“Meneer, mag het raam dicht?”

De corona pandemie veroorzaakt allerlei onverwachte nevendiscussie. Discussies die stuk voor stuk ontstaan om verdere verspreiding te voorkomen. Heel begrijpelijk. De ontwrichtende werking van het virus op talloze gebieden zijn van ongekende proporties geweest en nog steeds is het niet voorbij. En dan heb ik het eens over de emotionele kant van deze verschrikking.

Ook nu weer kun je van alles over ventilatie in vliegtuigen, gebouwen, huizen en op de scholen lezen. Zo bleek dat op scholen met een volle klas de ventilatie al gauw te kort schiet. De ramen moeten open, wordt er geroepen! 

Roken op school

Het deed mij denken aan mijn eigen middelbare schooltijd, eindjaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Er werd door leerkrachten (én leerlingen) volop gerookt. Leraren rookten in de klas, op de gangen, in de aula, overal. Van alles door elkaar: niet alleen sigaretten en shag,  maar ook sigaren en pijp. Vooral een pijp zorgde voor heel wat walm en rookwolken. Leerlingen mochten alleen buiten en in de schoolkantine roken.

Blauw van de rook

De lokalen stonden bijna zonder uitzondering blauw van de rook. Bijna alle leraren rookten de hele dag door. Sommige hadden van die gele vingers waar de sigaret tussen zat. We wisten precies wie wat rookte: Caballero, Camel, Stuyvesant, Pall Mall, Roxy, de shag Drum en Samson of Javaanse Jongens. Het was tijdens de pauze een terugkerend gespreksonderwerp.


Als we door de gangen naar een volgend lokaal dwaalden, stonden de leraren bij de deur van de klas met elkaar te kletsen. Voorzover ik mij herinner stonden ze altijd te roken. Dikke rookwolken omhulden hen. We stapten het lokaal in en ontdekten iedere keer weer dat het blauw stond van de rook. Je wandelde door een muur van dikke, warme, zoetige, vooral smerige stank naar binnen. Een combinatie van ruim twintig leerlingen die een klein uur in die klas hadden gezeten, gecombineerd met de rook van de docent. We zetten soms een raam open, niet zozeer omdat al die rook ongezond was, wisten wij veel, het was ons vooral te doen om de stank te verdrijven.
Daar werd vervolgens al snel over geklaagd: “Meneer, mag het raam dicht?” 
We ademenden vrolijk door, of beter ‘mee’, ons niet bewust van de schadelijke uitwerking van deze overdaad aan rook, van één persoon, de docent.

Thuis

Thuis was het niet anders. Mijn vader rookte. Mijn moeder naar eigen zeggen ‘alleen op feestjes’. Het was normaal. Ik herinner me ook dat mijn vader op fotos’ altijd met een sigaret in de hand stond. Sterker, in die tijd stak men speciaal voor de foto een sigaret aan. Want zo wenste men in die dagen gefotografeerd te worden. 

Als hij een artikel schreef (hij was wetenschapper), stond zijn werkkamer net als onze klaslokalen blauw van de rook. We vonden het heel normaal en waren er volkomen aan gewend. Ook in kroegen, restaurants, sportkantines, overal was het er: rook.

Ignorance is bliss

Nu gaat de ventilatie, behalve over het corona virus, ook over CO2 uitstoot, stikstof en fijnstof. Maar goed dat we dat allemaal niet wisten. Ignorance…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.