Tag archieven: Amerikaan

Het kleine denken

Verbaas jij je ook wel eens over sommige dingen. Neem nou straatbordjes. Of nummers op de huizen. Ik bedoel, de grootte ervan.
Ik liep laatst door een wijk in Den Haag. Ik liep op een grote, brede straat, met een brede middenberm en daarop een trambaan. Het straatbordje is zo klein, dat je het bijna niet kunt vinden. Het is net zo klein als de bordjes in een smal bestrate nieuwbouwwijk, een ‘woonerf’. Voor je het weet raas je er langs. Ik heb er een voorbeeld van: zie de foto van een straatbordje uit Rotterdam, op een drukke invalsweg. Kun je het zien? Een piepklein blauw straatbordje.

Maar ook de nummers op de flatgebouwen zijn piepklein. Hoe kun je dat nou lezen, terwijl je zo’n 30 á 40 kilometer per uur rijdt. Ook daar heb ik een foto van. Vanaf het voetpad, dus dichtbij, genomen.
 
In Amerika heb je grote borden die dwars op de rijrichting staan, waar je dus niet om heen kunt. Maar ja, in Amerika is alles gericht op de automobilist. De borden en nummers moeten dus wel groot zijn, want je moet ze in een flits kunnen zien, zonder jezelf en het verkeer in gevaar te brengen. En ze denken groot! Dat helpt ook.


In Nederland is veel van die zaken nog gericht op paard en wagen. We zijn stil blijven staan. We hebben ons niet aangepast. We zijn (nog steeds) niet op reizigers uit onbekende streken gericht. Slechts op het naburige dorp!  Je ziet het ook aan de borden langs de snelweg:
Als je in Duitsland, Frankrijk of Spanje over de snelwegen rijdt, worden sommige grote steden al honderden kilometers van te voren aangegeven. Berlijn, München, Parijs, Bordeaux, Barcelona. Dan weet je ongeveer waar je heen moet. Als je van de Afsluitdijk komt en je rijdt naar Amsterdam, dan je zie geen bord Den Haag, Rotterdam of Utrecht (Eindhoven of Maastricht al helemaal niet). De borden Den Haag of Rotterdam zie je pas twee kilometer voordat je bij Amsterdam bent. Op het laatste bord vlak voor dat je ring oprijdt staat er op het bord dat vier rijstroken beslaat: ‘Amsterdam 2′. In Utrecht is ook zo’n situatie. op de A28. Zou je als reiziger niet precies de weg weten, dan ontstaat de indruk alsof je op het punt staat het centrum van Amsterdam of Utrecht binnen te rijden. Daarna moet je maar weer verder zien.
Het is een vorm van ‘klein denken’ van ons Nederlanders.

De Amerikaanse highway

In Amerika heb je een systeem van wegen, de Interstate highways, die in de meeste gevallen ook de staten met elkaar verbindt. Al in de jaren vijftig gebouwd.
Rond de steden worden deze snelwegen vervolgens aangevuld met expressways, parkways, freeways, grote snelwegen. Wat wij denken dat een Amerikaanse highway is, is vergeleken met de exressway of de parkway eigenlijk een provinciale of gemeentelijke weg. De lokale highway is namelijk een weg vol met stoplichten maar met wel tenminste twee of drie en soms vier rijstroken. De stoplichten zijn goed op elkaar ingesteld. Dat wil zeggen, als het licht op groen springt, kun je een aantal lichten na elkaar passeren. Pas na een paar minuten springen de lichten weer op rood. Je bent dan een flink stuk opgeschoten.
Voorts zijn er overal op- en afritten, zowel naar links als naar rechts. Afritten naar winkels en winkelcentra, shopping malls, restaurants, drive thru’s, soms eindeloos achter elkaar. McDonald’s, Burger King en allerlei lokale fast food restaurants, Denny’s, Wendy’s, maar ook Charley’s Stakehouse, Red Lobster, de Lobster Pot, het Japanse Kobe, enzovoort. Ziet er altijd wel gezellig uit, overigens, vooral ’s avonds, als alles verlicht is.
Een volgend voordeel van de highway met de vele winkels en restaurants ernaast is, dat al die verschillende zaken door subwegen met elkaar verbonden zijn. Mocht je te laat afslaan, geen nood, ‘binnendoor’ ben je zo weer ter bestemder plaatse.
De expressway en de Interstate highway  is meer vergelijkbaar met onze snelweg: ze gaan door weilanden, door bossen of overal overheen.  En hier en daar een tankstation, met daar weer een wereld van restaurants en natuurlijk, Starbucks er omheen.
Wat het verkeer rustig maakt komt door wat wordt genoemd: lane keeping. Je rijdt in je strook en daar blijf je. Je mag links én rechts inhalen. Hinderlijk links rijden – in Nederland wegirritatie nummer één – bestaat daar dan ook niet, net zo min als – nummer twee – bumperkleven.  Dat is eenvoudigweg niet nodig. Je gaat de auto’s gewoon voorbij aan de kant die jij kiest.
 
