Hospice: ‘versterven’

Thomas (Tim) Harrington
(1949-2020)

Onlangs belandde Tim, een volle neef van mij, in een hospice. Hij is een Amerikaan die in 2001 de Nederlandse nationaliteit verwierf. Ik sprak hem voor het laatst uitgebreid tijdens de bruiloft van zijn oudste zoon, Patrick, in Austin, Texas in februari 2020. 

Nadat in april een hersentumor was geconstateerd, werd hij na een korte maar uitvoerige behandeling tot ons aller verbijstering ‘opgegeven’ en zodoende kwam hij in een hospice terecht. Ik ging hem aldaar bezoeken. 

Menswaardig

Een hospice heeft tot taak de dagen die de patient resten tot zo prettig en vooral menswaardig mogelijk te maken. De patient is aan het ‘versterven’. Op de muur van dit hospice stond als motto: ‘wij verlengen niet het leven met dagen, maar de dagen met leven’. Mooi gezegd, want dat is precies wat ze doen.

Patiënten kunnen meestal niet meer zoveel en ook in het geval van mijn neef, was praten, bewegen, reageren al niet meer mogelijk. Ik ging er met mijn zus naar toe en we stonden in zijn kamer als aan de grond genageld. We wisten niet wat te doen. Onze neef lag half slapend, half wakker met zijn mond open naar ons te kijken. Wat zeg je in zo’n geval? Wat is je houding? Ik ben niet zo van het handen vasthouden. Het idee dat deze relatief jonge persoon (70) binnenkort sterft, is niet voor te stellen. We herkenden hem nauwelijks. Deze in sneltreinvaart verouderde en verschrompelde man kenden we immers anders: levenslustig, humoristisch, vol verhalen, de krant spellend, een gepassioneerd tennisser, veel energie, veel reizen, maar ook ongeorganiseerd, chaotisch, levend van dag tot dag.

“Kwestie van dagen”

Hij kon niet meer spreken. Hij bewoog af en toe zijn been. De zuster kwam binnen en wees ons op vlekken op zijn been en meldde ons dat het lijkvlekken waren. “Kwestie van dagen”, zei ze heel praktisch. We konden dat zien en inzien, maar waren niettemin geschokt. Niet veel later gingen we maar weer weg. We spraken even met de zusters, die overigens blij met onze komst waren. De Amerikaanse familie zat in de VS. Ze hadden niemand om de praktische en onvermijdelijke zaken mee te bespreken. Zaken als de keuze van de uitvaartonderneming en wie deze zou bellen, zodra ‘het zover was’. Ik bood mij aan als tussenpersoon en heb ze meteen gebeld, een en ander doorgesproken als het onvermijdelijke zou zijn gebeurd en aan het hospice verslag uitgebracht. Ook verzekerde ik het hospice dat ze de eigen bijdrage van € 40 per dag zouden ontvangen, desnoods van mij. Ze waren opgelucht.

Gezellige boel

In de dagen erna heb ik de Amerikaanse familie, broer, zonen, neven en nichten van en naar Schiphol en het hospice gereden. Soms kwam ik er wel drie keer op een dag. Het werd eigenlijk best een gezellige boel, al die mensen over de vloer. Mijn neef leek ervan op te leven, althans hij keek wakkerder uit zijn ogen. Op zondagmorgen om drie uur werd ik gebeld: mijn neef was na tien dagen hospice overleden. Het was 30 augustus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *