Tagarchief: Dochter

Sammie

Vandaag, 8 juli 2014, is mijn eerste kleinkind geboren. Het is een meisje en ze heet Sammie. Wat een verzengende vreugde! Wat een hartverwarmende bijzonderheid. Moeder en kind maken het goed, zo heet dat.

Zo’n zeven tot acht maanden lang kon ik inmiddels aan dit idee van een kleinkind wennen, maar het werkelijk geboren worden en geboren zijn, is toch echt een heel ander gevoel. Zo weinig als ik geïnteresseerd ben in baby’s in het algemeen – wat moet ik er mee? – zo overgeïnteresseerd ben ik nu. Zo anders voelt het aan. Dit is niet zo maar een baby, dit een afstammeling van mij!

Ik mocht het kleine wurmpje al na anderhalf uur na de geboorte vasthouden en het gevoel van vreugde over dit wonder is meer dan allesoverheersend. Hier ligt nieuw leven in mijn armen, net uit de baarmoeder en volkomen onwetend van alles wat er om haar heen gebeurd.

Sammie is de naam van de nieuwgeborene, zo zei ik al hierboven. Alleen dat al is een feest.

Alles zit erop en eraan, zoals hele kleine vingertjes met hele kleine echte nageltjes. Niet te lang niet te kort, alsof ze net geknipt zijn. Zo mooi! Het lukt me niet om boven de typische geboorte clichés uit te stijgen.

Vanaf nu is ze er altijd. Ze is een factor in mijn leven.

Zeilen met de Jet

Er zijn van die momenten dat het leven echt aangenaam is, ondanks alle crises die we om ons heen ondervinden, respectievelijk ons laten aanpraten. Zo hebben we een kleine zeilboot, een ‘valk’. Dit type kleine zeilboot heet Geuzenvalk. En hij, eigenlijk zou je moeten zeggen ‘zij’, heet Jet. We hebben het verder over dé Jet. Want zij is geen persoon, maar een ding.
We zeilen er af en toe mee op de de Friese meren, meer in het bijzonder het Heegermeer en de Fluessen. En dat is echt prettig en leuk.
Het is een heerlijke boot. Je blijft er redelijk droog in, hij buist namelijk niet zoveel, tenzij het hard waait. Dan komt er soms toch echt wel buiswater (spatwater) binnen. Bij een beetje wind gaat hij al gauw hard en schuin. Het zeilen met zo’n Valk is echt watersport. Want je bent dicht bij het water. Je kunt overal varen, hij steekt niet diep. De kiel steekt slechts 80 centimeter Je kunt heerlijk langs het riet scheren of dwars over het meer gaan,. Bij een Noordwesten wind kun je helemaal over het Heegermeer en de Fluessen naar de Galamadammen zeilen, in één ruk. En dan weer terug. Alles bij elkaar heb je daarmee met een redelijk windje in anderhalf uur heen en anderhalf uur terug, een flink eind af gelegd.
Je kunt, als je dat zou willen, er met z’n vieren in slapen, maar dat is echt iets voor jongelui, zij slapen immers onder alle omstandigheden. Alhoewel, ik met zeggen, dat ik best samen met mijn Jolan met z’n tweeën een paar nachtjes op de Jet zou willen doorbrengen. De breedte van de kuip, waarvan je op de bodem slaapt, is van een twijfelaar, dus dat zou wel moeten gaan. Toen ik de leeftijd van zo’n 20 jaar had, sliepen we met z’n vieren in een 16 Kwadraat, een grote BM in de volksmond geheten en die is kleiner dan de Valk. Enfin, lijkt me toch wel erg leuk.
 
De boot is in een oogwenk opgetuigd en afgetuigd. Dat gaat zo snel, dat het geen beletsel vormt om ‘even’ een rondje om het meer te doen. Er hangt een hulpmotortje van drie pk achterop. Heb je niet echt nodig, maar is wel handig. Als ergens door bebouwing of bossages de wind wegvalt, hup motortje aan en je bent er weer doorheen,
Wat ook leuk is, is varen met de Roos. Dat is een onderwerp voor een volgende blog.

Londen is een feest!

