Kort verhaal (1): de koude kant

Voor de Boekenweekschrijfwedstrijd van maart 2024, schreef ik een kort verhaal. Vervolgens verzamelde ik na maanden al mijn moed en postte ik het verhaal in mijn blog, voor u, waarde lezer, om er kennis van te nemen.
Overigens won ik niet, dat wilt u ook vast weten.
Dat was niet verwonderlijk, niet alleen waren er meer dan 800 inzendingen, het was de eerste keer dat ik aan zoiets meedeed. Bovendien was het verhaal veel te beschrijvend.
Voor mij was in dit stadium meedoen belangrijker dan winnen. Het was spannend.
Helaas kreeg ik geen feedback.

Feedback

Dus vroeg ik ChatGPT en Gemini om een reactie, niet nadat ik eerst het verhaal herschreef van te beschrijvend naar emotioneler en belevend. Bovendien, moest ik kiezen. Het ingezonden verhaal behandelde in vijfhonderd woorden teveel: liefde, oorlog, dood, verdriet, schande, huwelijk, emigratie, overspel, ouderdom. Ga er maar aan staan. Het verhaal werd dan ook te opsommend.
Ik besloot mij naast de hoofdpersoon tot twee personages te beperken en slechts enkele thema’s. Dat pakte wonderwel uit (vond ikzelf), zie hierna de versie van december 2025.
Het oorspronkelijke verhaal van september 2024, staat daaronder.

De Koude kant, een kort verhaal

De nazi’s marcheren het land binnen. 

Die Fahne hoch! 
Die Reihen fest geschlossen! 

Met wijd opengesperde mond en uitpuilende ogen, luistert Hanna naar hun stampende laarzen. Wat een trotse jongens. Kijk eens naar die glimmende uniformen. Ze stralen, ze feesten, zij zijn de overwinnaars.
Hanna mompelt met de massa mee: ‘Rotmoffen!’

Niet veel later ligt Hanna’s vader op zijn sterfbed en roept haar bij zich. Hij maakt zich zorgen. Ik zag wat ze met de Joden in Duitsland deden.’
‘Dat zal toch wel meevallen, pa? Kijk eens naar die knullen. Het zijn vriendelijke jongens, ver van huis, ze missen hun moeder.’
Pa ademt zwaar. Hij heeft moeite met spreken. ’Nee, de oorlog verandert hen, let maar op.’

Na pa’s overlijden schildert Stephan, een in Hanna’s ouderlijk huis ingekwartierde Duitse officier, haar vol vuur waar het Derde Rijk voor staat. Hanna staart naar zijn blinkende uniform, de zon weerkaatst op de gepoetste knopen. Ze hoort hem aan, de armen over elkaar. Ze zou die knopen wel willen aanraken. Ze neemt zich voor niet voor zijn charmes te vallen. Ze snapt dat het niet mag, heulen met de vijand, de bezetter van haar land. Pa zou het afkeuren.
Haar wangen gloeien. Zijn de Duitsers niet de toekomst? Ze walsen over heel Europa heen, van Noorwegen tot aan de Middellandse Zee. Ze feesten, genieten van het leven.
Die botsing, het niet mogen en het niet kunnen. Ze tuurt naar de marcherende en zingende manschappen buiten op straat, zonder ze echt te zien. Ze wil op zijn avances ingaan, dat levert vast een leuke en spannende tijd op, die rotoorlog maakt immers alles zo saai. 
Als ze het nu de ruimte geeft… Achter haar rug zullen de buren fluisteren, in het dorp naar haar wijzen, ze ziet het al voor zich, die afkeurende blikken. 
Stephan legt een hand op haar schouder, fluistert in haar oor dat zijn moeder verrukt van haar zou zijn. Ze draait zich naar hem om. Zijn geur, zo dicht staat hij bij haar. Het onrustige gevoel in haar maag, die heerlijke leegte, haar bonzende hart, ze weet het, verzet is kansloos. Ze kan niet anders, ook al zijn er razzia’s, is er spertijd, moest haar broer voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland. 
Stephan zegt dat het nodig is, om het Duitse Rijk te laten triomferen. Ze paradeert met hem door het dorp, rechtop, een verloofd stel. 
‘Schande!’ roept de bakker.
Ze schokschoudert, haar knieën knikken, ze richt haar blik vooruit.

