Sammie

Vandaag, 8 juli 2014, is mijn eerste kleinkind geboren. Het is een meisje en ze heet Sammie. Wat een alles verzengende vreugde! Wat een hartverwarmende bijzonderheid. Moeder en kind maken het goed, zoals dat heet.

Zo’n zeven tot acht maanden lang kon ik inmiddels aan dit idee van een kleinkind wennen, maar het werkelijk geboren worden en geboren zijn, is toch echt een heel ander gevoel. Zo weinig als ik geïnteresseerd ben in baby’s in het algemeen – wat moet ik er mee? – zo overgeïnteresseerd ben ik nu. Zo anders voelt het aan. Dit is niet zo maar een baby, dit een afstammeling van mij!

Ik mocht het kleine wurmpje al na anderhalf uur na de geboorte vasthouden en het gevoel van vreugde over dit wonder is meer dan allesoverheersend. Hier ligt nieuw leven in mijn armen, net uit de baarmoeder en volkomen onwetend van alles wat er om haar heen gebeurt.

Sammie is de naam van de nieuwgeborene, zo zei ik al hierboven. Alleen dat al is een feest.

Alles zit erop en eraan, zoals hele kleine vingertjes met hele kleine echte nageltjes. Niet te lang niet te kort, alsof ze net geknipt zijn. Zo mooi! Het lukt me niet om boven de typische geboortenclichés uit te stijgen.

Vanaf nu is ze er altijd. Ze is een factor in mijn leven.

(Voor mijn belevenissen met Sammie klik hier voor mijn blog ‘Mijn Oirs’.

Het WK: Feest en ook altijd azijnpissers

Wat vind ik van Oranje op het WK?
Ik vind het in één woord fantastisch. In eén woord, maar in meerdere opzichten. Het is natuurlijk heel erg leuk dat Oranje het zo goed doet en laten we hopen dat ze de finale halen, net als drie keer eerder.
Even terzijde, een finale tegen Duitsland zou geweldig zijn: in één toernooi afrekenen met alle drie de eerdere tegenstanders: Spanje, Argentinië en als klap op de vuurpijl, veertig jaar na dato: Duitsland. Geklopt. Nederland wereldkampioen. Dan pas zijn we tevreden en is het verleden rechtgezet. Hè, hè, eindelijk! Of zoals Willem Vissers van De Volkskrant schreef: de kras in de Nederlandse ziel kan daarmee worden weggevijld, of woorden van die strekking.

Terug naar de meerdere opzichten waar ik mee begon. Het is fantastisch om meerdere redenen. Een heb ik er al genoemd. Maar er zijn er meer:

De spelers lopen niet naast hun schoenen. De sfeer is goed, ze spreken netjes met de pers, ze vormen een team, enzovoort. Helemaal goed.
Dan het spel. Ik geniet van de spanning. Het gaat mij niet om mooi voetbal. Terzijde: wat is dat eigenlijk, mooi voetbal? Zouden er behalve degenen die zich er professioneel en zakelijk mee bezig houden, mensen zijn die het weten of zich ervoor interesseren? Het gaat om het resultaat. De mensen willen spanning, sensatie en resultaat. De rest doet er niet toe.
De televisiecommentatoren, zoals Jan Mulder en hoe heet-ie ook al weer, Derksen, zijn de azijnpissers. Of ze zijn jaloers op Van Gaal. Dat brengt mij natuurlijk op de Bondscoach.
Weer een terzijde: Derksen heeft tegen de verwachting in een heel leuk radioprogramma op radio Rijnmond op zaterdagmorgen.
Terug naar de Bondscoach. Ik geniet van het idee dat hij alles in scenario’s uitdenkt en bespreekt. Het spreekt me als methode enorm aan. Als manager, als leider, deed ik dat destijds zelf ook. Op mijn eigen schaal en terrein.
Neem een ontruiming in verband met brand of een bommelding, een gegeven waar ik in mijn beursjaren veelvuldig mee te maken kreeg. Wij gingen in scenario’s uitdenken wat er allemaal kon gebeuren en oefenden daarmee. Het resultaat daarvan is dat wat er ook gebeurt, je al 80% in je vingers hebt. Mensen kunnen elkaar blindelings vinden en hoeven zich slechts met de laatste onbekende 20% bezig te houden.
Het is geweldig om te zien dat Van Gaal met enkele tekens een opstelling en speelwijze  tijdens de wedstrijd geheel kan veranderen. Iedereen weet wat hij moet doen, woorden zijn niet nodig. En daar gaan ze weer, op naar de zoveelste overwinning, na soms eerst achter te hebben gestaan.

Het nadeel van dit alles? Het gespeelde voetbal is wellicht niet mooi, zie boven. Ik weet dat niet. Maar het is spannend en het resultaat is uitstekend. Dat is wat we ons later nog herinneren, Niet of het mooi voetbal was.
Succes jongens!

Wat maakt een land een beschaafd land: Japan

Wat bepaalt het niveau van beschaving van een land of streek? Ik was onlangs in Japan en daar drong deze vraag zich op.

Want het viel me op hoe beschaafd dit land is. Terzijde merk ik op dat Japan in de eerste helft van de vorige eeuw buitengewoon expansionistisch was. Die ambities hebben ze na het verliezen van de Tweede Wereldoorlog laten varen. Het is nu een vredelievend volk.

Een paar dingen van Japan zijn algemeen bekend, namelijk dat de Japanners voortdurend ja knikken en voor van alles en iedereen een buiging maken. Dat viel dan ook meteen al op bij de luchthaven na aankomst wachtend op de shuttle naar het hotel. Bussen kwamen en gingen en iedere keer nadat de passagiers aan boord waren gegaan en de bus langzaam wegreed, maakte het achterblijvende ‘grondpersoneel’ een diepe buiging totdat de bus helemaal weg was.

Of in de trein. De conducteur komt het grote compartiment binnen, maakt een diepe buiging, knipt de kaartjes en maakt bij het verlaten van het compartiment weer een diepe buiging. Niemand die er op let, maa hij doet het wel. Hij doet op een volkomen natuurlijke manier. Je ziet aan hem dat het vanzelfsprekend is. Geen opgelegd pandoer. Ik heb Japanners bij deuren zien buigen waar helemaal niemand was om voor te buigen. Ze doen het gewoon. Het heeft te maken met respect.
Nog wat andere voorbeelden uit het dagelijks leven:
Als je mobiel in de trein afgaat en je wilt opnemen, ga je zo snel mogelijk buiten het compartiment de telefoon beantwoorden. Anders hebben de anderen er last van, zo wordt er van te voren in de trein omgeroepen. Buiten, op straat en op terrassen, is mobiel bellen eveneens verboden, zo ook roken, want daar kunnen anderen last van hebben. Een teken van beschaving, lijkt mij.
De taxi’s hebben witte stoelovertrekken. De chauffeurs dragen witte handschoenen. Buitengewoon hygiënisch. De meter loopt. Is het hebben van meters in een taxi een teken van beschaving? Fooien worden niet op prijs gesteld. Dus ook geen teleurstelling als de fooi eens een keer kennelijk wat laag uitvalt en de chauffeur zijn auto niet meer uitkomt en je maar moet zien hoe je de achterbak van zijn taxi open krijgt. Ook in de hotels geen gedoe over fooien. Beschaafd?
Overal in Tokyo lopen vrouwen alleen of in kleine groepjes rond. Volkomen veilig. Is de wijze waarop een land zijn vrouwen behandelt, ook een teken van beschaving? Japan bleek volkomen veilig. Je kunt overal naar toe, er zijn geen gebieden waar je ’s avonds niet naar toe zou moeten gaan, enzovoort. Zakkenrollers hoeft niet voor te worden gewaarschuwd. Er is een groot respect voor ‘mijn en dijn’.
Andere punten die opvielen, respectievelijk een uiting van beschaving kunnen zijn: door heel Tokyo heen, door deze enorme miljoenenstad met 15 miljoen inwoners, lopen voor de blinden over alle trottoirs gele geribbelde banen. Ze zijn in de stoeptegels verwekt. Ook bij de kruispunten. En niet alleen op de stations, zoals bij ons.
Er gaan van en naar Tokyo centraal station dagelijks 400 hoge snelheidslijnen. De gemiddelde vertraging van deze 400 treinen is dertig seconden op een dag.

Kortom, respectvol, vriendelijk, beschaafd, sophisticated, efficiënt, schoon, hardwerkend, klantgericht, een natuurlijke glimlach op het gezicht, op godsdienstig gebied tolerant, zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat een land!

Een Reünie in Appenzell, Zwitserland

In 1981 studeerde ik voor een MBA het hele jaar aan de business school van Lausanne in Zwitserland. Tegenwoordig heet het instituut IMD, toen IMEDE.
Het was een zeer internationaal gezelschap waarin ik was terechtgekomen: in totaal zevenenveertig studenten, vijfentwintig nationaliteiten. Drie Nederlanders, twee Denen, twee Duitsers, een Fransman, twee Engelsen, een aantal Italianen, een Portugees, een aantal Zwitsers, een Israëliër, vijf Amerikanen, vijf Indiërs, iemand van Sri Lanka, Singapore, Maleisië, Brazilië, Argentinië, Uruguay, enzovoort. Niemand uit Africa overigens. Zeker niet uit Zuid-Afrika. Dat land werd in die tijd door zijn Apartheidsregime geboycot. Er was ook een politieke vluchteling bij, een voormalig Hongaar. In die tijd, voor de val van de muur, kon hij niet terug naar Hongarije. Nu is hij weer gewoon Hongaar.
Het was een intensief jaar en het schiep een band.
De band was zodanig dat we vervolgens elke vijf jaar bijeen kwamen, met uitzondering van het derde lustrum. Om de een of andere reden is het toen niet gelukt om het vijftien-jarig bestaan te vieren. Maar voor het overige neemt de intensiteit van de band vooral toe. Aanvankelijk waren de reünies in Lausanne zelf (1986, 1991 en 2001), daarna gingen we naar andere plaatsen: 2006 (vijfentwintig jaar) in Goa, India, 2008 in Budapest, in 2011, dertig jaar, in Lissabon, in 2012 in Kopenhagen en nu dit jaar in Appenzell, Zwitserland, vlakbij de stad Sankt Gallen in het oosten van Zwitserland.
Als gezegd, waren we met drie Nederlanders. Wij trokken tijdens het jaar zelf, maar ook daarna redelijk vaak met elkaar op, wat tot gevolg had dat we Dutch maffia werden genoemd. Dat werd deze keer versterkt omdat tijdens de reünie de eerste poule wedstrijd van het Nederlands Elftal voor het WK in Brazilië was, namelijk tegen Spanje. De wedstrijd was legendarisch, het werd immers tegen de verwachting in maar liefst 5-1 voor Nederland. Het gevolg was dat wij de helden van de reünie waren. Alsof we zelf deze prestatie hadden geleverd.
Niettemin is Appenzell een reisje waard: het is een klein Zwitsers kanton – eigenlijk zelfs een ‘half-kanton’, want het is opgedeeld in Appenzell Innerhoden en Appenzell Ausserhoden, in totaal niet meer dan zo’n 15.000 mesnen. Het heeft een prachtig en vriendelijk, lieflijk eigenlijk  berglandschap met eeuwenoude tradities, waaronder natuurlijk het jodelen. Daarnaast is Appenzell bekend om zijn democratische verschijningsvorm: eens per jaar wordt over lokale zaken op de Landsgemeindeplatz door middel van hand opsteken gestemd. Sinds 1990 mogen zeer tegen de zin van de mannen – want opgelegd door de federale overheid – ook vrouwen stemmen.

Volgend jaar gaan we naar Israël.

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 6 van 6: ……? Wat zou je willen veranderen?

Vorige zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.
Hier volgt de zesde en laatste Volkskrant vraag.
Vraag 6: Als je de baas van de wereld zou worden, wat zou je dan veranderen?
Weer dat woord baas! Ook bij vraag 4 van 6 (zie blog 9 maart 2014) deed zich dat woord zich voor. Ik spreek liever over ‘leider’ en ‘leiderschap’.Enfin, niet alle punten op mijn lijst die ik zou willen veranderen, zijn gemakkelijk ten uitvoer te brengen. Vergelijk het met het veranderen van de cultuur van een bedrijf. Je hebt over het over de DNA van het bedrijf. Ook ‘de wereld’ heeft een DNA.

Van land tot land verschillen culturen. Van streek tot streek. En zeker van werelddeel tot werelddeel. Mede ingegeven door religieuze verschillen. Deze vooral religieuze verschillen zijn niet alleen door de eeuwen heen, maar ook nu nog, aanleiding tot conflicten en tot het voeren van oorlog.
Het is niet iedereen gegeven tolerant ten opzichte van andersdenkenden te staan. Niet zolang geleden was intolerantie op bijvoorbeeld religieus gebied ook in ons land de gewoonste zaak van de wereld. Hij werd ingegeven door overijverige – en dat is vriendelijk uitgedrukt – gezagsdragers van de kerk, zowel aan katholieke zijde, als aan protestantse. Maar ook in het dagelijks leven. Ik geef een voorbeeld:
Toen ik in dienst diende ik onder een rooms-katholieke ritmeester (het equivalent van een kapitein), bleek ik, mij op religieus gebied neutraal opstellend, ineens op achterstand te staan. Hij liet weten mijn neutrale, in ieder geval niet katholieke, achtergrond af te wijzen. Ook dat is vriendelijk uitgedrukt. Ik begreep in het geheel niet wat het probleem was.
Hoe dan ook, mijn punt is dat er verschillen zijn en ook verschillen in tempo. Ik meen dat alle volken hun eigen ontwikkeling zouden moeten kunnen bepalen en volgen en vooral in hun eigen tempo. Wij zouden daarover eigenlijk niet moeten oordelen, vooral niet in de zin van ‘zij lopen achter’. Maar dat valt niet altijd mee.
Niettemin is een aantal zaken universeel. Universele zaken die mensen kenmerken zijn, dat ze lachen, verdriet hebben, elkaar opzoeken, socialiseren, trouwen, kinderen krijgen, dromen, van de natuur genieten, enzovoort, enzovoort. Als ze schrikken, slaan ze de hand voor de mond. Dat is overal dezelfde reactie. En zo zijn er meer dezelfde universele gewoonten en diepgewortelde en gevoelde waarden. Zo ook de wijze waarop je met elkaar omgaat, ten diepste, dus los van cultuur en los van achtergrond, geloofsovertuiging en wat dies meer zij.

In sommige culturen worden dit soort zaken aan banden gelegd. Misschien is het dat aan banden leggen van deze universele zaken die ik als ‘baas’, als leider van de wereld gelijk zou willen trekken. Ik zou daar simpelweg toe besluiten: iedereen is gelijk en men dient conform dit besluit te handelen!

Je komt een beroemdheid tegen….

Denk je dat nou ook wel eens? Je ziet een beroemdheid, hij of zij staat gewoon ineens naast je. Neem Paul McCartney. Of een bekende Nederlander, een BN’er. Wat ga je zeggen?

Paul McCartney is een echte beroemdheid. Hem zou ik heel graag tegen komen. Maar wat ga ik zeggen als ik hem ontmoet. Daar kun je je maar beter op voorbereiden. Je wilt een goede indruk maken.

Bij Bekende Nederlanders ligt het wat mij betreft anders. Ik hoef geen Bekende Nederlanders te ontmoeten, laat staan dat ik me zou voorbereiden op wat te zeggen als het zich toch toevalligerwijs zou voordoen. Niet dat ik niet graag eens met bijvoorbeeld Sacha de Boer zou willen praten, maar dat lijkt me een ander onderwerp.

Terug naar Paul McCartney. Als ik hem ontmoet, zo maar toevallig, wat ga ik dan zeggen? Let op: je kunt natuurlijk niets zeggen, hem negeren. Maar als je dat wel wilt, wat zal ik dan zeggen: ‘How are you doing? I love your music, I am so impressed? How was working with John Lennon?’
Nee, dat is te gewoon. Dat soort vragen stelt iedereen. Wat dan wel?

Toen president Obama Nederland bezocht, vanwege de Nucleair Safety Summit in Den Haag, bezocht hij de Nachtwacht in het Rijksmuseum. Hij stond even voor het gebouw bij een groepje scholieren stil. Ze stonden hem schaapachtig aan te kijken. Begrijpelijkerwijs onvoorbereid. Maar er stond een slimme journalist tussen en die vroeg: ‘do you speak some Dutch?’ Goede vraag en goed voorbereid. Er kwam een gesprek op gang.

Dus ik zou ook kunnen vragen: ‘do you speak some Dutch?’ Nee, lijkt me niks in het geval van Sir Paul.

Ik vraag het volgende, als openingszin: ‘how does it feel that all of your songs are still famous, still shining through the generations, for more than fifty years now?’

En volgende vraag: ‘How does it feel that your songs give so many so much comfort?’

Ik voeg er misschien aan toe, dat zijn leven en zijn werk, zijn songs over honderd jaar nog steeds mensen – al of niet met een gebroken hart – zullen troosten en zullen zorgen voor levensvreugde. Hoe bijzonder is dat?

En: hoe voelt het om een nummer te maken dat door een miljard mensen wordt gehoord?

Of: ik heb eens een blog geschreven of hoe het gesprek met jou aan te knopen.

Op deze manier zou het gesprek toch wel op gang moeten kunnen komen.

 

Doelen stellen

Bent u ooit wel eens in aanraking gekomen met de kracht van bewuste intentie? Je wilt iets en door het willen, gebeurt het? De wil iets te kunnen, iets neer te zetten of te bereiken? Ik heb voor u het verhaal van Ron Zwerver, een volleyballer op Olympisch niveau.
Hij nam zich voor om met zijn team en een aantal mensen er omheen, Olympisch goud te winnen. In Barcelona 1992. Alles werd ten behoeve van dit doel in het werk gezet. Het was de Seven Habits van Stephen Covey in alle hevigheid actief.

Lees verder Doelen stellen

Wat zijn dit voor vragen? Vraag 5 van 6: Welke ontwikkeling stemt je vrolijk?

Van de zomer viel mijn oog op een terugkerend artikel uit De Volkskrant. Er werden aan verschillende mensen steeds dezelfde zes vragen gesteld. Ik nam mij voor die vragen ook eens beantwoorden. Steeds één per blog.

Hier volgt de vijfde Volkskrant vraag.

Vraag 5: Welke ontwikkeling stemt je vrolijk?

Wat mij te binnen schiet is niet een ontwikkeling, maar eerder een tafereel:

Toen er ruim vijftig regeringsleiders voor de Nucleaire Safety Summit naar ons land kwamen, meer in het bijzonder naar Den Haag, waren de beveiligingsmaatregelen overweldigend. Ik woon op 100 meter van het World Forum, waar het allemaal plaatsvond. De hekken, de helicopters, de politie, de ME, de verkeerswachters, The Beast, ze waren er allemaal. Met uitzondering van The Beast, reden ze allemaal door mijn straat. Wat ik zei, overweldigend was het.

We liepen op de vrijdagnacht voor de top nog even een ommetje door het ‘spergebiet’. Het leek wel oorlog. Het gaf een sinister beeld. Er was niemand. Geheel verlaten, maar wel allemaal schijnwerpers, camera’s, ijzeren hekken, roadblocks, enzovoort. Ook een lange rij vrachtwagens met daarop uitklapbare grote schermen om te vermijden dat een regeringsleider niet alsnog het doelwit van een scherpschutter zou kunnen zijn. Zijn auto zou bij het World Forum immers moeten afremmen, na met hoge snelheid van Schiphol te komen rijden. Naar verluidt, reed men in twintig minuten van Schiphol naar het World Forum. Normaal gesproken doe je over dat ritje zo’n drie kwartier!

Bij ons in de straat waren ook roadblocks geplaatst. Ook dat zag er unheimisch uit, als een soort ‘muur’. Het sinistere en unheimische duurde totdat de top begon. Op maandag landde Obama op het Museumplein. Hij kwam easy going uit de helicopter gestapt, als een soort superstar, “Hi guys, how are you doing?” Hij begroette de schoolkinderen, schreef in hun jubileumboek “Dream your Dream” en aanschouwde de Nachtwacht. De toon was gezet, althans voor televisiekijkend Nederland. De sfeer werd gemoedelijker. Het weer hielp ook, want het was een prachtige, zonovergoten dag. Dus wat deden de Nederlanders? Ze parkeerden hun fietsen tegen de roadsblocks (altijd handig) en dronken, kijkend naar het tafereel van de top en alle veiligheidsmaatregelen die getroffen waren, een biertje. Alsof het koninginnedag was.

Dat stemt mij vrolijk.

Van Berkel’s Patent…., ellende zonder end!

Het is 1978. Ik werk bij weegschalenfabrikant Van Berkel’s Patent. Een gerenommeerd en beursgenoteerd bedrijf met een lange geschiedenis. Even tussendoor, als er werd gebeld en de receptie antwoordde: ‘U spreekt met Van Berkel’s Patent,’ dan werd en aan de aan de andere kant door een boze klant geroepen: ‘ellende zonder end!’
Ik ben trainee. Dat wil zeggen dat ik op allerlei afdelingen te werk wordt gesteld. Zo heb ik in de Vlaardingse vestiging gewerkt en op verscheidene afdelingen in Rotterdam. Echte industrie. Echte fabrieken.
Ik werk op het kantoor en af en toe ook in de fabriek. Ik leer veel. Om te beginnen dat ik niets kan, maar ook bijvoorbeeld het verschil tussen de fabrieksmensen en de kantoormensen, blue collar en white collar. De blue collars maken grappen over de white collars. Bijvoorbeeld over hoe iemand een mapje vasthoudt. Daaraan kun je zien of hij van kantoor of van de fabriek is. Houd je een mapje tegen je zij aan en omhoog naar boven gericht, dan ben je duidelijk van kantoor. Als je van de fabriek bent, houd je het mapje naar beneden gericht, langs je benen. De mannen doen het voor en stappen parmantig kantoormensen nadoend door de fabriek. Ik word getolereerd, ze weten niet wat ze met me aan moeten.
Maar nu over de business en de ontwikkeling daarin. Ik zie en leer hoe een bedrijf in korte tijd weggevaagd kan worden. Van Berkel is een kwaliteitsnaam. Het staat al decennia lang voor ontwikkeling van hoogwaardige mechanische weegtechniek. Er worden weegbruggen ontwikkeld, die bijvoorbeeld vrachtwagens tot 100 ton ijkwaardig (zie voetnoot) kunnen wegen. Ook worden hopperweegschalen ontwikkeld die tonnen aan graan kunnen verstouwen. Op een wat kleinere schaal fabriceren ze onder meer vulinstallaties voor olietonnen. Deze installaties kennen een zogeheten ‘pneumatische afslag’. Dat gaat als volgt: de lege ton rolt op een lopende band en stopt  op een weegschaal, die een onderdeel van de band is. Daar wordt de ton gevuld en terwijl het gewicht toeneemt, loopt de wijzer van de weegschaal op. Na enige tijd, als de ton bijna vol is, gaat de wijzer door een klein luchtstroompje. Dat stroompje wordt onderbroken en daardoor stopt het vullen. De ton tolt door. Adembenemend!
Daarnaast zijn er natuurlijk weegschalen voor winkels. Het kleinere werk met de hogere marges. En ook hier geniet Van Berkel een grote naam.
Dit alles gaat vele decennia goed. Succesvol. Totdat de elektronica zijn intrede doet. Eind jaren zeventig komen er digitale oplossingen die veel preciezer wegen. Er zijn bepaalde verhoudingen die door het IJkwezen als ijkwaardig geaccepteerd worden (zie voetnoot). Dat verandert door de komst van Japanse modellen. Net als met auto’s kunnen de Japanners veel goedkoper offreren. Met dezelfde of betere kwaliteit. Ook Philips meldt zich in de markt. Traditionele aanbieders als Van Berkel hebben hier geen antwoord op. Er komen wel elektronische varianten, maar het is op een paar modellen na too little too late. Van Berkel gaat verlies maken en voor een beursgenoteerde onderneming kan dat niet te lang duren. Het roemruchte bedrijf wordt overgenomen, doorverkocht en weer overgenomen. Alleen de naam  leeft voort…..
Later leerde ik op de business school in Lausanne dat hier de business definition verandert: van mechanische weegschalen naar electronica, een compleet andere markt. Het is moeilijk voor een bedrijf dat in te zien, laat staan daar vervolgens naar te handelen.
————
De uitdrukking “ijkwaardig” houdt in dat de weegschaal aan wettelijke keuringseisen voldoet om te worden gebruikt bij het bepalen van de gewichtsgerelateerde verkoopprijs van een producthoeveelheid. Bijvoorbeeld: een weegbereik van 30 kg wordt in 3000 schaaldelen van 10 gram onderverdeeld. Schaalverdelingen worden altijd gekozen met de waarden 1, 2 of 5. Dus: 10 g, 20 g of 50 g, of 0,1, 0,2 of 0,5 kg, enzovoort. Op de opschriftenplaat van een weegschaal wordt dit aangegeven bijvoorbeeld als: e = 10 g. Zie ook: http://www.engels-weegtechniek.nl/info/ijkw.htm en http://www.weegtechniek.nl/pages/product_help.php.

De Doorbraak

Hebt u dat nou ook? Een telkens terugkerend en weerbarstig issue bij uw bedrijf, een afdeling of een team? Of iets dat maar niet wil lukken? Je weet al geruime tijd dat er iets niet klopt, maar je kunt er niet je vinger achter krijgen.
Met een consultant/trainingsbedrijf gingen we bij ons bedrijf op zoek naar die vraag én het antwoord en lees hierna hoe we ze beide vonden!

Lees verder De Doorbraak