A Near Miss, verhalen 1, 2, 3 en 4

(In aflopende volgorde)

4 februari 2018

4. Wier in de schroef

In deze rubriek verhaal ik over de bijna ongelukken (near misses) die mij met mijn avontuurlijke vader overkwamen. Deze keer niet echt levensgevaarlijk, maar toch wel erg spannend: wier in de schroef! Hier volgt het relaas.

Toen ik een jaar of tien was, kocht mijn vader zijn eerste boot: een Waterland kruiser van ruim zeveneneenhalve meter. Een motorboot dus. Hij wilde liever zeilen, maar begreep dat je eerst enige ervaring op het water op moest doen, alvorens het echte werk kon beginnen. De verkoper zei het zo: “meneer De Soet, u gaat nu zeebenen krijgen”. Motorboot of niet, ik vond het prachtig.

Terzijde: Beatle-kuif

We kochten de boot van een familie wiens zoon bereid was ons een dagje instructie te geven. Terzijde: deze jongen, een paar ouder dan mijn zus en ik, had een beatle-kuif! Het was 1964 en The Beatles waren net breder bekend geworden, dus ook bij ons. Dat was spannend!

Mijndense sluis

Na deze instructie-dag waren we op onszelf aangewezen. De boot laag aan de Eerste Plas van de Loosdrechtse Plassen, de vakantie was begonnen en het woei hard. We zouden tenminste drie weken op de boot doorbrengen. Fantastisch! Dit was nog eens wat anders dan kamperen.

De oude Mijndense sluis

We voeren naar de Mijndense sluis aan het eind van de Drecht, toen nog een piepklein sluisje met lastige een bocht erin. Vandaar voeren we de Vecht op. De sluis was onze eerste sluis en het viel niet mee. Ik weet niet meer wat er allemaal fout ging, het resultaat was toen we er eenmaal door waren, dat mijn vader zei dat we niet meer terug zouden gaan.

Wier

We voeren over de Vecht naar Muiden. Ook daar gingen we door de sluis. Het ging al een stuk beter. Mijn vader zei dat hij graag naar Amsterdam wilde.  Zou het niet prachtig zijn Amsterdam vanaf de waterkant te zien en te beleven? We moesten daartoe over het IJsselmeer varen. Mijn moeder wilde dat niet. Er werd een compromis gesloten, waarbij mijn vader zijn zin kreeg om over het IJsselmeer naar Amsterdam te varen, maar alleen op voorwaarde dat we – zo had mijn moeder bedongen – land zouden blijven zien. Dus voeren met nogal wat wind naar Amsterdam vlak onder de zuidkust, gelukkig aan de hogewal . Het bleek er nogal ondiep – later leerde ik dat dit het Muiderzand was – waardoor we door veel wiervelden voeren. Dat werd gaandeweg zo erg, dat we niet meer vooruit kwamen. Het wier had zich in de schroef vastgezet. Wat te doen? Mijn vader besloot uiteindelijk overboord te stappen om het wier uit de schroef te snijden. En zo zagen wij hem in zijn zwembroek met een mes tussen de tanden overboord stappen en vervolgens het wier rondom de schroef verwijderen. Daarna konden we weer verder. Ik vond het spannend! Kun je je voorstellen, je vader overboord met een mes tussen zijn tanden? Wat een heldendaad!

Later vernamen we dat je in zo’n geval de motor een paar keer vooruit en achteruit moet laten slaan en dan valt het meeste wier van de schroef af.

Drie weken later voeren we op weg naar huis weer de Mijndense sluis in. Het ging goed, we waren ervaren, we hadden ‘zeebenen’.

20 september 2017

3. Verdwaald op zee

Al eerder schreef ik over de bijna ongelukken (near misses) die ik met mijn vader vooral aan boord aan onze zeilboten beleefde. Zie onderaan deze blog voor de verwijslinkjes. Deze keer gaat het over dezelfde zeilvakantie waarbij we eerder al twee near misses hadden meegemaakt. Eén daarvan heb ik reeds aan deze blog toevertrouwd.

The Solent

We voeren naar the Solent, het water tussen het vaste land, de Zuidkust van Engeland en Ilse of Wight.

Het zou een tocht van minder dan een halve dag worden, van Littlehampton naar Portsmouth, hadden we berekend. Maar tegen de avond waren we er nog niet. We kwamen tot de conclusie dat we verdwaald waren. Je moet je voorstellen dat we navigeerden op basis van gegist bestek. Er was geen gps, geen elektronische kaart, wel een (papieren) zeekaart en een boek (de pilot) die de route en plaatsen beschreven. Maar  meestal was dit alles  verouderd. We moeten ergens een boei gemist hebben. Een prettig gevoel geeft het niet!

Vuurtoren

We zagen op enig moment een vuurtoren en rondden hem ook, maar de vuurtoren voldeed niet aan de beschrijving van de vuurtoren van Portsmouth, waarnaar we op weg waren. Die vuurtoren was volgens de pilot beschilderd met zwart-witte banen. De toren was we langs voeren was geheel wit. Och, zeiden we tegen elkaar, die is vast overgeschilderd. Dit moet Porthmouth zijn. Maar we zagen geen haveningang. We waren onrust.

Enfin, de dag ging over in de nacht. Dat was ook de nacht dat we bijna op de boei ‘Bridge’ voeren. Mijn vader besloot uit veiligheidsoverwegingen van de kust weg te varen. Ten slotte wisten we niet waar we waren en om eventuele obstakels te vermijden, leek dat een verstandig besluit.

Wacht lopen

We liepen wacht. Bij het eerste ochtendgloren voeren we terug naar de kust in de hoop ons te kunnen oriënteren.
Onder de kust zagen we een jacht voor anker liggen. Het was half zeven. We besloten de mensen te wekken. Na enig tijd verscheen er een verdwaasd, slaperig hoofd. Mijn vader vroeg hem: ‘Sir, we lost our way, can you please tell us where we are on this map?’
De man bestudeerde de kaart en na enige tijd verklaarde hij: ‘you are not on this map!’

St Catherine’s Point

Hij liet ons vervolgens zien waar we wel waren. De desbetreffende kaart hadden we niet eens aan bood! We bleken helemaal  zuidelijk om Ilse of Wight heen gevaren te zijn in plaats van tussen het vaste land en het eiland – The Solent – door. De witte vuurtoren die we gezien hadden, bleek St Catherine’s Point, de zuidkaap van Ilse of Wight te zijn. We waren ten westen van het eiland onder de kust bij het plaatsje Christ Church beland. We kregen een – oude – kaart mee en vertrokken in Oostelijke richting naar de stad Yarmouth aan de westzijde van Isle of Wight. Daar kwamen we een paar uur later aan.

22 augustus 2017

2. Net niet de bocht uit

Al eens eerder blogde ik over een near miss, een bijna ongeluk. Zie mijn blog ‘Een near miss’ tijdens het zeilen op de Solent. Het linkje staat onderaan deze blog.
Nu een relaas over een avontuur uit mijn vroege jeugd, toen de watersport mij nog onbekend was: onze caravan vakanties.

Avontuurlijk

Mijn vader liep, avontuurlijk als hij was, voorop met allerlei vormen van vakanties.

Zo werden wij als baby meteen al naar de camping meegenomen. Campings in de jaren vijftig waren natuurlijk in geen enkel opzicht met die van nu te vergelijken. Het was terug naar de natuur, puur overleven met bijna geen comfort. Er waren geen wc’s, geen campingwinkels, je was volledig op jezelf aangewezen. Kamperen werd ons zodoende met de paplepel ingegoten.

Caravan

Na een aantal jaren kocht mijn vader een caravan, ik was toen zes jaar oud. Meestal gingen we naar Duitsland of Frankrijk, tijdens de paasvakantie, met Pinksteren en met de Grote Schoolvakantie. Overal waar we kwamen hadden we bekijks. Vooral als we in een stad stonden, langs de straat of op een plein, om bijvoorbeeld even te lunchen, zagen we altijd kinderen vanuit de straten en steegjes naar ons gluren.

Helling

Maar op een dag ging het bijna mis. We reden een helling af, ik weet niet of het Frankrijk of Duitsland was, maar in ieder geval ergens in het heuvelachtige buitenland. Het was een stijle helling, een tweebaansweg met aan weerszijden bomen. Ik bespeurde onraad. Waarschijnlijk was mijn moeder aan het gillen. Ook hoorde ik mijn vader achter het stuur roepen dat hij hoopte dat hij (de caravan) niet de bomen zou raken.