Als Stephan naar het oostfront vertrekt, zijn haar tranen niet te stelpen,
Enige tijd later staat Hanna met de brief van zijn ouders in haar hand. Stephan sneuvelde. De tijd staat stil. Lamgeslagen is ze, urenlang ligt ze op bed en staart naar het plafond.
‘Je verdiende loon, moffenmeid!’ joelen de buren.
Bespot, vernederd en ontredderd glipt Hanna naar haar aanstaande schoonouders in die Heimat, haar nieuwe vaderland, om samen met hen te rouwen. 
Kreunend, snikkend en trillend, schuilt ze voor de bommen van de Geallieerden, totdat het eindelijk over is.

Oorspronkelijke Boekenweek variant

De opdracht was een verhaal te schrijven waarin familie het onderwerp was. Dat was het thema van de Boekenweek 2024. Het mocht maximaal 500 woorden lang zijn. Dat is mij gelukt, op de kop af, al was dat niet eenvoudig. Ik schreef over ‘de koude kant’ van de familie.

Hier volgt het verhaal:

Koude kanten

Nog voordat de oorlog is begonnen, raakt Hanna tot over haar oren verliefd op David. Hanna is de oudste dochter van een gezin uit een dorpje in het groene hart. Onbezonnen ontdekken de twee middelbare scholieren de liefde en de dingen die jongelui zoal op hun prille volwassen-willen-worden-zoektocht tegenkomen. Een kalverliefde? Nee. Hanna wéét dat ze voor elkaar zijn voorbestemd. Als Joséphine en haar Napoleon. 
In het eindexamenjaar marcheren de Nazi’s het land binnen: Die Fahne hoch! Die Reihen fest geschlossen!
Rotmoffen!’ scheldt Hanna met de massa mee, zonder dat de Duitsers het kunnen horen.
Hanna’s vader laat haar, als hij het jaar daarop veel te jong op zijn sterfbed ligt, beloven dat ze haar Joodse David aan de kant zal zetten. Voor Joden ziet het er niet best uit weet hij door zijn vooroorlogse, zakelijke ervaringen in Duitsland. Ze belooft het, maar weet dat ze de belofte niet kan nakomen. Haar geliefde zet ze niet bij het grofvuil. Ze houdt van hem, met hem wil ze haar leven delen. Wat kan het haar schelen dat hij Joods is. 
David weet beter, hij vlucht het land uit.
Na het overlijden van haar vader worden twee Duitse officieren in het ouderlijk huis ingekwartierd. Een van hen, de krijgszuchtige Stephan, vertelt Hanna vol vuur over das Dritte Reich en waar het voor staat. Een turbulente verliefdheid volgt. Onverholen paraderen ze, gearmd als een verloofd stel, door de straten van het dorpje.
Schande!’ roept haar familie. 
Stephan wordt naar het oostfront overgeplaatst. Zij blijft achter, bespot en ontredderd. Spoorslags ontvlucht ze het dorpje als het onafwendbare bericht haar als een dreun bereikt: haar Stephan is aan het oostfront gesneuveld.
‘Je verdiende loon, moffenhoer!’ joelen de mensen.
Ze glipt weg naar haar aanstaande schoonouders in die Heimat, haar nieuwe vaderland. Met hen wil ze samen rouwen. 
Schuilend voor de bommen, haalt ze daar heelhuids het einde van de oorlog.
Als een geschenk dwalen Amerikanen door de straten. Een vurige storm vlamt opnieuw in Hanna op, nu voor de ongedwongen Jack, die haar voorhoudt in Duitsland his patriotic duty te doen. Met opgeheven hoofd keert ze met haar Amerikaanse echtgenoot aan haar zijde, naar haar familie in het groene hart terug. ‘Zie je wel, ik wás niet fout!’ Zij vinden van wel.
Jack blijkt getraumatiseerd en ziet steeds meer in de fles dan in haar. Als het jonge gezin door het Amerikaanse leger in Frankrijk wordt gestationeerd, zoekt ze haar heil bij de getrouwde Guy. Zal ze met hem van het leven kunnen genieten? Van cultuur en de Franse keuken? Jack wordt ziek, Hanna verzorgt hem. Als Jack overlijdt, kiest Guy evenwel voor zijn echtgenote. Hanna zondert zich af in het boerderijtje, dat ooit het love-nest van haar en haar bourgondische minnaar was. 
Ook Guy sterft. De oude Hanna verneemt het uit de krant. Ze staart uit het raam naar de glooiingen van het Franse platteland en peinst over haar geliefden. De familie was tegen. Ze sluit het raam en draait zich om.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *