Sparta, de voetbalclub van Rotterdam

Onlangs ben ik naar een voetbalwedstrijd geweest. Het gaat om Sparta tegen Veendam. Dat zijn twee Eerste Divisie clubs, dus het stelt eigenlijk niet zoveel voor. Want het is geen Ere Divisie. Sparta is niet alleen de oudste, het is ook de netste onder de betaald voertaal clubs. Dat laat ik me althans vertellen.
Ik ga samen met mijn zoon, Bart, op een kaartje van mijn schoonvader. Beiden zijn verstokte Sparta fans. Ondanks het feit dat Sparta twee jaar geleden naar deze klasse degradeerde, zijn ze hun club trouw gebleven. Dat is toch mooi? Ook alle andere bezoekers, het zijn er niet zoveel als anders, beweert Bart, want het is Tweede Paasdag en dan gaan de mannen met hun vrouwen naar de meubelboulevard.
Maar goed, ik zit naast Bart en aan de andere kant naast mij zitten van die stevige, stoere, typische Rotterdamse binken. Als de Sparta Mars wordt aangeheven, gaat iedereen staan en begint op de maat mee te klappen. De aanstekelijke mars is aanvankelijk instrumentaal,  en schalt door de luidsprekers. Ineens stopt het en volgt er een daverend driemaal ‘hoi’. Hét signaal voor het stadion om voluit met een prachtig lied los te barsten. Ik kijk naar links. De stoere binken staan hun lied te zingen en mee te klappen. Wat  is dat prachtig. Wat een kleine hartjes. Ik krijg er tranen van in mijn ogen. De tekst gaat over trouw, glorie, voor- en tegenspoed, de kleuren van de club. Dat soort dingen. Het is fantastisch! Wat een loyaliteit!
Ik wistdit allemaal al, want ik heb dit al eens eerder meegemaakt. Ik heb dan ook speciaal voor deze gelegenheid de woorden gegoogled en uit het hoofd geleerd, om uit volle borst mee te kunnen zingen. Hier kom ik voor. Ik hoop dat er veel doelpunten zullen vallen, voor Sparta natuurlijk, want dan wordt de yell (de slotregel) weer aangegeven. Echt geweldig.
Op dat punt word ik niet teleurgesteld: het wordt 2-1 voor Sparta, dus dat betekent twee keer de yell, plus bij de aanvang van de tweede helft.
Verder is de wedstrijd niet om aan te zien. De bijna hoogste van de Eerste Divisie (Sparta) tegen de bijna laagste (Veendam). Het moet een groter verschil opleveren. De fans schelden er tijdens de wedstrijd vrolijk op los, ik hoor allerlei discussies om me heen, de grensrechter loopt vlak voor ons heen en weer en krijgt het zwaar te verduren, maar uiteindelijk sluiten de aanhangers hun team weer in het hart. Direct na het laatste fluitsignaal, klinkt nog eenmaal de yell:
‘Zullen wij laten ho-ho-ren, SP-AR-TA!’ Prachtig!
Hier volgt voor de liefhebber het filmpje van de mars:

Stephen Covey 1, zijn gedachtengoed

Wel eens gehoord van Stephen Covey? Hij is een goeroe uit Amerika en vervult een leidende positie op het gebied van management en leiderschap, de daarbij behorende vaardigheden en technieken en vooral gedrag. Waar gaat het over?

Het gedachtengoed van Stephen Covey bepaalt, als ik voor mezelf spreek, in grote mate wat, wanneer, hoe en waar ik iets doe of waarvan en wat ik van iets vind. Voor de goede orde, niet op religieus gebied. Daar gaat het niet over. Ik vind daar wel iets van, maar niet nu.

Het gaat bij Covey om zakelijke én persoonlijke ontwikkeling. Zijn gedachtengoed is universeel, is vanzelfsprekend. Hij heeft het op een eenvoudige en begrijpelijke wijze  opgeschreven in zijn boek The Seven Habits Of Highly Effective People, in het Nederlands vertaald als ‘De Zeven Eigenschappen Van Effectief Leiderschap’. Ik zelf spreek liever van ‘gewoonten’ in plaats van ‘eigenschappen’. Dat betekent dat je het kunt aanleren. ‘Eigenschappen’ heeft voor mij meer iets dat je dat bij je geboorte mee krijgt.

Lees verder Stephen Covey 1, zijn gedachtengoed

Organisatiestructuur zonder woorden … Nee, toch maar niet

Onlangs plaatste ik een naar mijn idee bijzonder grappige afbeelding over een organisatiestructuur.
De begeleidende tekst bij de blog was:
Need I Say More …  Grapje! Welnu, ik heb me vergist. Er valt wel wat over deze grappige afbeelding te zeggen, want ik vernam dat mensen zich aan het plaatje stoorden. Mijn eerste reactie daarop was, hoe is het mogelijk? Iedereen ziet toch dat dit grappig bedoeld is? Shit en assholes. Net als grappen van en over Fokke & Sukke, of de scherpe teksten van Loesje.
Maar nee, het blijkt dat als je lager in de organisatie staat, je hieruit zou kunnen opmaken dat management zo over jou zou kunnen denken. Management schijt op ons medewerkers, zoiets. Ik werp deze gedachte verre van mij. Sterker nog, de werkvloer, als ik dat zo mag noemen, ook hier oppassen, neem ik juist heel erg serieus. Daar doe ik van alles aan, omdat het management altijd het risico loopt te ver verwijderd te raken van diezelfde werkvloer. Een van de dingen die je ertegen kunt doen, tegen die afstand, is veelvuldig op de werkvloer rondlopen. Ook wel ‘management by walking around’ genoemd.
En wat het grapje betreft, een grap over Sam en Moos bijvoorbeeld, maakt degene die hem uitspreekt nog niet tot een antisemiet. Dus, beste lezer, vooral niet alles letterlijk nemen, de humor vasthouden. En wat mijzelf betreft, ik zou de laatste zijn, die op ‘mijn’ mensen zou willen ‘schijten’. Daarvoor ben ik veel te trots op ze! Of ik een asshole ben? Ik laat het graag aan anderen over om dat te beoordelen.

Paul McCartney, once again

Onlangs schreef ik over Paul McCartney. Over zijn optreden in New York, ter gelegenheid van het openen van het City Field stadium.

En nu (maart 2012) ben ik zelf naar een optreden gegaan. In Ahoy Rooterdam. Dat was een feest! Dat was fantastisch! Daar stond deze bijna 70-jarige rocker te spelen alsof hij 20 was. En hij genoot!

Vooral Beatle-nummers kwamen langs. En een aantal zeer goede Wings-nummers. Ik denk niet dat er een nummer bij was dat ik niet mee kon zingen. Zo dichtbij de Beatles was ik nog nooit geweest. Zoals ooit iemand schreef, bij een andere gelegenheid waarbij Sir Paul optrad, he wrote them, he sang them, how close can you get?
Er zat een tribute aan John Lennon bij, aan George Harrison en vanuit het publiek werd spontaan Yellow Submarine, ooit door Ringo Starr gezongen, gescandeerd.

Voor de liefhebber hierbij een linkje naar het optreden in Ahoy. Met de setlist en wat filmpjes.

http://www.setlist.fm/setlist/paul-mccartney/2012/ahoy-rotterdam-netherlands-7bde3224.html

Ik ben ooit voetbalcoach geweest

Zo, daar kijk je van op, nietwaar. Ik moet er wel meteen bij zeggen, coach is een groot woord. Te groot. Veel te groot eigenlijk. Ik was niet meer dan de wat ze noemden, de leider. En dat klinkt ook veel te groot. Mijn taak was erg eenvoudig en ondersteunend. Dat wil zeggen, dat ik het elftal bij uitwedstrijden naar de locatie van de thuisclub reed en leiding aan de stoet auto’s gaf, zonder Tom Tom overigens, want die bestond nog niet. We hebben bij menig tankstation overlegd, waar in hemelsnaam dat voetbalveld lag. Het was 1991- 1992. En de jongens waren pas een jaar of zeven. Dus ik was de leider van de f’jes.

