Tagarchief: Zuiderzee

Zuiderzeevaart 2016

imageOok dit jaar deden we aan de Zuiderzeevaart mee. De Zuiderzeevaart is een zeilvakantieweek op het IJsselmeer met van kanker herstellende schoolkinderen in de leeftijd van 14 tot 20 jaar. Het initiatief gaat uit van de Stichting Kinder Oncologische Vakantiekampen (SKOV). Er zijn herfstvakantiekampen – gericht op survival – skivakanties en zeilen met platbodems op het IJsselmeer (de Zuiderzeevaart). We varen met platbodems (lemsteraken en schouwen) – oud Hollandse zeiltypen. We zeilen ermee met de kinderen, bemanning, artsen en verpleegkundigen op het IJsselmeer en een stukje Friesland. Lees verder Zuiderzeevaart 2016

Zuiderzeevaart

imageHet was een prachtige week, in meerdere opzichten. Het weer zat mee, tenminste in het begin en aan het eind, daar tussen in was er wind en kou, de vier kinderen en de arts die wij aan boord hadden, waren erg leuk en gezellig. Het was ook een enerverende week. Hij gaf erg veel positieve energie. De saamhorigheid was overweldigend, de zorgzaamheid hartverwarmend, de betrokkenheid enthousiasmerend. Kortom het was een zeer geslaagde week: de Zuiderzeevaart 2015.  Lees verder Zuiderzeevaart

Stadsgezicht Amsterdam

imageVlakbij het Centraal Station in Amsterdam sta ik op een prachtige lentedag, koud maar zonnig, uit te kijken op de Schreierstoren aan de Prins Hendrikkade.

Ik maak een foto van het stadsgezicht. We zien achter de Schrijerstoren de Sint Nicolaas Basiliek. Hij torent hoog boven de bebouwing uit. Daartussen staan de typisch zeventiende-eeuwse huizen, die we kennen van zoveel andere Hollandse steden, zoals Delft en Leiden en ook van de stadjes aan het IJsselmeer.  Lees verder Stadsgezicht Amsterdam

Vakantie met de Roos

Hebt u dat ook wel eens? Dat juist als jíj met vakantie gaat, het weer omslaat. En als je dan weer terug bent, slaat het weer om.

Dat hadden wij dit jaar. We hebben dit jaar kans gezien precies tussen twee perioden van mooi, zonnig en warm weer in met vakantie te gaan. Drie weken lang. De eerste week woei het hard en gegeven het feit dat we met de Roos, een redelijk grote zeilboot, op pad gaan lijkt dat plezierig, maar het woei soms wel erg hard en dan is dat niet zo. Dan wordt op het water vertoeven, zeilend of anderszins, meer overleven.

De tweede week werd het vooral koud en ook nat. Wat dat laatste betreft, vaak is het zo, dat het toch veel korter regent dan je, binnen zittend, denkt. Op een gegeven moment werd het zo koud, dertien graden, dat we besloten de Wadden, waar we inmiddels waren aangekomen, te verlaten en terug naar het binnenland te gaan. Daar is het altijd een paar graden warmer dan aan de kust. Dat is in Scheveningen, waar we wonen, ook zo. De derde week werd het beter, de zon begon te schijnen, het bleef droog, maar het was nog steeds behoorlijk koud: zeventien graden.

Ondanks dit relaas over het weer, hebben we het erg naar ons zin gehad. We hebben van de ‘nood’ een deugd gemaakt en zijn naar gebieden gegaan waar we normaalgesproken niet komen. Zo kwamen we in Lelystad, in Batavia-haven om precies te zijn. Het is een rustige haven vlakbij de Batavia-werf en Batavia Stad. De haven heeft een enigszins mediterrane uitstraling, met een kleine boulevard met kroegen en restaurants. Daar hebben we gezellig van genoten. Batavia Stad is een outlet, met tal van beroemde merken die hier ‘voor weinig’ hun leftovers slijten.

Na Lelystad zijn we naar Blokzijl gevaren. Ook al zo’n plaats waar je nooit komt, behalve om er te eten bij ‘Kaatje bij de sluis’. Blokzijl en Vollenhoven, zijn voormalige Zuiderzee stadjes en die uitstraling hebben ze weten te behouden: je ziet de oude vissersboten, botters, aken, bollen, schokkers  in de oorspronkelijke haven voor je. Je moet dan wel even door alle motorboten ‘heen’ kijken.

