Een ‘Near Miss’ (12), motorpech

Lemsteraak de Roos

In de rubriek ‘Een Near Miss’ dit keer wederom een geval van motorpech, met op zijn zachtst gezegd een hachelijke situatie als gevolg.

We varen met onze lemsteraak, de Roos, van een kleine twaalf meter van Woudsend naar Lemmer, op de motor, over de Friese meren en vaarten zoals het Slotermeer en het Prinses Margrietkanaal. Eenmaal in Lemmer gaan we de bruggen door.

Gashandel

Wat mij opvalt bij de tweede en een na laatste brug, is dat de boot niet meer op mijn aangeven via de gashandel langzamer gaat varen. Achterom kijkend naar het zog, zie ik dat hij gewoon doorvaart. Hij ‘loopt niet uit’. Ook krijg ik de motor niet in zijn achteruit om af te remmen. Sterker, als ik ‘in z’n achteruit’ gas geef, gaat hij sneller vooruit! Vervolgens kan ik dat sneller vooruitgaan niet meer corrigeren. Er is nog één brug op komst en daarna de sluis aan het eind van de kom waarin we willen gaan liggen. Tjonge jonge, dit is schrikken! Ik heb een ernstige uitdaging: hoe ga ik de boot bijtijds tot stilstand krijgen.

Zestien ton

Door mij heen schiet dat het einde is óf de brug is óf de sluis waar we met een klap tegen aan zullen botsen. Gegeven het gewicht van de boot, zestien ton, zal de ramp niet te overzien zijn. Naarstig speur ik naar plekken langs de kade waarlangs ik kan afremmen. Een mogelijkheid is om een lijn om een paal te werpen waarna ik de boot tot stilstand kan brengen. Ik heb dat al eens eerder met succes tijdens motorpech gedaan, zie ‘Een Near Miss 9. Nergens zie ik een paal…

Op zoek naar een bolder

De laatste brug vóór de sluis

Het is Hemelvaartsdag en druk in Lemmer. Overal liggen boten afgemeerd. Vlak voor de volgende brug zie ik een open plek waar normaalgesproken een charter aak ligt, dit keer niet. Zou het kunnen ? Er is geen paal of bolder, stel ik vast. Net op dat moment gaat de brug open. Ik besluit door de varen en zo schuiven wij niet te stoppen door de openstaande brug, met altijd veel bekijks, de kom in…

Verpletterend en overrompelend

Aan stuurboordzijde zie ik ruimte aan de kade. Ik zie de lage reling, een lange, dikke buis met een begin en een eind. Die moet ik hebben! Gaat het mij lukken daar een lijn omheen te gooien en vervolgens de boot te kunnen afremmen? Ik stel twee van mijn gasten met ieder een stootkussen in de hand aan de stuurboordzijde op, want we zullen, eenmaal vast, met een smak tegen de wal worden getrokken, zo voorzie ik. Ik gooi, werp raak en begin vliegensvlug op de achterbolder de lijn te laten slippen. Maar de kracht is verpletterend en de lijn te kort. Oppassen dat mijn vingers niet bekneld raken door deze overrompeling. Voordat we stilliggen moet ik helaas het allerlaatste stukje van de lijn loslaten.
De boot drijft verder. Iets afgeremd, dat wel. We hebben niet veel ruimte meer: de kade wijkt wat naar rechts in de richting van de sluis. De tijd en de afstand zijn inmiddels te kort om nog naar de kade terug te kunnen sturen. Ik roep mijn partner, leg haar uit dat zij haar eigen veel langere lijn moet gooien – zij gooit de lijnen altijd doeltreffender dan ik –  ik zal daarna de lijn van haar overnemen en op de bolder laten slippen. Ze gooit … mis. Nu is er nog één kans, de allerlaatste…

Dom

Het kost tijd: de lijn op orde brengen om te werpen (dat heet ‘opschieten’) voordat er weer gegooid kan worden. Nu gooit ze raak, ik neem hem over, laat hem slippen en… we liggen stil. Ik zet de motor uit.
Aha! Waarom heb ik dat niet veel eerder gedaan, gaat het door me heen. Door de stress en alle afwegingen die in split seconds gemaakt moesten worden, is het domweg niet in mij opgekomen. Een beetje dom! Maar zo gaat dat kennelijk.

James Bond

Enfin, daar liggen we dan, vlak voor de sluis. Het heeft alles weg van een James Bond film, waarbij onze James met een auto vlak boven het ravijn tot stilstand komt, bungelend op de rand. Of die BMW in een parkeergarage in Rotterdam die door de muur is gereden en nog net niet naar beneden valt…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.