Ik ontving de ouders van de tegenpartij bij thuiswedstrijden. Ik hield de score bij en wikkelde dat administratief af, ik heb menig bestuurskamer van binnen gezien. En …. er waren ook mindere momenten, bij thuiswedstrijden soms. Dat waren de keren dat ik moest fluiten. Bij gebrek aan een echte scheidsrechter. Nou weet ik niet veel van de regels, maar dat was niet zo erg. Ik floot er maar wat op los, of helemaal niet. Het liep altijd wel. Maar wat vooral lastig was, was wat te doen als de bal uit ging. Ik had echt niet door wie hem als laatste had geraakt. Gelukkig bood de oplossing zich vaak vanzelf aan: de jongens regelden het onder elkaar. En als een van beide partijen de bal oppakte om in te gooien, wees ik vervolgens de goede kant op. Ging negen van de tien keer goed.

Er waren natuurlijk ook wel ouders, die commentaar hadden, die vonden dat bij twijfelgevallen de gasten de bal moesten krijgen, maar dat waren meestal de ouders van deze gastspelers! Echt gefrustreerde ouders, daar krijg je pas bij de e’tjes mee te maken. Niveautje hoger. Wat ook wel eens gebeurde, was dat als de bal over de achterlijn rolde en zelfs ik zag dat het een doeltrap was, een ouder langs de lijn ‘corner’ riep. Daarop aangesproken, zei hij dan doodleuk: het was toch het proberen waard?

En wie zat er nou in dat team, behalve mijn eigen zoon natuurlijk? Niemand minder dan Guyon Fernandez, die tegenwoordig de niet onverdienstelijke spits van Feyenoord is. Dat was toen niet echt te voorzien overigens, want Guyon was in die dagen werkelijk niet vooruit te branden! En wat ook niet te voorzien was, dat hij alleen al dit seizoen elf wedstrijden is geschorst, wegens buitensporig geweld. Toch ben ik wel een heel klein beetje trots.
Enfin, na anderhalf jaar ben ik met pensioen gegaan.

 

Over schoonheid

Onlangs had ik een gesprek met een goede vriend van mij. We kennen elkaar inmiddels al weer tien jaar. We ontmoetten elkaar tijdens een ‘mannen-retraite’ onder leiding van Kes, een indrukwekkende vrouw, die zich qua vakgebied niet een psychologe noemt, maar een ‘Initiator’. Het was op het landgoed Welna op de Veluwe, in juni 2002.
We spreken sindsdien af en toe met z’n tweeën af en eten ergens wat. Soms in een strandtent, bij mij in de buurt of in Utrecht, waar hij woont. Zo ook onlangs weer. In Utrecht dit keer. In Restaurant West.

Na wat small talk gaat het bij dit soort dineetjes altijd weer over dingen die er toe doen. Meestal over onze relaties. Deze keer echter, ging het over iets heel anders. Hij vroeg hoe zat het met ‘schoonheid’ waar ik het in 2002 bij Kes en de mannen op Welna over had gehad.
En dat was waar ook! Helemaal vergeten! Ik was op de wereld gekomen om schoonheid te leren kennen en ervan te genieten. Dat had ik in die jaren ontdekt en daar toen over verteld.

Wat is schoonheid voor mij?
Het doet mij denken aan What A Wonderful World van Louis Amstrong. Of van een kopje koffie dat ogenschijnlijk zomaar op tafel staat, een torretje dat over de grond loopt op het pad in een bos, ook de stad en het rumour, de mensen, schijnbare toevalligheden, dingen die mensen zeggen, of zingen. Zoals het liedje van Walt Disney’s songwriter Robert Sherman, die onlangs is overleden: It’s A Small World After All. Het wordt door kinderen gezongen en het gaat mij om de toevoeging juist door die kinderen van de woorden After All. Mooi hè?

Bij schoonheid gaat het mij dus niet om bijvoorbeeld een gedicht (kan overigens ook mooi zijn), ook niet over een schilderij (kun je natuurlijk ook van genieten), maar wel over een song zoals Imagine van John Lennon (onmetelijke diepgang) en een muziekstuk (kan prachtig zijn). Neem nou een stuk van Bach, bijvoorbeeld. Wat mij te binnen schiet is Komm, Süsser Tod.

Dit is de tekst van Imagine:

Imagine there’s no heaven
It’s easy if you try
No hell below us
Above us only sky
Imagine all the people
Living for today

Imagine there’s no countries,
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion too
Imagine all the people
Living life in peace

You may say I’m a dreamer
But I’m not the only one
I hope some day you’ll join us
And the world will be as one

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world

You may say I’m a dreamer
But I’m not the only one
I hope some day you’ll join us
And the world will live as one

En dit is de tekst van Komm, Süsser Tod:

Komm, Süsser Tod.
Komm, sel’ge Ruh’.
Komm, führe mich
in Friede.

De schoonheid  hiervan zit hem in de beknoptheid van de beide teksten en de enorme betekenis en diepgang die ze hebben. Zo van wauw! Hoe is het mogelijk dat er mensen zijn (geweest), die dit hebben bedacht en kans hebben gezien dit zo beknopt op te schrijven.

Natuurlijk kan ik ook genieten van mooie luchten of een zonsondergang. Of zeilend langs het riet van een meer. Of zeilend op het IJsselmeer waar je de prachtigste vergezichten hebt, op stadjes en hun torens. Of de platen, banken, slikken en branding op de Wadden. Prachtig! Ook dat is schoonheid. Het zijn zaken waar ik enorm van kan genieten. De andere voorbeelden, zoals dat torretje dat in het bos loopt, gaan meer over schoonheid die belééf ik.
Het gaat daarbij om echt kleine én hele grote dingen.

Florida, The Sunshine State

Weet je waar ik geweest ben? In The Sunshine State!

Florida! Ze noemen die staat in Amerika ‘The Sunshine State’. En dat is waar. Ik zat er onlangs, in januari van dit jaar, in Orlando, Central Florida, in ons huis daar en het is prachtig weer! Overdag loopt de temperatuur op tot tussen de 22 en 26 graden Celsius, ’s nachts koelt het echter wel behoorlijk af, tot soms onder de tien graden. Althans, in januari. En dan te bedenken dat het in Nederland op dat moment vroor, of in ieder geval er nachtvorst was.
De mensen die hier overwinteren, of langere tijd in de winter in Florida doorbrengen, worden ‘snowbirds’ genoemd: ze ontvluchten de landklimaat kou van het Noorden. En ook dat is waar: tijdens een tussenstop in Philadelphia bleek het daar onder de min vier graden te zijn. En rondom Chicago werden ernstige sneeuwstormen gemeld.

Florida is sterk vergelijkbaar met de rest van de Verenigde Staten. Er is ruimte, ruimte en nog eens ruimte. Heerlijk! Vooral voor een Nederlander. Geen files, alles gericht op vervoer per auto, dus overal parkeerplaatsen, goede voorzieningen en doorstroming.

Florida is behalve zijn eindeloos lange stranden aan zowel oost- als westkust (uurtje naar Tampa aan de Golf van Mexico en uurtje naar Cape Canaveral aan de Atlantische Oceaan) en krokodillen (alligators in de Everglades) ook bekend vanwege Walt Disney (http://disneyworld.disney.go.com/parks/). Disney World, Sea World, Magic Kingdom, Universal Studio’s, Adventure Island, noem maar op (zie wat linkjes hieronder). Alles ligt bij elkaar in de buurt en voor de mensen is er daarmee eindeloos vertier. Er is daardoor een complete industrie ontstaan, toeleveranciers voor de wereld in en rondom Disney. Restaurants, hotels, huurvilla’s, vliegvelden, autoverhuurbedrijven, noem maar op. En golfbanen. Het aantal golfbanen rondom Orlando alleen al is 1500. Tot slot van deze niet uitputtende reeks dingen die je er kunt doen, kun je er shoppen. Er zijn enorme, grote en prachtige shopping malls, Factory Stores en Outlets. Voor elk wat wils, ook qua prijs.

Je kijkt je ogen uit. Het is er geweldig!




 

                      

Paul McCartney, meer dan een rocker!

Ik zag laatst een tv programma over Paul McCartney. Wat is het toch een artiest, wat een rocker! Ik heb zelden meer veelzijdigheid en creativiteit gecombineerd met muzikaliteit gezien. Je herkent zijn stemgeluid wel, maar het is dan weer hard, dan weer zacht, blues, romantisch, rauw, de woorden, de teksten en keiharde rock, allemaal afgewisseld, tientallen jaren lang. Zo kan ik wel doorgaan. Ik doe hem vast tekort. Hij heeft nog talloze ander dingen buiten het zingen om gedaan.

Hij heeft niet alleen klassiekers op zijn naam staan, maar ook klassieke muziek. En nu heeft hij er weer jazz aan toegevoegd. Kisses On The Bottom. In de top 2000 staan veruit de meeste nummers van hem, vanuit zijn rol bij de Beatles, Wings en Paul McCartney als solo zanger met een band. En dat al 50 jaar! De meeste bands laten toch meestal meer van hetzelfde zien en horen. De Stones, Queen, Elvis, Michael Jackson, Abba, Madonna, etc., etc. Stuk voor stuk ook fantastische artiesten en groepen en ik luister er graag naar en van sommige ben ik ook een enorme fan.

Waar het mij bij Paul McCartney om gaat is wat ik hierboven al schreef: veelzijdigheid en creativiteit gecombineerd met muzikaliteit. Het was overigens een optreden waarmee het Stadion in New York ‘City Field’ werd geopend. Het stond op de plaats waar in 1965 de Beatles in het toenmalige Shea Stadium hadden opgetreden en waarbij ze zichzelf niet meer konden horen, vanwege het lawaai van de fans.

 

Korten van pensioenen 3

Ik kan het niet laten. Nog eenmaal over het korten van pensioenen. De laatste dagen blijft het korten van pensioenen de media immers bezig houden. Enigszins verdrongen door het aftreden van Job Cohen als fractievoorzitter van de PvdA. En natuurlijk door het ski-ongeluk van Prins Johan Friso.

Er valt te beluisteren dat als we de pensioenen niet korten, de jongere generatie de dupe is en ten onrechte de rekening van de hebzucht, het egoïsme, etc., van de babyboomers doorgeschoven krijgt. En nu komt het:

Hoezo, de jongere generatie de dupe? Wat een onzin. Bedenk eens dat de jongere generatie ook nog niet veel premie heeft betaald. De jongere generatie betaalt natuurlijk ook mee, maar door de jaren heen gaat het pas een beetje aantikken. Voor de pensioentechnici onder ons: ook de jongere generatie betaalt mee door te voldoen aan de zogeheten ‘doorsneepremie’. Daardoor betalen ze aanvankelijk meer dan ze opbouwen, iets dat gegeven de groei van flexwerkers, zzp’ers en dergelijke zou moeten  veranderen. Maar dat terzijde.

Dit begrip betekent dus dat jongere generaties iets meer betalen dan dat ze aan aanspraken opbouwen en oudere iets minder – dit wordt de solidariteit tussen de generaties genoemd. Ondanks deze doorsneepremie is er in absolute termen minder betaald. Alleen al door vervolgens jarenlang premie te (blijven) betalen, lost de jongere generatie het ‘doorgeschoven’ probleem voor een groot deel op (let wel: als er al van doorschuiven van de ene generatie naar de ander sprake is). Dan heb ik het nog niet over toekomstige rendementen. De jeugd ‘zit’ op een enorme potentiële groei! Op aanwas door rendementen. in de afgelopen twintig jaar is het pensioenvermogen meer dan verdubbeld! Maar daar mochten we immers niet van uitgaan, van de boekhouders en de pessimisten. Dat deze rendementen er ooit nog zouden komen, dat gaat een boekhouder niet van uit. Volgens de accountants regels mag hij dat ook niet. Ik behoor tot de optimisten, weet je nog wel, zie een eerdere blog. Die premiebetaling, aangevuld dus met beleggingsresultaten, leiden uiteindelijk tot een goed pensioen.

Als je daarbij betrekt dat er al jaren geen indexatie is geweest en er ook een eventuele korting komt, volgend jaar, dan zijn juist de ouderen de dupe!