden de seksuele revolutie gehad, min of meer, maar we wisten niet goed wat er nu moest gebeuren. Angst was er voor zwangerschappen. De pil was nog geen gemeengoed. Er was weinig over te vinden of te lezen, want het was allemaal nieuw. En als er al iets viel te lezen, dan werd het omfloerst beschreven, geen klare taal.
Later was ik wel eens jaloers op latere generaties studenten, die zoveel meer zekerheden hadden. De verwarring was voorbij, er was een nieuwe orde ontstaan, daar kom men zich aan vastklampen. Hippies waren op hun retour, anti autoritair gedrag was niet meer nodig, sterker, men wilde niet meer: een serie op tv volgen, dat kreeg prioriteit! Het is dus allemaal op zijn plaats gevallen.
Publix, een Amerikaanse supermarkt keten
Links en rechts in de politiek


Van oudsher claimt links progressief te zijn. Dus is rechts van oudsher conservatief. Dat zal ooit ook wel juist geweest zijn, maar is dat nog zo, in de 21ste eeuw?
In het grootste deel van vorige eeuw werden grote stappen gezet op sociaal gebied. Dat kwam door de opkomst van de vakbeweging en de socialisten. Zij waren links en progressief. Zij bereikten op sociaal gebied echt veel en dat heeft fantastische resultaten opgeleverd. Denk aan armoede bestrijding, inkomensverdeling, werkgelegenheid, bestrijding van ongelijkheid, allerlei zorgwetten, oudedagvoorziening, enzovoort. Het ging hand in hand met de ontwikkeling van andere bewegingen zoals emancipatie van allerlei minderheden, mileu-bewustzijn, nu duurzaamheid genoemd. Je zou kunnen zeggen dat de ‘wet van de stimulerende achterstand’ volop aan het werk was. Progressie dus.Maar nu keert het tij: juist de vakbeweging en socialisten zijn tegen hervormingen van allerhande vooral sociale zaken, stammend uit de vorige eeuw. Ze zijn versleten geraakt en hebben allerlei onbedoelde uitwassen inmiddels mogelijk gemaakt. Pas onder druk van de crisis lukt het om weer creatief te zijn en de noodzakelijke vernieuwingen te kunnen laten plaatsvinden. Dat is winst.
NB: er zijn merkwaardigerwijs Groupon bonnen in de blog terecht gekomen. Ik krijg ze niet weg. Excuses daarvoor!
De medische zorg, mijn verwonderpunten
Ik ben de laatste tijd wat vaker in aanraking gekomen met de medische zorg. Dat komt omdat ik Renée, mijn dochter van 24, vergezel naar allerlei instanties op medisch gebied. Zij heeft chronisch ernstige pijn in de onderrug omdat daarboven een zogeheten blokwervel zit. Daar is ze mee geboren. Er zijn specialisten die zeggen dat er daardoor geen aanleiding is om een ‘ander’ leven te hoeven leiden. Anderen zeggen, dit hebben we nog nooit gezien! Ik zou zeggen, mijn eerste verwonderpunt!
Na lange tijd ons met de specialisten op de blokwervel geconcentreerd te hebben, hebben we op eigen initiatief op enig moment besloten dat ‘het roer om’ moest en dat we ons beter op de pijn konden concentreren en wat haar veroorzaakte, dan op de blokwervel als zodanig.
We hadden de indruk dat er van overbelasting sprake is. Tweede verwonderpunt: waarom komen de specialsiten niet op deze gedachte? Vervolgens zijn we bij weer andere specialisten en ook bij de pijnpoli beland.
Even tussendoor een aantal meer algemene verwonderpunten: de specialisten binnen één gebouw, hebben elk een eigen balie. Wij rennen van de een naar de ander en overal vullen we, na lang wachten, dezelfde formulieren handmatig in! Om maar te zwijgen van de enorme aantallen receptionistes en/of verpleegsters, die overal rondlopen en die ook nog eens naar elkaar verwijzen. Er lijkt ruimte voor heel erg veel efficiency verbetering. Met grote besparingen.
Daarnaast valt op dat de medische zorg zeer sterk automatiserings-gedreven is, maar bij de receptie hanteert men sterk verouderde technieken: veel gaat met de hand, er is erg veel dubbel werk, waardoor veel fouten. En ze gebruiken soms nog doorslagen met carbonpapier! Verwondering!
Zitten we bij de pijnspecialist, blijkt het niet zo’n sympathieke of beter, niet zo’n empathische man. Hij kwam erg ongeïnteresseerd over. Om dat te verdoezelen, stelde hij wat vragen in de persoonlijke sfeer, zo van wat studeer je, oh dat, wat houdt dat in en ik zie dat je werkt voor een bedrijf dat zonnepanelen verkoopt, welke zijn volgens volgens jou de beste en dat soort beleefdheidsvragen. Ze leken uit het cursusboek ‘Empathie voor Dummies’ te komen. We zaten daar helemaal niet op te wachten, niet op dat moment. Er is een urgent probleem en daar willen we het over hebben! Ter zake graag!