Als een wilde

Ik keek achterom en zag de caravan als een wilde heen weer slingeren. Van links naar rechts en terug en inderdaad van boom naar boom. Ik schrok me een hoedje! Ik kan me niet meer herinneren of de auto – een Volkswagen Kever – ook slingerde of schuivers van de ene kant naar de andere maakte. Ik herinner me dat ik diep onder de indruk was. Ook al kon ik wat er gebeurde misschien nog niet ten volle doorgronden, het feit dat mijn ouders op zijn zachts gezegd onrustig waren, maakte mij ook onrustig. Op enig moment waren we beneden en stopte mijn vader de auto. Hij zei uiterst rustig tegen mijn moeder en ons kinderen ‘zo jongens, dat scheelde niet veel!’ Dat kwam vooral omdat er gelukkig geen tegenliggers bleken te zijn geweest en ook had de caravan de bomen niet geraakt. Enfin, zoiets vergeet je niet gauw.

Later

Toen ik ouder was en zelf achter het stuur van mijn auto zat om met vakantie te gaan,  heb ik wel eens in Noord-Frankrijk onderaan een helling van de snelweg totaal verwoeste caravans aangetroffen.

Willekeurige foto van een omgeslingerde caravan

Mistroostig kijkende mensen erbij. Kennelijk was hun caravan ook gaan slingeren maar met een minder gelukkige afloop.

‘The tail wagging the dog’

Het blijkt dat als de caravan verkeerd geladen is en niet goed qua gewicht op de auto drukt, een the tail wagging the dog situatie kan ontstaan. De aanhanger stuurt dan als het ware de auto. Met alle gevolgen vandien.

25 december 2016

1. Net niet op een boei

422ef953-e720-4420-8a29-c2b5175e6977-3140-000006fed440fbf4_tmp

Ik zit op de bank met mijn iPad voor me met mijn ogen dicht te wachten en te ‘kijken’ wat er in mij opkomt. Het beeld van mijn vader komt naar boven en de ‘near misses’ die ik met hem beleefde. Hier volgt er een.

De Solent

Het ging om onze zeiltocht in 1969 met onze toenmalige zeilboot, de Windekind, een polyester scherpjachtje van het type Trintella 1, naar Isle of Wight, Zuid-Engeland. Het was de zeiltocht door de Solent  en voorbij Great Yarmouth, waarbij we ’s nachts bijna tegen een boei aanvoeren.

De Waddenzee

westkardinaal
Een zgn cardnale westton vergelijkbaar met Bridge

Even tussen door, op de Waddenzee is dit mij ook wel eens bijna gebeurd. Er is weinig wind, de zeilen staan op, je lijkt stil te liggen maar door de stroom vaar je veel sneller dan je denkt. Je probeert weg te sturen maar de stroom trekt je als het ware naar de boei toe en dreigt je er op te zetten.  Gelukkig konden we steeds net op tijd snel de motor starten. Doet die het dan op zo’n moment niet, dan knal je dus tegen die boei op. Je zit als het ware in een grote, bewegende bak met water en sturen heeft geen zin. Op de stroom drijf je verder. Alleen de motor kan hier helpen, want er staat te weinig wind voor het zeil. Dus dacht ik aan deze ‘near miss’, een bijna ongeluk.

Boei ‘Bridge’

needles

Deze boei, waar we bij Isle of Wight bijna tegen aan voeren, is hier een voorbeeld van. Ook toen woei het niet of nauwelijks. Ik lag benedendeks te slapen en mijn vader, die de wacht had,  zei de volgende dag dat het leek alsof er een helikopter op ons af kwam, instinctief boog hij het hoofd om als het ware de wieken te ontwijken. Dat moet het knipperlicht op de boei zijn geweest. Op het laatste moment had hij door dat we met grote snelheid op een boei afvoeren en er al vlak bij waren. Hij kon nog net op tijd het roer omgooien waardoor we hem op een haar na misten. Met grote letters las hij  BRIDGE, de naam van de boei.

Als je op de zeekaart kijkt, zie je tien mijl west van de zogeheten Needles, de westkaap van Ilse of Wight, inderdaad een boei genaamd Bridge met een very Quick flashing light. Ternauwernood aan ontsnapt dus.

Motor starten

Vervolgens bracht dit beeld me weer op onze huidige boot, de Roos, een Lemsteraak, die altijd wat gedoe met het starten kent. Vorig jaar bracht onderhoudsman Joerg Goronzy daarvoor een aparte draad aan waardoor ik zeker wist dat de boot altijd zou starten.

Nu heeft hij dat draadje ineens weer weggehaald. Toch maar eens met hem bespreken….

(Copyright: Rudolf de Soet 2025)