Mijn eerste baan (4), afdeling Export

“Sprechen Sie Deutch?”

“Yesss!”

“Or do you speak English?”

“Yesss!”

“What do you prefer?”

“Yesss!”

Je leest een krakend telefoongesprek op de afdeling Export van Van Berkel, waar ik rond 1980 werkte. Het telefoongesprek vond plaats met een klant uit Oost-Europa. Hilarisch!

Wervelend

Aanvankelijk sprak deze afdeling Export zeer tot de verbeelding. Het was een wervelend geheel. We hadden contacten met verre landen, in Afrika, In het Midden en Verre Oosten en ook In Zuid-Amerika en Oost-Europa. De  telexmachine ratelde aan een stuk door.

Waardepapieren

De binnendienst had te maken met offertes, uitvoeren van opdrachten voor allerlei soorten weegschalen en de afwikkeling ervan, zoals verscheping en administratie. Als een ‘schaal’ eenmaal gefabriceerd was, werd de verscheping geregeld. De fabricage was afhankelijk van het type. Of het gebeurde in de vestiging in Rotterdam aan de Keileweg (ja echt dáár) of in Vlaardingen aan de Industrieweg/hoek vijfde Industriestraat (wat een creativiteit, deze straatnamen). Dat was nogal een administratieve klus, niet zozeer moeilijk, maar precisie was hier de uitdaging: paklijsten, cognossementen, garanties, betalingsbewijzen, de oorspronkelijke opdracht, letters of credit, enzovoort. Een heleboel papier vergezelde de te verschepen weegschaal. Daarin mocht niets fout gaan, als bij een visum. Met mijn juridische achtergrond kon ik dit allemaal goed volgen. Zogeheten ‘waardepapieren’ (denk aan cheques en de al genoemde cognossementen) was bij Handelsrecht een onderwerp van studie en examen geweest.

Distributors

 De internationale buitendienst bestond uit zogeheten  ‘distributors’, lokale bedrijven die voor Van Berkel de verkoop aldaar deden. Onze exportmanagers bezochten hen van tijd tot tijd door een rondgang langs deze delen van de wereld te maken. Soms waren ze weken op pad.

Vousvoyeren

Er was nauwelijks hiërarchie op de afdeling. Op het hoofd van de afdeling na, waren de anderen op papier gelijk, wat leidde tot een informele hiërarchie: door anciënniteit pakte de gelijkheid anders uit. Daar kwam bij dat iedereen elkaar vousvoyeerde. Sommigen werkten al twintig jaar samen, maar spraken elkaar nog steeds met u en meneer aan: “goedemorgen meneer Janssen”, “goedemorgen meneer Van Holst”.

Informeel

In deze informele hiërarchie stonden de exportmanagers bovenaan de ladder, zij verrichtten immers de heldendaden, het verkopen van schalen. De anderen waren hieraan ondersteunend.  Ook binnen deze ondersteuning was er sprake van een informele hiërarchie: één iemand had zichzelf op de afdeling een soort leidersstatus gegeven, hij was ouder en langer in dienst dan de rest, eigen bureau, grote mond. Hij dwong op die basis informeel gezag af. Als hij een grapje maakte voelden de collega’s zich verplicht te lachen. Zo had hij de gewoonte overtollig papier tot een heel klein propje te frommelen en dan strak in de prullenbak te gooien. Of hij gooide het naar een collega. Als dat gebeurde meende de rest van de afdeling daar om te moeten lachen. Toen hij een keer een propje papier naar mij gooide, gooide ik terug. Dat was helemaal niet de bedoeling… Een goede relatie heb ik met hem niet kunnen opbouwen.

Links

Eerdere blogs over Van Berkel:

Klik hier voor de blog over efficiency

Klik hier voor Van Berkel, mijn eerste baan 1

mijn eerste baan-2: kan niets weet niets

Klik hier voor Van Berkels Patent: ellende zonder end

Klik hier voor Van Berkel in Vlaardingen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *