Eindexamenuitslag!

We kennen ze in vele varianten: examenuitslagen. Vooral die van het eindexamen. Doet er niet toe welke soort opleiding het is, vwo, havo,vmbo, het blijft een buitengewoon spannende aangelegenheid. Deze maand had ik ook zo’n eindexamenklantje: onze jongste dochter in geslaagd voor haar vwo!
De spanning is zó groot, dat je het je hele even niet meer vergeet. Wat je ook daarna gaat doen, er is geen examen meer dat een grotere impact op jou en je leven heeft, dan het eindexamen. De spanning, de uitslag, de vreugde, of voor sommigen het verdriet en de teleurstelling. En vooral voor de laatste categorie, het trauma dat je overhoudt aan het niet halen van je eindexamen. Iedereen feesten, het mag nu en jij moet een heel jaar ‘wachten’ op de herkansing. In de tussentijd gaan je vroegere vrienden en vriendinnen, klasgenoten, door met hun (nieuwe) leven. Jij gaat terug naar school. Wat ik al zei, het heeft een enorme impact.
Tegenwoordig bellen ze degenen die gezakt zijn. En, om vergissingen te voorkomen, nu ook geslaagden. En dat is maar goed ook. Want je ziet het mis gaan: ze bellen niet, je wacht, je denkt dat je geslaagd bent en gaat naar school om je cijferlijst op te halen. Blijkt, daar aangekomen, dat ze een vergissing hebben begaan, je bent om de een of andere reden niet gebeld. En je teleurstelling is nog groter, dus voegen ze je nog even toe: een vergissing is menselijk hè? Je vergeet het je hele leven niet meer!
Of ze laten iederéén naar school komen, zoals in mijn geval, destijds. We stonden eindeloos lang in de schoolkantine te wachten. Onze ouders, broers en zussen stonden buiten voor de school. De bedoeling was dat klasgenoten die gezakt waren of een her hadden, via de achteruitgang de school zouden verlaten. Dan zouden de gezakten en de aankomende feestgangers niet in elkaars vaarwater hoeven te komen! Daar was over nagedacht!
Na verloop van tijd verscheen de con-rector Bodewitz (eindelijk!) en die haalde er een iemand uit. Ik zie hem nog vertrekken. Albert heette hij. Hij was gezakt. Dat vonden we erg voor hem, tenslotte was hij een klasgenoot. Maar we wisten ook dat wij dus niet gezakt waren, misschien een her of misschien zelfs …. dat wat nog niet genoemd mocht worden!
De con-rector kwam na weer een lange tijd terug en noemde zes namen. Deze klasgenoten hadden een her. De conclusie was snel getrokken. Terwijl de zes begonnen te vertrekken, ook hen zie ik nog gaan, kon het niet anders dan dat de anderen dus waren geslaagd. De con-rector maakte inderdaad een gebaar met zijn hand, zo van, ja ik kan het nu ook niet langer tegenhouden en dus, ondanks dat degenen die een her hadden nog niet zoals de bedoeling was een veilig heenkomen hadden kunnen zoeken, steeg een luid gejuich op. We waren geslaagd! En we stormden naar buiten.
Na de felicitaties van onze families in ontvangst te hebben genomen, volgde meteen, dezelfde middag, de diploma-uitreiking en klaar waren we! Op naar de toekomst.
Heerlijk! Wat een feest. Het was 19 mei 1972.

De haringparty

Vind u dat nou ook? Dat er de laatste jaren zo veel haringparty’s zijn? Je hoorde daar nooit iets over en ineens zijn er talloze. Net als nieuwjaarsrecepties. Overigens is er niks mis mee, hoor. Het is iets nieuws. Vlaggetjesdag in Scheveningen kennen we natuurlijk allemaal en daarvan afgeleid zijn er buiten Scheveningen nu dus ook haringparty’s.
En daar gaat het er behoorlijk heftig aan toe: naast de verse haring, worden er eindeloze hoeveelheden korenwijn geschonken. De conventie schrijft voor dat de korenwijn ijs- en ijskoud moet zijn. Vergelijk het met de Jaegermeister.

Enkele dagen geleden had ik ook zo’n haringparty. In de jachthaven waar ik de boot heb liggen, in Woudsend, in Friesland. Vorig jaar werd dat voor het eerst georganiseerd en toen was het een doorslaand succes, buitengewoon gezellig. De avond eindigde met uitbundig gedans op leuke jaren ’60 en ’70 muziek en allerlei gezellige meezingers. Dus dit jaar werd dat herhaald. Ook nu weer een groot succes.

Op deze manier leer je de andere ligplaatshouders beter kennen. In z’n algemeenheid leef je in elke willekeurige jachthaven enigszins langs elkaar heen en ga je aan elkaar voorbij. Je komt met de auto aan, gooit de trossen los en vaart weg. En je vertrekt bijna meteen als je weer aan het eind van bijvoorbeeld het weekend terug in de haven bent. Dus los van een enkele groet, spreek je elkaar nauwelijks. Er wordt een enkele beleefdheid uitgewisseld, veel verder gaat het in de jachthavens niet. Er is ook nog eens verloop onder de ligplaatshouders, ze komen met hun boten en gaan. Dus er is niet zoveel gelegenheid om elkaar beter te leren kennen, om in elkaar te investeren.

Dat geldt overigens niet voor mijn haven, waar ik met de boot lig. Want in ons geval, hebben we door de jaren heen inmiddels een aantal andere ligplaatshouders best goed leren kennen, evenals de havenmeester en zijn vrouw.

 
De haringparty was dus heel gezellig. Wat ik al zei, je leert je collega-watersporters (nog) beter kennen. We spreken over dezelfde dingen, we spreken als het ware dezelfde ’taal’. Het is de taal van de botenbezitters, in dit geval allemaal zeilers. Je wisselt kennis uit, over de boten en over havens, ankerplaatsen, vakantiebestemmingen, spannende avonturen, het weer en de wind, enzovoort.
We hebben het natuurlijk ook over het EK. Dat was helemaal ‘hot’, dit keer. De volgende dag zou de eerste wedstrijd van het Nederlands Elftal zijn. En ook de euro crisis, daar worden toch ook wel enkele woorden aan gewijd. Maar het hoofdthema wordt toch echt gevormd door de stoere verhalen over het zeilen, de boten, waar we geweest zijn en waar we nog naar toe gaan. Dat is tenslotte wat ons bindt. En tussendoor een haring.
Van mij mogen ze blijven, die haringparty’s.

Het EK

Laat ik ook mijn duit in het zakje doen, als het om het EK gaat. Het is tenslotte een volstrekte hype. Zelf ben ik eigenlijk nog niet hersteld, bij wijze van spreken, van het WK van 2010 en de verloren finale tegen Spanje. Ik had eigenlijk liever gezien dat we vier jaar hadden gewacht en dan weer aan het WK zouden hebben meegedaan. Het WK winnen dat moet naar mijn idee de doelstelling zijn. Eindelijk eens een WK winnen!
Maar zo werkt het niet: Nederland kwalificeert zich netjes voor het EK en dan wordt er gewoon na twee jaar dus, gespeeld. En Nederland staat weer op z’n kop.
In de kranten, op tv, om je heen, zoals op de weg, zie je de oranjegekte op gang komen,  beginnend zo’n vier weken voor de eerste wedstrijd. Ik hoop dan altijd maar voor al die enthousiastelingen, dat we er niet meteen na de poule wedstrijden uit worden gegooid. Al dat werk van het versieren van de huizen de straten, de auto’s, de energie die in de praatprogramma’s tot uiting komt, het zou allemaal voor niets zijn.
Ik ben over het algemeen een optimist, al ik heb door de jaren heen ook teleurstellingen met het Nederlands elftal meegemaakt. Ik blijf optimistisch over ‘onze kansen’. De laatste acht of negen keer kwamen we erg ver in het toernooi, maar als je naar het afgelopen seizoen van de spelers kijkt, lijkt het mij dit keer wel lastig worden.
Andersom geldt overigens ook: een prima seizoen staat niet garant voor succes met het Nederlands Elftal. Neem nou Bergkamp, destijds. Fantastische speler, maar bij een WK of EK bakte hij er maar weinig van. Schoot altijd over of naast of helemaal niet. Behalve die ene keer dan, tegen Argentinië, tijdens de kwart finale in 1998. Wat was dat mooi!


In zijn plaats is nu Van Persie gekomen. Topscorer, speler van het jaar, maar bij Oranje zie je hem nog niet zo heel erg uit de verf komen. Hopelijk komt dat nog, te beginnen met dit toernooi.
Enfin, de gekte dus. Lopend door Scheveningen, zaterdagmiddag, zag ik ook hier sommige straten versierd, zie foto. Echt mooi is het overigens vaak niet: een rommeltje aan vlaggetjes van de huizen naar de een lantaarn paal en terug. Een rotzooitje. Dat geldt niet voor de foto: hier is veel creativiteit betracht!
En tomeloos enthousiast!

Garage Van Soest BV

Ik ben ooit bijna een garage begonnen. Dat zat zo:
Het zal 1976 geweest zijn. Ik studeerde rechten in Leiden. Ik deed dat niet onverdienstelijk. Ik woonde aan de Haagweg en reed een zogeheten Lelijke Eend. Een Deux Chevaux, een 2CV. De uitvoering van vóór 1970, voor de kenner: vóór de introductie van de 2CV4. Die uitvoering vond ik maar niks, het was net een echte auto, dat was nieuwlichterij.
Ik had de auto gekocht terwijl ik in dienst zat, in 1974, in Duitsland, daar lag ik met mijn eenheid, het 43ste Tankbataljon. En met die eend reed ik eens in de zoveel tijd heen en weer. Ik verdiepte me in de techniek van de auto en was in staat het ding geheel zelf te onderhouden. Doorsmeren, olie verversen, ontsteking afstellen, uitlaat vervangen, na eerst langdurig met gum gum (wie kent het niet!) de gaten te hebben gedicht, kleppen stellen, cilinders vervangen, tot de hele cilinderkop aan toe. Ook beheerste ik het vervangen van de schokdempers. Uiteindelijk heb ik zelfs een keer met een vriend de krukas vervangen. Die vriend had ik nodig omdat hij een momentsleutel had en ik niet. Ik had goed gereedschap en ook wel speciaal op de eend toegesneden, maar een momentsleutel gebruikte ik te weinig en vond ik te duur.
Om aan onderdelen te komen, kocht ik soms een complete eend bij de Eendspecialist in Leiden voor minder dan 100 gulden en bij de reparatie van bijvoorbeeld een cilinderkop had ik de kosten er al meteen weer uit.
Zo bezat ik op enig moment tegelijkertijd drie eenden, waarvan twee rijdend. De derde diende als opslagplaats voor onderdelen, gereedschap en ook als leverancier van onderdelen. Ook kon ik tussen de eenden switchen, al was het alleen al om zo’n ‘opslagplaats’ rijdend te krijgen. Daarnaast voerde ik reclame op de auto’s voor Bas Uitzendbureaus en dat leverde zo’n 25 gulden per maand op.
Op een goede dag was ik aan het sleutelen aan overkant van de straat op de parkeerplaats van de kerk (speciaal met de kerkvader zo geregeld), toen een grote Citroën (je weet wel, zo’n strijkijzer) met een man erin die bij mijn openliggende auto’s waar ik bezig was stopte en een praatje begon. Of ik er veel verstand van had, van dat sleutelen, of ik het leuk vond, hoe ik aan mijn onderdelen kwam, enzovoort. En met één voet op een van mijn spatborden leunend, zei hij vervolgens: “ik ken wel meer van die jongens zoals jij, als student gesjeesd en goed in het sleutelen aan auto’s en dan beginnen ze een garage. Iets voor jou?” en hij gaf mij zijn kaartje. Vroeg of ik hem wilde bellen.
Daar stond ik even van te kijken. Een garage beginnen! Geld verdienen, met auto’s, dat leek me wel wat. Ik had meteen al een naam voor de garage. Ik heb als achternaam De Soet, maar velen noemden me in Leiden Van Soest, dus dat werd Garage Van Soest BV. Fantastisch!
Maar ja, ik ben geen ondernemer, ik wilde afstuderen en dat ben ik toen maar gaan doen. Toen ik goed en wel was afgestudeerd (in 1978), heb de eenden verkocht en ben overgestapt op de Renault 4. Ik vond dat beter bij mijn afgestudeerde status passen. Ik heb sindsdien nooit meer aan een auto gesleuteld.

Ik ben gerold!

 

Het was Koninginnedag 2012. Een super druk straatje in Amsterdam met alleen maar in het oranje geklede mensen. Het was de enige mooie dag van het jaar. Het was zo warm dat mijn jas met daarin mijn portemonnee omgekeerd aan mijn middel hing. Ik wist dat de portemonnee nog in mijn jas zat, want ik voelde geregeld dat hij er nog was. Hij zwiepte de hele tijd tegen mijn knie aan. Het volgende moment was hij verdwenen! 

Ongetwijfeld heeft de eveneens in het oranje geklede dief een tijd met mij opgelopen en heeft hij dat ook na de diefstal gedaan, om vervolgens wat van mij af te zwenken, op te gaan in de oranje massa,  het contante geld eruit te halen en de rest, dat wil zeggen, de portemonnee met pasjes waar je die dag niets aan had, weg te gooien. Dat laatste bedacht ik me pas later, lang nadat ik alles wat er te blokkeren viel, had geblokkeerd.
Wat een toestand! Het eerste dat in mij opkwam, was inderdaad het blokkeren van de passen. Dat heb ik gedaan. Dat gaat echter niet zomaar, nee, je moet voor elke pas en credit card een ander nummer draaien. Dat had ik overigens ooit voorbereid, door dat soort telefoonnummers in mijn contacten op te slaan. Trots ga ik aan de slag. De eerste vraag die men stelt, nadat men beleefd zijn medeleven heeft betuigd – en daar zit ik niet op te wachten, ik wil immers blokkeren en wel zo snel mogelijk – is, wat het nummer van de kaart is. Dûh, de kaart is net gestolen. Oh ja, da’s waar ook.
Vervolgens blijkt achteraf dat sommige helpdesk medewerkers vergeten zijn mij te vragen of ik een nieuwe pas wil. Natuurlijk wil ik dat! Dat hoef je toch niet te vragen! Na een week kom ik erachter dat ze het vergeten hebben mij te vragen, dus gebeurt er niets.
Ook mijn rijbewijs is weg. Ligt ongetwijfeld ergens in de gracht. Aangifte doen. De dienst doende ambtenaar wijst mij erop dat ik zonder rijbewijs niet aan het verkeer mag deelnemen. Maar, zo breng ik daar tegen in, met een paspoort (=identiteitsbewijs) en een procesverbaal van vermissing (komt in de plaats van het rijbewijs), zou ik toch een heel eind moeten komen, zou ik – geheel theoretisch uiteraard – tegen een bon aanlopen. De dienst doende ambtenaar steekt er zijn hand niet voor in het vuur.
Bij het stadsdeelkantoor meld ik enthousiast dat ik het, gegeven de omstandigheden, met al deze papieren, die tezamen ongeveer een rijbewijs opleveren, toch wel erg goed voor elkaar heb. Maar ook hier valt een snedige opmerking dat ik niet geacht word aan het verkeer deel te nemen, mij ten deel. En ik moet nog een opslag op de kosten voor de diefstal betalen ook!
Enfin, veertien dagen later heb ik bijna de helft van alle spullen weer terug. Met uitzondering van het contante geld uiteraard en een tegoedbon van de Mediamarkt. Die ben ik natuurlijk ook kwijt! 

Stephen Covey 2, overtuigingen en… doorbraken

Twee oorlogsschepen die voor een oefening deel uitmaakten van een eskader, waren al dagen bezig met manoeuvres in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde stond de kapitein. Hij hield alles in de gaten.

Vlak nadat de duisternis was ingevallen, meldde de wacht: “Licht aan stuurboord.”
“Recht of niet?” riep de kapitein.
“Recht, kapitein!” antwoordde de wacht. Er bestond gevaar voor een aanvaring.
De kapitein riep tegen de seiner: “Sein: aanvaring dreigt, verander uw koers twintig graden.”
Het schip seinde terug: “Advies aan u, verander uw koers twintig graden”.
De kapitein riep: “Sein: ik ben kapitein, verander uw koers twintig graden”
“Ik ben luitenant tweede klas,” was het antwoord. “Verander u koers twintig graden”.
De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: “Sein: dit is een oorlogsschip! Verander uw koers twintig graden!”
Daarop kwam het signaal: “Dit is een vuurtoren”.
En het schip veranderde van koers.

(Uit: Stephen Covey, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. De bron in het boek luidt: uit: Frank Koch, Proceedings, tijdschrift van het Naval Institute).

Ik heb al eerder over het gedachtengoed van Stephen Covey geblogt. Dat ging over het boek: De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Voor de essentie is het beter om de oorspronkelijke Engelse titel te gebruiken: The Seven Habits Of Highly Effective People.

Lees verder Stephen Covey 2, overtuigingen en… doorbraken

Benden, benden en benden!

De winterbanden konden er weer af. Enkele dagen geleden. Ik was een beetje aan de late kant dit jaar, kun je wel zeggen. Het is immers al mei. Niet dat het erg is, want het is zo koud en de banden werken vooral goed als het koud is. Tot zo’n negen graden.
Maar waarom zo laat? Dat komt omdat ik van de gelegenheid gebruik wil maken bij Kwik Fit aanwezig te zijn, als ze de banden vervangen. Ik ga er graag zelf naar toe en dat kan alleen ’s ochtends vroeg. Het zijn daar vriendelijke mensen, je krijgt er koffie en ik vind vreemd genoeg de omgeving leuk. Het duurt maar kort, misschien komt het daarom, als ik er de hele dag zou moeten zitten, zou het misschien anders zijn.

Ik zit afwisselend in de wachtruimte, ik loop een beetje heen en weer, kijk naar de auto’s en mijn eigen auto op de brug en ben helemaal omgeven door banden, banden en nog eens banden. De Amerikaan van de Profile Tire Centre reclame zou zeggen: benden, benden en nog eens benden. En coffee.

Hoe verloopt de bandenwissel? Daar zie ik op toe. Ben ik bang dat het niet goed gaat, nee, ik vind het leuk om ernaar te kijken, naar ervaring aan het werk. Doen ze het goed, zit er iemand met kennis en ervaring aan de ‘knoppen’. Want knoppen zijn het: er komt geen sleutel meer aantal te pas. Het zijn een soort lucht gedreven (pneumatische?) boormachines, die de banden met veel geratel van en aan de auto doen. Alles gaat verder elektrisch. Ook het verwisselen van de banden van de velgen.
Totdat alles gereed is: dan word ik uitgenodigd om persoonlijk toe te zien hoe de monteur met de momentsleutel de moeren aan de laatste toets onderwerpt. Een momentsleutel geeft een klik als de ingestelde norm is bereikt. Dan weet je zeker dat de moer goed vast zit en niet té vast. Hij breekt niet.
In dienst leerden we dat als een bout afbrak, je een kwartslag moest terugdraaien. Of, vlak voordat hij afbreekt, moest stoppen met draaien.
Zo zit dat.

Schokland, eiland in het land

Twintig jaar geleden was ik hier voor het eerst: op Schokland. Ik was er samen met mijn toen zevenjarige zoontje. Ik was en ben zeer onder de indruk van dit voormalige eiland in de Noordoostpolder. Hier is geléden. De zee, de stormen, de winterse kou in de slechte behuizing, de armoede en niet te vergeten het geloof. Het moet zwaar geweest zijn voor de godvrezende lieden die hier gewoond hebben.
Het eiland heeft een bewogen geschiedenis. Ik heb er een trilogie van Pieter Terpstra over gelezen. Die begint met de stationering, begin 19e eeuw, van een huisarts. Het eindigt enkele tientallen jaren later, als van overheidswege de laatste bewoners wordt bevolen het eiland om veiligheidsredenen te verlaten. Jaarlijks waren er winterse stormen en als de storm hevig was,  overstroomde het eiland bijna geheel, de houten beschoeiing werd weggeslagen, het beetje vee dat men had, voor zover niet in aller ijl relatief veilig naar de zolder van de schaarse en schamele woningen gebracht, verdronk, de huizen storten soms in en altijd waren er doden te betreuren. Nog afgezien van de vissers die met hun traditionele schokkers niet meer huiswaarts keerden.
En dan het geloof. De Zuiderbuurt en de  Middenbuurt waren protestant en het Noorden katholiek. En je begrijpt, het bloed kruipt waar het niet gaan kan: onder de ruim 600 bewoners op de paar vierkante kilometer, waren er natuurlijk ook jongeren, die een relatie aanknoopten die over de geloofsgrenzen heen gingen. De geliefden troffen elkaar in het geheim, zij het dat de verbinding tussen de verschillende ‘buurten’ uit een plank tussen de palen van de beschoeiing bestond. Niet alleen zag iedereen je, het was ook een ‘eenpersoons plank’. Dat wil zeggen, dat als je een ’tegenligger’ tegenkwam, je elkaar alleen maar op de plank kon passeren door langs elkaar te draaien en elkaar vooral tegelijkertijd vast te houden, anders viel je in het water of in de drassige bodem.  De ‘schokker dans’. Voor heimelijke liefdes dus niet zoveel ruimte, zij het dat je het natuurlijk niet bij een zo’n draai hoefde te laten…..

Men leefde vooral van de visvangst. En enigszins van de landbouw. Het naburige Urk was relatief welvarender, veiliger ook. En Kampen was de grote stad. Als het vroor en de hongersnood dreigde, kon men over het ijs naar Kampen schaatsen of zeilend met een bootje op ijzers. Als dan plotseling de dooi inzette, kwam men soms ook daar niet meer van terug.

Na de zware stormen in 1816 en 1825, vond de regering in Den Haag het welletjes. De veiligheid kon men niet garanderen, er was niet genoeg geld om jaarlijks de beschadigde beschoeiing te repareren en met had andere zorgen in die dagen. Zo was er bijvoorbeeld een tomeloos hoge staatsschuld.
Dus in 1859 verliet de laatste bewoner het eiland. De meesten gingen naar Kampen. Er bleef een vuurtorenwachter/havenmeester met zijn vrouw achter, tot ook dat niet meer nodig was. In 1942 sloten de dijken van de Noordoostpolder zich en na drooggemalen te zijn was het eiland onderdeel van het land geworden.
Ditgedichtje geeft prachtig aan hoe het eiland ophield te bestaan…..
De dominee uit Urk ging met zijn bootje
Naar Schokland om te preken
Door het ruisen van de zee
Is hij onderweg zijn preek vergeten.


Tien jaar later:
De dominee uit Urk ging me zijn autootje
Naar Schokland om te preken
Door het ruisen van het graan
Is hem zijn preek ontgaan.

Sparta, de voetbalclub van Rotterdam

Onlangs ben ik naar een voetbalwedstrijd geweest. Het gaat om Sparta tegen Veendam. Dat zijn twee Eerste Divisie clubs, dus het stelt eigenlijk niet zoveel voor. Want het is geen Ere Divisie. Sparta is niet alleen de oudste, het is ook de netste onder de betaald voertaal clubs. Dat laat ik me althans vertellen.
Ik ga samen met mijn zoon, Bart, op een kaartje van mijn schoonvader. Beiden zijn verstokte Sparta fans. Ondanks het feit dat Sparta twee jaar geleden naar deze klasse degradeerde, zijn ze hun club trouw gebleven. Dat is toch mooi? Ook alle andere bezoekers, het zijn er niet zoveel als anders, beweert Bart, want het is Tweede Paasdag en dan gaan de mannen met hun vrouwen naar de meubelboulevard.
Maar goed, ik zit naast Bart en aan de andere kant naast mij zitten van die stevige, stoere, typische Rotterdamse binken. Als de Sparta Mars wordt aangeheven, gaat iedereen staan en begint op de maat mee te klappen. De aanstekelijke mars is aanvankelijk instrumentaal,  en schalt door de luidsprekers. Ineens stopt het en volgt er een daverend driemaal ‘hoi’. Hét signaal voor het stadion om voluit met een prachtig lied los te barsten. Ik kijk naar links. De stoere binken staan hun lied te zingen en mee te klappen. Wat  is dat prachtig. Wat een kleine hartjes. Ik krijg er tranen van in mijn ogen. De tekst gaat over trouw, glorie, voor- en tegenspoed, de kleuren van de club. Dat soort dingen. Het is fantastisch! Wat een loyaliteit!
Ik wistdit allemaal al, want ik heb dit al eens eerder meegemaakt. Ik heb dan ook speciaal voor deze gelegenheid de woorden gegoogled en uit het hoofd geleerd, om uit volle borst mee te kunnen zingen. Hier kom ik voor. Ik hoop dat er veel doelpunten zullen vallen, voor Sparta natuurlijk, want dan wordt de yell (de slotregel) weer aangegeven. Echt geweldig.
Op dat punt word ik niet teleurgesteld: het wordt 2-1 voor Sparta, dus dat betekent twee keer de yell, plus bij de aanvang van de tweede helft.
Verder is de wedstrijd niet om aan te zien. De bijna hoogste van de Eerste Divisie (Sparta) tegen de bijna laagste (Veendam). Het moet een groter verschil opleveren. De fans schelden er tijdens de wedstrijd vrolijk op los, ik hoor allerlei discussies om me heen, de grensrechter loopt vlak voor ons heen en weer en krijgt het zwaar te verduren, maar uiteindelijk sluiten de aanhangers hun team weer in het hart. Direct na het laatste fluitsignaal, klinkt nog eenmaal de yell:
‘Zullen wij laten ho-ho-ren, SP-AR-TA!’ Prachtig!
Hier volgt voor de liefhebber het filmpje van de mars:

Stephen Covey 1, zijn gedachtengoed

Wel eens gehoord van Stephen Covey? Hij is een goeroe uit Amerika en vervult een leidende positie op het gebied van management en leiderschap, de daarbij behorende vaardigheden en technieken en vooral gedrag. Waar gaat het over?

Het gedachtengoed van Stephen Covey bepaalt, als ik voor mezelf spreek, in grote mate wat, wanneer, hoe en waar ik iets doe of waarvan en wat ik van iets vind. Voor de goede orde, niet op religieus gebied. Daar gaat het niet over. Ik vind daar wel iets van, maar niet nu.

Het gaat bij Covey om zakelijke én persoonlijke ontwikkeling. Zijn gedachtengoed is universeel, is vanzelfsprekend. Hij heeft het op een eenvoudige en begrijpelijke wijze  opgeschreven in zijn boek The Seven Habits Of Highly Effective People, in het Nederlands vertaald als ‘De Zeven Eigenschappen Van Effectief Leiderschap’. Ik zelf spreek liever van ‘gewoonten’ in plaats van ‘eigenschappen’. Dat betekent dat je het kunt aanleren. ‘Eigenschappen’ heeft voor mij meer iets dat je dat bij je geboorte mee krijgt.

Lees verder Stephen Covey 1, zijn gedachtengoed