De eerste keer dat ik in Londen was, was in 1974. We lagen in de zomer met onze zeilboot in Zuid-Oost Engeland en namen vanwege het slechte weer de trein voor een dagje Londen. Mijn vader en ik.
De hele dag heb ik in Londen rondgelopen, helemaal naar de Tower Bridge en terug (dat er een metro was, had niemand mij verteld en ook kwam ik stom genoeg niet op het idee!). Niettemin ben ik blij bovengronds te zijn gebleven zodat ik alles van deze overweldigende stad als het ware kon ‘inademen’.
 
De tweede keer was in 1981 toen ik bij Shell solliciteerde en daarvoor gesommeerd werd naar het hoofdkantoor (Shell Centre) in Londen te komen.
 
Daarna, na bij Shell aangenomen te zijn, zijn er vele, vele keren zowel zakelijk als privé geweest. Als het zakelijk was, was het soms maar voor een dag. Waar ik m’n afspraak ook had en hoe druk het programma ook was, ik liep iedere keer toch ook even een rondje door de Streets Of London, om de wereldse en Londense sfeer met z’n speciale taxi’s en dubbledeckers te proeven.
 
De laatste keer was ik er met dochter Renée in december 2006. Dat was met haar de tweede keer. Zij had net in mei haar eindexamen gehaald en alsof dat niet genoeg was, deed ze tijdens de herfst in drie maanden in Utrecht ook nog eindexamen scheikunde en natuurkunde. Dat was nodig om haar studie te kunnen gaan doen. Als beloning gingen we met z’n tweeën een weekend naar Londen met als speciaal doel de Queen musical, We Will Rock You te gaan zien.
 
Zoals ik al zei, zakelijk en privében ik vele malen geweest. Zakelijk voor Shell en toenmalige ‘dochter’ Billiton. Privé onder andere met de kinderen. Ik nam ze elk apart mee toen ze twaalf waren en voordat ze naar de middelbare school gingen.
We bezochten de gebruikelijke bezienswaardigheden, zoals St. Pauls Cathedral, Piccadily Circus, Buckingham Palace, Covent Garden, The Big Ben, enzovoort. Rijden met de Underground, the tube, naar de beroemde warenhuizen, als Harrods en Fortnum & Mason. Dit laatste was vooral leuk voor mijn dochters want zij wilden vooral shoppen. Met mijn zoon Bart zijn we speciaal naar een aantal voetbal stadions gegaan: Arsenal en Wembley Stadium. Een belevenis!
Ook  zaten er altijd een of twee musicals in het pakket. We bezochten de prachtigste theaters. Ze deden me  denken aan de Koninklijke Schouwburg in Den Haag maar dan gezellig tussen de Engelsen. Zo zijn we naar The Phantom Of The Opera (Her Majesty’s Theatre) gegaan,  Starlight Express (Apollo Victoria), als gezegd, We Will Rock You (Dominium), Mama Mia (Prince of Wales Theatre) en nog een vele andere. Iedere keer was het een feest.
Dat is de conclusie: Londen is een feest!

Mooie dingen

Ik zal je eens wat mooie dingen laten zien.
Mijn dochter, Martine, beschikt over erg veel creativiteit. Ja, zult u zeggen, dat zeggen alle vaders over en van hun dochters. Okay, ik ga het bewijs leveren. Door u met deze creativiteit te laten kennis maken.
Dit verhaal begint toen ze een jaar of vijf, zes was en we bij de Sinterklaas viering van de voetbalclub van haar broer waren. De broer, mijn zoon Bart, was destijds een niet onverdienstelijk voetballertje bij de Haagse club Graaf Willem.
Sinterklaas zou langs komen en dus werden de kinderen uitgenodigd een hele mooie tekening voor de Sint en zijn pieten te maken. Alle tekeningen werden nadat ze af waren aan de muur gehangen. Piet moest vervolgens de mooiste er voor Sinterklaas uit halen en u raadt het al, die van mijn dochter werd uitgekozen.
Van wie is deze, vroeg Piet? Mijn dochtertje stak aarzelend haar vinger op. Piet vroeg aan Sinterklaas of hij de tekening ook de mooiste vond en ja hoor, dat vond hij. Dus mocht mijn dochter een drankje bestellen en dat werd een glaasje appelsap.



En nu, bijna twintig jaar later, produceert ze het ene na het andere stuk aan creativiteit, schilderijen, tekeningen, onderzetters, geboortekaartjes, tot aan houten 2D kerstbomen aan toe. Ik heb wat voor u op een rijtje gezet. Meer over haar is te vinden op http://eigenvorm.blogspot.nl  of www.desoet.nl.

Veel kijkplezier en wie weet koopt u eens wat van haar. Het is nu nog niet zo duur! 



De medische zorg, mijn verwonderpunten

Ik ben de laatste tijd wat vaker in aanraking gekomen met de medische zorg. Dat komt omdat ik Renée, mijn dochter van 24, vergezel naar allerlei instanties op medisch gebied. Zij heeft chronisch ernstige pijn in de onderrug omdat daarboven een zogeheten blokwervel zit. Daar is ze mee geboren. Er zijn specialisten die zeggen dat er daardoor geen aanleiding is om een ‘ander’ leven te hoeven leiden. Anderen zeggen, dit hebben we nog nooit gezien! Ik zou zeggen, mijn eerste verwonderpunt!

 

Na lange tijd ons met de specialisten op de blokwervel geconcentreerd te hebben, hebben we op eigen initiatief op enig moment besloten dat ‘het roer om’ moest en dat we ons beter op de pijn konden concentreren en wat haar veroorzaakte, dan op de blokwervel als zodanig.

We hadden de indruk dat er van overbelasting sprake is. Tweede verwonderpunt: waarom komen de specialsiten niet op deze gedachte? Vervolgens zijn we bij weer andere specialisten en ook bij de pijnpoli beland. 


Even tussendoor een aantal  meer algemene verwonderpunten: de specialisten binnen één gebouw, hebben elk een eigen balie. Wij rennen van de een naar de ander en overal vullen we, na lang wachten,  dezelfde formulieren handmatig in! Om maar te zwijgen van de enorme aantallen receptionistes en/of verpleegsters, die overal rondlopen en die ook nog eens naar elkaar verwijzen. Er lijkt ruimte voor heel erg veel efficiency verbetering. Met grote besparingen.

Daarnaast valt op dat de medische zorg zeer sterk automatiserings-gedreven is, maar bij de receptie hanteert men sterk verouderde technieken: veel gaat met de hand, er is erg veel dubbel werk, waardoor veel fouten. En ze gebruiken soms nog doorslagen met carbonpapier! Verwondering!

Zitten we bij de pijnspecialist, blijkt het niet zo’n sympathieke of beter, niet zo’n empathische man. Hij kwam erg ongeïnteresseerd over. Om dat te verdoezelen, stelde hij wat vragen in de persoonlijke sfeer, zo van wat studeer je, oh dat, wat houdt dat in en ik zie dat je werkt voor een bedrijf dat zonnepanelen verkoopt, welke zijn volgens volgens jou de beste en dat soort beleefdheidsvragen. Ze leken uit het cursusboek ‘Empathie voor Dummies’ te komen. We zaten daar helemaal niet op te wachten, niet op dat moment. Er is een urgent probleem en daar willen we het over hebben! Ter zake graag!

Okay, we komen ter zake. Er is enige medicatie. Er is een apparaatje, Tens geheten, dat de zenuwen rondom de pijn beïnvloedt, maar veel meer is er niet. Hij blijkt al gauw over pijnbestrijding uitgepraat te zijn. Hij zegt erbij dat je op zo’n jonge leeftijd niet te veel medicijnen moet gebruiken. Tegelijkertijd komen we tot de conclusie dat je op zo’n jonge leeftijd niet structureel zoveel pijn zou moeten hebben, namelijk zodanig dat je niet (meer) kunt werken, respectievelijk nog maar een heel beperkte actieradius hebt. Veel verder kwamen we niet. Hij wekte voortdurend de indruk dat onze tijd op was en dat we weer moesten opstappen, respectievelijk de vragen die we hadden aan de assistente moesten stellen.

Verwonderpunt:  waar is juist bij iemand die zich in pijn en pijnbestrijding heeft gespecialiseerd, het gevoel dat hij of zij je helemaal van die pijn te wil afkrijgen?

Enfin, wij zijn inmiddels weer wat verder en hebben gelukkig een empathische ortho-manuele therapeut gevonden. Een goede vriend van mij. Ik ben hem dankbaar!