Wat ik ook zo kan waarderen is dat de rijrichting overal staat aangegeven. Bijvoorbeeld US highway 192 North. Of, de andere kant op: South. En in de auto staat aangegeven (bij moderne auto’s in de spiegel) of je west of oost, noord of zuid rijdt, of daartussen in, bijvoorbeeld zuidoost. Je weet in grote lijnen waar je heen gaat, bij twijfel ga je de kant op waar je reisdoel ligt. In Nederland staan op de groene hectometerpalen langs de snelweg, Li en Re, wat staat voor links en rechts. Het kan gebeuren dat je naar het noorden rijdt op bijvoorbeeld de A4. Staat er op zo’n hectometer paal ‘Li’. Dan klopt dat niet met je gevoel. Het voelt namelijk als rechts. Je moet nadenken, terwijl noord of zuid, logischer zou zijn. 
Bij het uitdelen van bonnen voor verkeersovertredingen snappen ze maar al te goed: laatst kreeg ik een bon met daarop een paar kilometer te hard rijden op de A4 West!

Face It!

Wel eens onzeker in een bepaalde situatie? Wel eens bang? Lees verder!

Ik werd destijds door mijn werkgever Shell uitgezonden naar Suriname om er voor Billiton te werken. De eerste twee weken was ik nog alleen. Mijn gezin zou later komen.  Ik werd in het guesthouse van het bedrijf ondergebracht en genoot daar ook de maaltijden. 
 
Er logeerde ook een Amerikaan. Hij was onderhoudsmonteur van de enorme draglines waarmee de grond van het oerwoud werd afgegraven om zodoende bij de bauxiet, waar aluminium van gemaakt wordt, te komen.

 

Hij reisde over de hele wereld om deze machines te onderhouden. Hij was  dus buitengewoon bereisd, was overal geweest en had veel ervaring. Ik at iedere avond met hem en we raakten aan de praat.


Gezien zijn ervaring, vroeg ik hem op enig moment hoe om te gaan met moeilijke situaties in het buitenland, vooral in de Derde Wereld en daar waar gevaarlijke en vijandige omgeving zou kunnen ontstaan. In een niet bepaald vriendelijk land dus. Dat begint soms al bij een al te bureaucratische douane. Ik vroeg hem hoe in dat soort landen te handelen. Of, als je daar over straat loopt en je wordt ineens geconfronteerd met een groep mensen die op je af komen en kwaad in de zin hebben, je mogelijk gaan bedreigen. Ik vroeg hem wat hij zou doen. 

Het duurde even voordat hij antwoordde. Hij kwam maar niet to the point. Ik drong aan. Ik vroeg hem voor de laatste maal en zei: ze komen op je af, je bent bang en je ziet geen uitweg, wat doe je dan? Hij antwoordde heel eenvoudig: face it!


Ja dat was het natuurlijk, dat ik daar niet op gekomen was! Kijk het gevaar in de ogen, zie de angst in het gezicht. Wat het ook is, onzekerheid, wantrouwen, ‘face it’ en …. het vervliegt. Je weet wat je te doen staat.
Ik vond het mooi, ik heb het onthouden en ernaar geleefd. 

Ik wens een ieder die dit leest en/of mijn blog wel eens volgt het allerbeste voor 2013!

Publix, een Amerikaanse supermarkt keten

We waren weer op bezoek in Florida. Ik heb daar al eens een blog over gepost (maart 2012). We hebben in Florida een huis dat we verhuren (zie http://www.trafalgar-rose.com/ en http://www.micazu.nl/vakantiehuis/trafalgar-rose-de-droom-vakantievilla-10626/).
 
Wat opvalt in Amerka is onder andere de supermarkt. Ik ben daar erg enthousiast over. Om allerlei redenen. Om te beginnen zijn er talloze supermarkten. Ze zijn vaak ‘verborgen’ in een grote shopping mallaan de highway, met allerlei andere winkels er omheen. Zoals kleine en grote restaurants, fastfood ketens, drugstores, nail studio’s, tuinspullen, bloemen en planten en wat dies meer zij. Teveel om op te noemen.
 
We bezoeken onze ‘eigen’, dat wil zeggen dichtstbijzijnde supermarkt, de Publix. De Publix is een enorme supermarkt, een grote hal, met brede paden tussen de schappen. Ruimte is het sleutelwoord. Ze zijn van tien tot tien geopend, nergens zie je kratten met aan te vullen spullen. Alles ligt er netjes en schoon bij.
Het is niet alleen maar een supermarkt, het is veel meer dan dat: er is een apotheek, een restaurant, ze verkopen allerlei andere zaken, zoals tv’s, boeken, planten, fototoestellen, enzovoort.
 
Maar laten we bij het begin beginnen: je komt aanrijden, ruimte alom en vele brede parkeerplaatsen waar je niet voor hoeft te betalen en ook nog eens  vlakbij de ingang. Bij de entree staan niet alleen (gratis) winkelwagens maar ook met opgeladen accu’s uitgeruste invalide wagentjes. 
 
Je gaat naar binnen en ziet aan de rechterkant een complete bakkerij met vers brood. Iets verderop is een slagerij en wat daar opvalt, afgezien van de vriendelijkheid van het bedienend personeel, is dat ze allemaal haarnetjes en handschoenen dragen. Buitengewoon hygiënisch.
 
We slenteren langs een enorme groeten-afdeling, een sushi afdeling met ter plekke vers gemaakte sushi. We vervolgen onze weg langs de talloze ruim opgezette schappen. Om de paar meter hangen kleine hebbedingetjes voor een impuls aankoop aan de schappen. Hebbedingetjes die nuttig zijn: variërend van kurkentrekkers tot, handige flesopeners voor oudere mensen met minder kracht in hun handen, tot doekjes, mesjes, fussy fingers om computer schermen te reinigen, enzovoort.
En wat een gigantische hoeveelheid aan producten en veelheid aan keuzes: pindakaas, bijvoorbeeld is er in alle soorten en maten, rijen achter en boven elkaar. Zo ook de ketchup, kruiden, cornflakes, drinkwater, frisdranken, noem maar op. Dat is prima, zoveel te kiezen, alleen je vraagt je af of ze ze het wel allemaal verkopen. En op tijd. Tien mijl verderop is er namelijk weer precies zo’n winkelcentrum met een Publix.


Bij de kassa aangekomen, worden de aankopen gescand en door de  kassière zelf of een hulpje in plastic zakken gedaan. Een buitengewoon efficiënt gebeuren. De plastic zakken worden vervolgens in de winkelwagen gezet en die rijd je naar de auto. De zakken gaan in de achterbak en weg ben je, de highway op, op weg naar huis. 
 

Of eerst nog even langs Starbucks voor een cappuccino onderweg, of een andere drive thru’.   

Benden, benden en benden!

De winterbanden konden er weer af. Enkele dagen geleden. Ik was een beetje aan de late kant dit jaar, kun je wel zeggen. Het is immers al mei. Niet dat het erg is, want het is zo koud en de banden werken vooral goed als het koud is. Tot zo’n negen graden.
Maar waarom zo laat? Dat komt omdat ik van de gelegenheid gebruik wil maken bij Kwik Fit aanwezig te zijn, als ze de banden vervangen. Ik ga er graag zelf naar toe en dat kan alleen ’s ochtends vroeg. Het zijn daar vriendelijke mensen, je krijgt er koffie en ik vind vreemd genoeg de omgeving leuk. Het duurt maar kort, misschien komt het daarom, als ik er de hele dag zou moeten zitten, zou het misschien anders zijn.

Ik zit afwisselend in de wachtruimte, ik loop een beetje heen en weer, kijk naar de auto’s en mijn eigen auto op de brug en ben helemaal omgeven door banden, banden en nog eens banden. De Amerikaan van de Profile Tire Centre reclame zou zeggen: benden, benden en nog eens benden. En coffee.

Hoe verloopt de bandenwissel? Daar zie ik op toe. Ben ik bang dat het niet goed gaat, nee, ik vind het leuk om ernaar te kijken, naar ervaring aan het werk. Doen ze het goed, zit er iemand met kennis en ervaring aan de ‘knoppen’. Want knoppen zijn het: er komt geen sleutel meer aantal te pas. Het zijn een soort lucht gedreven (pneumatische?) boormachines, die de banden met veel geratel van en aan de auto doen. Alles gaat verder elektrisch. Ook het verwisselen van de banden van de velgen.
Totdat alles gereed is: dan word ik uitgenodigd om persoonlijk toe te zien hoe de monteur met de momentsleutel de moeren aan de laatste toets onderwerpt. Een momentsleutel geeft een klik als de ingestelde norm is bereikt. Dan weet je zeker dat de moer goed vast zit en niet té vast. Hij breekt niet.
In dienst leerden we dat als een bout afbrak, je een kwartslag moest terugdraaien. Of, vlak voordat hij afbreekt, moest stoppen met draaien.
Zo zit dat.