Van Blokzijl gingen we het natuurgebied De Wierden en de Weerribben in. En naar Giethoorn natuurlijk. In Giethoorn hebben een zogeheten fluisterboot gehuurd om door het dorpje en natuurgebied te varen. Een fluisterboot is overigens qua model een replica van een punter, een visserszeilbootje. Er zit nu een elektrische buitenboordmotor op. Vandaar het woord ‘fluister’, want de motor maakt geen lawaai. Het was leuk om te doen en Giethoorn vanaf het water te zien. Het deed me denken aan de film Fanfare van Bert Haanstra uit 1958 waarbij twee rivaliserende fanfare-orkesten elkaar te lijf gaan om een bittere maar komische strijd uit te vechten.

Ook de Weerribben hebben we bezocht. We voeren er met de Roos doorheen. Als je ooit in Nieuwkoop of Vinkeveen bent geweest, kijk je er niet zo van op: het gaat om het afsteken van turf en vervolgens het verbouwen van riet. Maar mooi is het wel.

Koud maar voldaan keerden we naar Woudsend terug.

Schokland, eiland in het land

Twintig jaar geleden was ik hier voor het eerst: op Schokland. Ik was er samen met mijn toen zevenjarige zoontje. Ik was en ben zeer onder de indruk van dit voormalige eiland in de Noordoostpolder. Hier is geléden. De zee, de stormen, de winterse kou in de slechte behuizing, de armoede en niet te vergeten het geloof. Het moet zwaar geweest zijn voor de godvrezende lieden die hier gewoond hebben.
Het eiland heeft een bewogen geschiedenis. Ik heb er een trilogie van Pieter Terpstra over gelezen. Die begint met de stationering, begin 19e eeuw, van een huisarts. Het eindigt enkele tientallen jaren later, als van overheidswege de laatste bewoners wordt bevolen het eiland om veiligheidsredenen te verlaten. Jaarlijks waren er winterse stormen en als de storm hevig was,  overstroomde het eiland bijna geheel, de houten beschoeiing werd weggeslagen, het beetje vee dat men had, voor zover niet in aller ijl relatief veilig naar de zolder van de schaarse en schamele woningen gebracht, verdronk, de huizen storten soms in en altijd waren er doden te betreuren. Nog afgezien van de vissers die met hun traditionele schokkers niet meer huiswaarts keerden.
En dan het geloof. De Zuiderbuurt en de  Middenbuurt waren protestant en het Noorden katholiek. En je begrijpt, het bloed kruipt waar het niet gaan kan: onder de ruim 600 bewoners op de paar vierkante kilometer, waren er natuurlijk ook jongeren, die een relatie aanknoopten die over de geloofsgrenzen heen gingen. De geliefden troffen elkaar in het geheim, zij het dat de verbinding tussen de verschillende ‘buurten’ uit een plank tussen de palen van de beschoeiing bestond. Niet alleen zag iedereen je, het was ook een ‘eenpersoons plank’. Dat wil zeggen, dat als je een ‘tegenligger’ tegenkwam, je elkaar alleen maar op de plank kon passeren door langs elkaar te draaien en elkaar vooral tegelijkertijd vast te houden, anders viel je in het water of in de drassige bodem.  De ‘schokker dans’. Voor heimelijke liefdes dus niet zoveel ruimte, zij het dat je het natuurlijk niet bij een zo’n draai hoefde te laten…..

Men leefde vooral van de visvangst. En enigszins van de landbouw. Het naburige Urk was relatief welvarender, veiliger ook. En Kampen was de grote stad. Als het vroor en de hongersnood dreigde, kon men over het ijs naar Kampen schaatsen of zeilend met een bootje op ijzers. Als dan plotseling de dooi inzette, kwam men soms ook daar niet meer van terug.

Na de zware stormen in 1816 en 1825, vond de regering in Den Haag het welletjes. De veiligheid kon men niet garanderen, er was niet genoeg geld om jaarlijks de beschadigde beschoeiing te repareren en met had andere zorgen in die dagen. Zo was er bijvoorbeeld een tomeloos hoge staatsschuld.
Dus in 1859 verliet de laatste bewoner het eiland. De meesten gingen naar Kampen. Er bleef een vuurtorenwachter/havenmeester met zijn vrouw achter, tot ook dat niet meer nodig was. In 1942 sloten de dijken van de Noordoostpolder zich en na drooggemalen te zijn was het eiland onderdeel van het land geworden.
Ditgedichtje geeft prachtig aan hoe het eiland ophield te bestaan…..
De dominee uit Urk ging met zijn bootje
Naar Schokland om te preken
Door het ruisen van de zee
Is hij onderweg zijn preek vergeten.


Tien jaar later:
De dominee uit Urk ging me zijn autootje
Naar Schokland om te preken
Door het ruisen van het graan
Is hem zijn preek ontgaan.