Okay, we komen ter zake. Er is enige medicatie. Er is een apparaatje, Tens geheten, dat de zenuwen rondom de pijn beïnvloedt, maar veel meer is er niet. Hij blijkt al gauw over pijnbestrijding uitgepraat te zijn. Hij zegt erbij dat je op zo’n jonge leeftijd niet te veel medicijnen moet gebruiken. Tegelijkertijd komen we tot de conclusie dat je op zo’n jonge leeftijd niet structureel zoveel pijn zou moeten hebben, namelijk zodanig dat je niet (meer) kunt werken, respectievelijk nog maar een heel beperkte actieradius hebt. Veel verder kwamen we niet. Hij wekte voortdurend de indruk dat onze tijd op was en dat we weer moesten opstappen, respectievelijk de vragen die we hadden aan de assistente moesten stellen.
Verwonderpunt: waar is juist bij iemand die zich in pijn en pijnbestrijding heeft gespecialiseerd, het gevoel dat hij of zij je helemaal van die pijn te wil afkrijgen?
Enfin, wij zijn inmiddels weer wat verder en hebben gelukkig een empathische ortho-manuele therapeut gevonden. Een goede vriend van mij. Ik ben hem dankbaar!
Een blog over toezichthouders
In september 2008 brak de kredietcrisis uit, in Europa. Vervolgens kwam er een stroom van kritiek los, vooral gericht op de toezichthouder van de banken, De Nederlandsche Bank. Dat werd nog eens versterkt door latere debacles zoals Icesafe en DSB. 
De ondertoezichtgestelden proberen in eerste instantie door lobby activiteiten onder de nieuwe regels en regeldruk uit te komen en als dat na verloop van tijd niet lukt, conformeren ze zich. Het gevolg is stilstand. De toezichthouder wijst initiatieven af en blijft waarschuwen voor de risico’s. Ook voor zaken waar ze niet voor zijn aangesteld. Ze breiden hun aandachtsgebied uit. Het risicomijdend gedrag grijpt om zich heen, precies zoals de toezichthouder het voor ogen had.
NB. Het grijs gemarkeerde van de tekst heb ik gekozen bij wijze van achtergrond. Grijs associeer ik met saai Grapje.
De verkiezingen en het zwarte gat
Wat een spannende tijd is het toch: we leven al vier jaar in een crisis (diverse crises eigenlijk) en er zijn weer verkiezingen. En ook al gaan ze in detail steeds over net iets anders – de ene keer gaat het over de hypotheekrente aftrek (2010), de andere keer (dit jaar) bijvoorbeeld over Europa – de beloften blijven en het zwarte gat, zoals dat onlangs door iemand op de televisie genoemd werd, na de verkiezingen ook. Over dit zwarte gat wilde ik het eens even hebben.
Ik denk dat het vooral van belang is om een gevoel te krijgen hoe een lijsttrekker na de verkiezingen met dat zwarte gat zal omgaan. Dat hij of zij goed kan debaten, is naar mijn idee dus niet relevant. Ook zijn of haar ideologie doet er maar ten dele toe. Belangrijk is, hoe sterk is zijn of haar leiderschap, hoe standvastig, resp. hoe goed kan een lijsttrekker na de verkiezingen onderhandelen. Hoe zal hij voor de natie als geheel zorgen, hoe zal hij daar leiding aan geven. Dáár gaat het om, dáár zitten we op te wachten. En daar dienen we tijdens de verkiezingscampagnes een gevoel bij te krijgen.
En gelukkig, omdat we met meer dan twee partijen zijn, gaat het de ene keer wat naar rechts, de andere keer iets naar links, heel veel maakt het niet uit. De Olympische Spelen (deel 2 van 2)
Over de Olympische Spelen blijf ik me verbazen. Hoe komt het dat sommige sporters met een aantal plakken naar huis gaan, voor één sport, bijvoorbeeld zwemmen en andere eindeloos voorrondes moeten spelen, roeien, of zeilen, met erg veel risico’s. Er kan in de tussentijd immers van alles mis gaan. Uiteindelijk leidt het tot één plak, soms helemaal aan het eind van de Spelen.
Of het kan nog anders: bij wielrennen, een teamsport, krijgt alleen de uitverkorene van het team de plak. Het team staat in dienst van deze uitverkorene. De rest is ‘knecht’. Men wint ook wel maar krijgt niets. Vandaar dat Marianne Vos de medaille aan het hele team opdroeg. Waarom werkt dit zo bij deze sport? Hoe zit dat? Hoe werkt dat?









