The Grand Canyon en verder -1

Eagle Point bij the West Grand Canyon. Let op de vogel in het midden

In de periode april/mei reisden wij door het zuidwesten van de Verenigde Staten. Het hoofddoel was een bezoek aan de Grand Canyon in de staat Nevada. Daarna zouden we een aantal steden in Arizona en Californië bezoeken. 

Las Vegas

Om naar de Grand Canyon te gaan, is Las Vegas de handigste plaats om op te vliegen. Om twee uur ’s middags lokale tijd landden we daar en brachten er de middag door en, vanwege het negen uur tijdsversc hil, slechts het begin van de avond. Om wakker te blijven, reserveerden we bij Hell’s Kitchen, een restaurantketen van Gordon Ramsey. We aten er goed.
Als te verwachten, was deze stad een kermis, druk, flitsend en gericht op vertier.

Helicopter

De Grand Canyon stond al jaren op mijn lijstje. Toen we er waren, spaarden we dan ook kosten noch moeite (we huurden een helikopter en een hummer) om er een mooie blik op te kunnen werpen. De helikoptervlucht leverde adembenemende vergezichten op, op de bossen, de stijle rotsformaties, de scherpe richels, de bergen en dalen, het was in één woord prachtig! Dit had ik niet willen missen.

Hummer

Achter dit restaurant van Gordon Ramsey, zie je nog net een stukje van hotel Bellagio, waarin de film Ocean’s Eleven zich afspeelt

De hummertocht viel wat tegen, in die zin dat we verwachtten met die jeep de Canyon in te gaan. We hoopten met deze stoere auto over glibberige rotsen te rijden, af te dalen en weer op te stijgen. Maar we reden naar diverse uitzichtpunten (viewpoints), iets wat we ook met onze eigen auto hadden kunnen doen. Het was als een bustocht, met steeds hetzelfde groepje mensen uitstappen, beetje rondkijken en weer instappen. Wel ook hier een prachtig zicht op de kloof.
Het bleek overigens dat je alleen als wandelaar de Canyon in mag.

Film

Even terzijde:
Ik zocht tijdens ons bezoek naar sleuven tussen de rotsen, zoals ik in de film 127 hours had gezien. De film gaat over het waargebeurde verhaal van een jonge knul die met zijn fiets tientallen meters naar beneden valt en in een sleuf terecht komt. Daar komt hij met zijn arm vast te zitten, nadat er een rotsblok op valt. Hij kan niet meer los komen, wat hij ook probeert. Hij zit klem en kan geen kant op. Uiteindelijk besluit hij, na 127 uur, zijn pols door te snijden en zo komt hij weer weg. 

Ik bleek mij te hebben vergist. Dit verhaal speelde zich in een hele andere Canyon af. 

Hoe dan ook, de Grand Canyon was zeer de moeite waard.

Phoenix

Vervolgens reden we naar Phoenix, Arizona. Deze stad deed ons aan Orlando en Atlanta denken. Een nogal saaie stad met van die highrise buildings in het financial district, waar ook ons hotel stond. ’s Avonds reden we naar Scottsdale, net buiten de stad en dat bleek een stuk leuker. Dit plaatsje deed ons aan Kissimmee, Florida denken. We aten gezellig in de hoofdstraat.

Bergen en dalen

De volgende dag reden we verder, nu ging de reis naar Palm Springs, in California. 
Telkens veranderde het landschap: we reden langs gebergten met steeds weer anders gekleurde rotsformaties. We zagen zwarte en bruin gekleurde bergen, dan weer rode en groene en zelfs gele, soms in de verte, soms dichtbij. We genoten van deze wisselende landschappen op weg naar de oceaan en de stranden.

Palm Springs

Palm Springs stad vonden we leuk. In het centrum was een lange, gezellige straat, Palm Canyon Drive, met allerlei winkels, restaurants en terrassen. We bezochten de straat enkele keren om rond te kijken, te eten en te slenteren. 

Ook gingen we omhoog met de Palm Springs Arial Tramway. Deze kabelbaan bracht ons helemaal naar boven, de bergen op, tot zo’n tweeduizend meter. Daar stond ik, in mijn korte broek en poloshirt. De kou viel gelukkig mee. Boven liepen we langs de paden, klommen over rotsen en genoten telkens van het prachtige uitzicht

In een volgende blog beschrijf ik het vervolg van deze tocht. We komen langs San Diego, Los Angelos en Santa Monica.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *